Wetenschappelijk bewijs voor bestaan telepathie

Parapsychologen leven al meer dan een eeuw in de overtuiging dat zij onweerlegbare aanwijzingen hebben gevonden voor het bestaan van paranormale verschijnselen, maar het verzamelde bewijs kon het wetenschappelijk forum nooit overtuigen.

Het dichtst in de buurt van acceptatie kwamen zij bij experimenten met speelkaarten. De proefpersonen moesten telkens voorspellen of een rode of zwarte kaart boven gedraaid zou worden. Een enkeling presteerde hierbij duidelijk beter dan de kansverwachting, maar wanneer dergelijke succesvolle proefnemingen werden herhaald, bleek het effect niet meer op te treden. De skeptische buitenwacht verwees de eerdere resultaten daarom naar het rijk van de toevalligheden.

De parapsychologen gaven de moed echter niet op. Zij hielden zich vast aan de gedachte dat het bestaande onderzoek de paranormale verschijnselen te weinig had bestudeerd in omstandigheden waar de grootste kans bestond dat zij zich zouden voordoen. Uit anekdotes was gebleken dat helderziendheid vooral optreedt op momenten dat de persoon niet wakker en alert is. Het paranormale signaal is kennelijk zo zwak dat het alleen opgepikt wordt als er weinig afleiding is, bijvoorbeeld tijdens meditatie, dromen of hypnose.

Men ging daarom experimenteren met proefpersonen die zo min mogelijk afgeleid werden door de informatiestroom uit de zintuigen. Over de ogen werden halve pingpongballetjes geplakt en via een koptelefoon klonk geruis. Liggend in een afgesloten kamer moesten de proefpersonen hardop hun fantasiebeelden beschrijven. In een andere kamer keek een andere proefpersoon naar een filmfragment, en hij moest proberen het fragment langs telepathische weg over te zenden. Na een half uur kreeg de fantaserende proefpersoon vier filmfragmenten te zien en hij diende het fragment aan te wijzen dat het dichtst bij zijn fantasie in de buurt kwam. Wanneer slechts het toeval bepaalt welk filmpje aangewezen werd, zou de score gemiddeld 25 procent zijn.

Het verrassende is dat in meer dan dertig studies, die onder strikt gecontroleerde omstandigheden plaatsvonden, inderdaad iets van paranormale gedachtenoverdracht lijkt te hebben plaatsgevonden. De proefpersonen kozen het overgeseinde filmpje vaker dan op grond van het toeval verwacht kon worden. De score lag gemiddeld rond de tweeëndertig procent. Telepathie lijkt mogelijk.

Het enige zwakke punt van het onderzoek is dat het van een klein aantal onderzoekers afkomstig is, maar parapsychologen hebben de indruk dat zij eindelijk een reproduceerbaar paranormaal effect hebben gevonden, dat de scepsis in wetenschappelijke kring zal overwinnen.

Het effect is echter zo gering dat het voor het dagelijks leven weinig relevant is. Wanneer een vierzijdige dobbelsteen onzuiver zou zijn, waardoor in tweeëndertig procent van de gevallen kant één boven zou komen, zou een toeschouwer dat zonder hulpmiddelen net niet opmerken. (Psychological Bulletin, vol. 115, Nr. 1, 1994)

    • Ad Bergsma