Anti-discriminatiecode met de nodige scepsis ontvangen

Gisteren werd op Papendal officieel een begin gemaakt met een campagne tegen discriminatie in de sport. Door middel van een gedragscode in de amateursport wil de koepelorganisatie NOC-NSF proberen het probleem terug te dringen.

PAPENDAL, 11 MAART. Glenn Helder, profvoetballer van Surinaamse afkomst, hield zich lang afzijdig van de forumdiscussie. Hij zag hoe drie rapporten over discriminatie van allochtonen en homoseksuele mannen en lesbische vrouwen in de sport gepresenteerd werden aan minister d'Ancona van WVC en had aangehoord dat er een gedragscode was opgesteld. “Maar ik dacht”, probeerde de Vitesse-speler, “dat zo'n code al in de wet stond.”

De ontwapenende onschuld van die leuke, zwarte voetballer met pijpekrullen, moet mevrouw d'Ancona hebben geraakt en al die anderen die het goed met de minderheden voorhebben. Ze boog zich naar voren, omdat ze geïnteresseerd was in de opvatting van Glenn the Man, alsof hij in deze kwestie haar zoon en oogappel was.

“Wat ik verder nog wilde opmerken”, zei Glenn, die als linksbuiten enig opportunisme niet vreemd is. “Toen ik nog amateur was, toen het nog mijn hobby was, raakte ik geïrriteerd als ik werd uitgescholden. Toen was sfeer belangrijk. Maar nu ik prof ben, leg ik dat makkelijker naast me neer. Ik weet dat het er bij hoort.”

Verder wilde hij nog weten of een van de onderzoekers het gerucht kon bevestigen dat bij sommige profclubs niet meer dan drie allochtonen in het eerste elftal worden opgesteld. De vraag bleef onbeantwoord. Sommige onderzoeken zijn niet compleet. Sommige vragen en opmerkingen komen ongelegen.

Zelfs op de vraag van co-voorzitter Kastermans van NOC*NSF hoe erg het was gesteld met de discriminatie en hoe vaak het gebeurt moesten de onderzoekers het definitieve antwoord schuldig blijven. Het probleem is groot, maar valt niet in cijfers uit te drukken. Dat weet iedereen die zich op en rondom de sportvelden begeeft. Maar niet iedereen neemt er (meer) aanstoot aan. Er zou een soort normvervaging kunnen heersen, beaamt scheidsrechter betaald voetbal Blankenstein. “Ik heb soms de indruk dat het afneemt, dat schelden vanaf de tribunes.”

Over wat er in het veld tegen hem wordt gezegd, zwijgt Blankenstein liever. Maar hij geeft toe dat hij er als professioneel scheidsrechter beter op getraind is dan de hobbyist-scheidsrechter die elk weekeinde wordt beschimpt, ook op grond van zijn uiterlijk. “Niet voor niets is het zo moeilijk mensen te krijgen die scheidsrechter willen worden.”

Bij wie ligt de verantwoordelijkheid? Blankenstein voelt er weinig voor als scheidsrechter in zijn eentje deze last te dragen. Staken als er te veel gescholden wordt? Eerst overleg met de aanvoerders van de elftallen en met de betrokkken clubbestuurders alvorens tot maatregelen over te gaan? Hij had zich bevrijd gevoeld dat burgemeester Peper van Rotterdam aan de vooravond van Feyenoord-Ajax als hoofd van de politie de verantwoordelijkheid nam. Was zijns inziens de maat vol, dan mocht hij ingrijpen.

Waar ligt de grens bij discriminatie? “Wanneer is schelden discriminatie en niet zomaar schelden”, legde schermster Pernette Osinga voor. “Je zou afspraken over de grens kunnen maken”, antwoordde Jos Lemoen, een van de onderzoekers en makers van het rapport over discriminatie van allochtonen in de amateursport 'Er wordt weleens wat geroepen'.

Wie bepaalt wat? Een gedragscode is mooi, maar als er geen sancties aan verbonden zijn zullen weinigen zich erop beroepen. Zoals Gert Hekma naar aanleiding van zijn onderzoek naar discriminatie van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen 'Als ze maar niet provoceren' meende te moeten zeggen: “Er heerst de cultuur van het stilzwijgen.”

Stel je voor, je komt er voor uit. John de Wolf, Feyenoord-speler en een boegbeeld in de campagne tegen discriminatie, maakte er in bepaalde media geen geheim van dat hij niet onder de douche stapt als hij weet dat een homoseksuele speler in zijn team zit.

Liever de belediging slikken dan via een oneindige weg proberen je gelijk te halen. Clubs, bestuurders en bonden halen zich dergelijke kwesties liever niet op de hals. De onschuld en wanhoop van Hekma - wars van realisme - die vindt dat een homo-team moet kunnen spelen tegen een team van hetero's. Daar tegenover staat het idealisme van d'Ancona, dat het toch vooral gaat om integratie, alle soorten doorelkaar. De vorm van Hekma betekent volgens de minister dat de homo's en lesbiennes zich afsluiten.

NOC*NSF is er niettemin in geslaagd een 'Gedragscode ter voorkoming en bestrijding van discriminatie in de sport' op te stellen. Richtlijnen die begin mei aan de respectieve sportbonden worden voorgelegd. Al die bonden zullen zich moeten conformeren aan deze code. Of het werkelijk wat uithaalt ligt aan de tuchtregels in de respectievelijke bonden.

In elk geval zullen de aangesproken kaders daarvoor worden opgeleid. De voetbalbond heeft zich al sceptisch uitgelaten. Het probleem bestaat, maar is niet meer zo ernstig als men doet voorkomen, stelde de KNVB. Voetbal leeft buiten de wet.

De code is gebaseerd op algemeen geldende wetten. Zij geeft alleen een nadere richtlijn en een toetsing. Zo wordt bijvoorbeeld voorzien in beroepsprocedures bij de behandeling van klachten. Wie zich niet kan verenigen met de bevindingen van een sportvereniging kan in beroep gaan bij de betrokken landelijke organisatie. Daarboven komt een hoger-beroepsmogelijkheid bij NOC*NSF.

In Amsterdam dacht men het diepst over de problematiek. Uit het rappport 'Discriminatie Buitenspel!' kwamen de verstrekkendste voorstellen: de sportclubs dienen zelf hun verantwoordelijkheid te nemen en niet te schromen interne strafmaatregelen op te leggen aan de leden die zich discriminerend uitlaten of gedragen.

De voorgestelde anti-discriminatiecode gaat lang niet zover. “Het is geen wondermiddel dat discriminatie in één klap doet verdwijnen”, waarschuwde Kastermans. “Wel een eerste aanzet tot een mentaliteitsverandering.”

    • Guus van Holland