Ziek en toch met plezier naar school

Iedere ochtend trekt een bonte kinderoptocht door de naar linoleum ruikende gangen van het Sophia-kinderziekenhuis. De jongsten aan de handen van de verpleegsters, anderen in rolstoelen en bedden. Ze zijn op weg naar een van de drie lokalen van de Ziekenhuisschool Rotterdam. De groteren komen op eigen houtje, vaak hele infuusapparaten met zich mee slepend.

Als je ziek bent hoef je niet naar school, dacht Sabrina (13) toen ze in het Sophia-ziekenhuis werd opgenomen. Nu vindt ze het leuk, 'voor de afwisseling.'' Ze werkt aan haar Taal-Kabaaltaak en zet woorden onder elkaar die op elkaar rijmen.

Per dag krijgen in Nederland gemiddeld vijf- à zeshonderd kinderen les in ziekenhuisscholen. Zij zijn tussen de drie en negentien jaar oud en hun artsen verwachten dat ze drie weken of langer in het ziekenhuis moeten blijven.

Sinds 1978 is deze vorm van onderwijs door het ministerie van onderwijs wettelijk erkend. Voor die tijd hing het ziekenhuisonderwijs af van initiatieven van gemeenten, ziekenhuizen, liefdadigheidsinstellingen en particulieren.

Tot nu toe verzorgden twaalf ziekenhuisscholen het onderwijs in totaal honderdvijftig ziekenhuizen. Maar dat gaat veranderen door het dalende leerlingenaantal. Oorzaak hiervan is de kortere opnameduur in ziekenhuizen. Op advies van een werkgroep Ziekenhuisonderwijs is een reorganisatie voorgesteld, waarbij vijf landelijke centra in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Groningen en Nijmegen het onderwijs in de ziekenhuizen in hun regio moeten gaan verzorgen. De gewone scholen moeten waar mogelijk ook hun steentje bijdragen.

Het ziekenhuisonderwijs zorgt er niet alleen voor dat scholieren tijdens langdurige opnames geen achterstand oplopen. Het neemt bij de schoolgaande patiëntjes de angst weg achterop te raken, het zorgt voor contact met de buitenwereld en vestigt de aandacht op de toekomst na de ziekenhuisopname. En het leidt af van de ziekte. Dat kan vooral van belang zijn bij kinderen die afgezonderd van hun leeftijdsgenoten in aparte kamers moeten liggen en daar door een ziekenhuisleraar worden bezocht.

Als je in de ziekenhuisschool van het 'Sophia' de kastjes wegdenkt zie je echte schoollokalen: tafels in groepjes, een boekenkast met schoolboeken, atlassen, woordenboeken, een poster van een Derde-wereldkind en een reproduktie van Metamorphosen van Escher. Ook computers ontbreken niet.

Kleuterleidster Ineke van Mierlo: 'Je kijkt wat een kind aankan. Dat is afhankelijk van de ziekte. De een heeft cystische fibrose, een tweede eczeem en een derde leukemie. We overleggen iedere dag met de verpleegkundigen of artsen, maar zonder dat alle medische details aan bod komen. We proberen de medische wereld tijdens de lessen zoveel mogelijk buiten de deur te houden. Als een kind dan toch geprikt moet worden, gebeurt dat op de gang.'' Onderling praten de kinderen gewoon over wat ze hebben en wanneer ze naar huis mogen. En natuurlijk gaan er kinderen dood. 'Het valt me op hoe nuchter ze daar mee omgaan,'' aldus Van Mierlo.

Aan de ziekenhuisschool Rotterdam zijn twaalf leraren verbonden, van wie twee full-time en de rest part-time. Soms ontstaat tussen school en kind een speciale band. Zoals met Jaap (12) die sinds zijn derde ieder jaar een periode in het Sofia-ziekenhuis doorbrengt. Hij mocht een paar jaar geleden namens het ziekenhuis een cheque van Michael Jackson in ontvangst nemen.

Jaap moet vriendjes van zijn gewone school vaak uitleggen hoe het er op de ziekenhuisschool aan toe gaat. In het middelbare schoollokaal treft hij gedurende twee ochtend- en middaguren een gemêleerd gezelschap aan, afkomstig van het LBO , het VWO en alles wat daar tussen zit. Klassikaal lesgeven is in deze omstandigheden onmogelijk. Ieder kind werkt voor zichzelf en kan de hulp inroepen van een docent. Ook in het ziekenhuis heeft Jaap wel eens een dag dat hij zit te klieren. Maar echt uit de hand loopt het niet en strafwerk komt niet voor. 'Ik heb maar één keer meegemaakt dat iemand op de gang moest gaan staan.''

Jaap en de andere kinderen krijgen hun diktaten, taken en eventuele proefwerken van hun eigen 'gewone' scholen. Ria van der Meer, docente exacte vakken: 'De leraren van de ziekenhuisscholen houden contact met de thuisscholen en volgen zoveel mogelijk hun lesprogramma's.''

Een ziekenhuisleraar haalt zijn voldoening uit de individuele begeleiding van de leerlingen. Van der Meer: 'Soms zie je iemand angstig binnenkomen, zelfvertrouwen ontwikkelen en uiteindelijk met zichtbaar plezier werken. Het resultaat van onze inspanningen is moeilijk meetbaar. Je hebt geen examenresultaten zoals op een gewone school. De enige graadmeters zijn bedankjes van thuisscholen, een tevreden onderwijsinspecteur of een kaartje. Zoals van een 5 VWO-leerlinge die meedeelde dat ze met wiskunde voor lag op de rest van de klas.''