'Bevrijding samen vieren met Duitsers'

DEN HAAG, 11 MAART. In Nederland moet men er mee ophouden de geallieerde eindoverwinning in 1945 “op zo'n nationalistische manier” te vieren. Men zou beter kunnen gedenken dat de wereld en Duitsland in mei 1945 van het nationaal-socialisme werden bevrijd. Dit zegt de Nederlandse ambassadeur in Duitsland, A.P. van Walsum.

De ambassadeur sprak begin deze week op een Nederlands-Duitse bijeenkomst in Bremen over de vraag of er een crisis bestaat in de Duits-Nederlandse betrekkingen. Ook K.J. Citron, de Duitse ambassadeur in Den Haag was daarbij aanwezig.

Van Walsum vindt dat Nederland en Duitsland in 1995 de vijftigste herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog gezamenlijk moeten vieren. Volgens de ambassadeur zou die viering dan niet moeten worden gehouden op 5 mei, de dag waarop in 1945 Nederland bevrijd werd, maar op 8 mei: de dag waarop Duitsland - in de woorden van bondspresident Von Weiszäcker - “van het nazidom bevrijd werd”.

In een reactie zegt mevrouw W. van Montfrans, voorzitter van het Nationaal comité 4 en 5 mei, dat de dodenherdenking en de viering van bevrijdingsdag in Nederland echte nationale momenten zijn en moeten blijven. Maar met het oog op de huidige internationale verhoudingen en het vijftigjarig bestaan van de Verenigde Naties in 1995, zoekt het comité naar mogelijkheden voor een gezamenlijke herdenking.

Ambassadeur Van Walsum wees er in Bremen op dat Nederlanders beter dan wie ook weten waar het in de Tweede Wereldoorlog om ging: niet om een gewone oorlog, maar om de strijd tegen nationaal-socialisme en fascisme waaraan de herinnering voor altijd wakker moet worden gehouden. Volgens Van Walsum zijn landen als België, Frankrijk en Engeland, die in de Eerste Wereldoorlog ook al tegen Duitsland vochten, wel geneigd de Tweede Wereldoorlog als een gewone oorlog tussen nationale staten te zien.

Om de invasie van Normandië (juni 1944) en de slag bij Arnhem (september 1944) samen met Duitsers te herdenken lukt volgens Van Walsum nog net niet. “Maar wat de bevrijdingsherdenking betreft hebben we nog tot 8 mei 1995, nog veertien maanden de tijd om zover te komen”, aldus de ambassadeur.

Een woordvoerder van het bestuur van de Anne Frankstichting in Amsterdam noemt Van Walsums voorstel “een goed gebaar van verzoening”. Het wordt hoog tijd dat “de oude verhoudingen gaan veranderen”, zo heet het bij de stichting. “We kunnen ons helemaal vinden in een gemeenschappelijke herdenking, maar een afzonderlijke Nederlandse 5 mei-viering moet met het oog op allerlei gevoeligheden wel mogelijk blijven”.

Het kabinet en de Tweede Kamer vinden de gedachte om volgend jaar de Duitsers bij de herdenking te betrekken 'bespreekbaar', onder meer omdat dan de overwinning op het fascisme centraal staat. Maar secretaris P. Coumou van de Stichting Samenwerkend Verzet noemt het een 'bar slecht idee'. En hij vermoedt dat de oorlogsslachtoffers en verzetsmensen er net zo overdenken. “Het hoogtepunt van het herdenkingsjaar is geen juist moment voor gezamenlijke aandacht voor de overwinning op het fascisme. Er zijn talloze getraumatiseerden onder verzetsmensen en vervolgden. Ze zullen de aanwezigheid van Duitsers nog meer nare herinneringen krijgen en daardoor pijn en schade lijden. Het zou gewoon niet kies zijn ze bij zo'n vaderlands evenement te halen”, aldus Coumou.

Hij is overigens niet tegen gezamenlijke viering van de overwinning op het fascisme. “Natuurlijk is er een andere keer iets te organiseren met de vele goede en democratische Duitsers. Maar je moet zoiets absoluut niet met die herdenkingen gaan combineren.”