Watergate blijft politieke meetlat

WASHINGTON, 10 MAART. Amerika heeft in de jaren zestig en zeventig niet alleen een Vietnam-trauma maar ook een Watergate-trauma opgelopen. Beide hebben te maken met cynisme over de overheid, dat bevestiging vindt in het ontdekken van nieuwe ongerechtigheden, zoals het Whitewater-schandaal waar president Clinton en zijn vrouw in verwikkeld zijn geraakt.

Er is volgens Suzanne Garmen, schrijfster van het boek Scandal over schandalen in Washington, een “cultuur van wantrouwen”. De vertrekkende leider van de Democratische meerderheid in de Senaat, George Mitchell, heeft gewezen op een “veronderstelling van ongeloof” in politici. “Er is de veronderstelling dat alles wat een gekozen functionaris zegt, niet waar is”, zei Mitchell en hij dacht met zekere nostalgie terug aan de tijd dat politici wèl werden geloofd.

Het cynisme heeft te maken met de neergang van de politieke partijen en de maatschappelijke organisaties die de partijen dragen. Er ontstaat een klimaat waarin particuliere of publieke onderzoekers de scheidsrechtersfuncties vervullen. De anchorman van de televisie heeft de plaats ingenomen van de partij-boss. Een spontane orde ontbreekt, dus alle verhoudingen moeten in reglementen en normen geregeld worden. Dan ontstaat er geen “schijn van ongerechtigheid”.

Zoals in Nederland “goed” en “fout” wordt afgemeten aan de oorlog, zo dient Watergate als meetlat in politiek Washington. De talrijke post-Watergate-schandalen hebben een vast vocabulaire. De pech is dat het investeringsmoeras van de Clintons Whitewater heette, zodat iedereen gemakkelijk het woord Whitewatergate in de mond kan nemen. Een ander groot woord dat de politieke emoties en de verhalen in de pers losmaakt, is coverup, oftewel het verdonkeremanen van bewijs.

President Nixon moest in 1974 ontslag nemen omdat hij het justitiële onderzoek in Watergate hinderde. Hij liet zelfs de onafhankelijke aanklager Archibald Cox ontslaan, toen die naar zijn oordeel te ver ging met zijn onderzoek. Twee ministers van justitie waren inmiddels achter elkaar uit protest vertrokken. Dit ontslag van Cox bracht een grotere constitutionele crisis teweeg, die aanzienlijk groter is dan het “belangenconflict” door de conversaties tussen stafleden van het Witte Huis en onderzoekende instanties in de zaak-Whitewater. Indertijd was het Witte Huis bovendien een door Vietnam-demonstranten belegerd fort, leed Nixon aan achtervolgingswaanzin, maakte hij lijsten van vijanden en van joden in de regering en gebruikte hij de belastingdienst en andere instanties om zijn vijanden aan te pakken.

De bemoeienis van een onafhankelijk aanklager ofwel Independent Counsel doet ook denken aan Watergate. De vice-president Al Gore gaf afgelopen zondag toe dat er fouten waren gemaakt met de Nixoniaanse zin 'Mistakes were made'. President Clinton verdedigde “het morele kompas” van zijn vrouw. Ten slotte zijn er de berichten over de shredding, ofwel de “versnippering” van documenten over Whitewater. Het woord shredding roept associaties op met Irangate, waarbij Oliver North, medewerker van president Reagan, documenten over geheime contacten met Iran liet versnipperen.

Twee bodes hebben verklaard dat zij vlak na de benoeming van de onafhankelijk aanklager afgelopen januari documenten van Vincent Foster hebben versnipperd in de shredder van het advocatenkantoor Rose in Arkansas. Foster, oud-partner van Hillary Clinton op dat kantoor, beheerde Clintons Whitewater-documenten als juridisch adviseur van het Witte Huis en pleegde vorig jaar zelfmoord.

Dan zijn er de Senate en de House investigation. De stafleden van het Witte Huis krijgen subpoenas, ofwel dagvaardingen. Het doet allemaal denken aan Sam Ervin, die de hoorzittingen van Watergate leidde.

Als het laatste vonnis in het Whitewater-schandaal is uitgesproken, de laatste onethische functionaris is ontslagen, het laatste dikke rapport is uitgebracht en alle wolven zijn verzadigd, is er weinig veranderd. De rituele reiniging heeft niet geleid tot betere politici of tot een betere publieke opinie over de politiek. Integendeel, iedereen zegt: “Zie je wel.”

Volgens opinie-onderzoek denken de meeste Amerikanen dat de Republikeinen vooral voor hun eigen politieke voordeel een onderzoek van het Congres in Whitewater eisen. Bijna niemand gelooft in de oprechtheid van het Republikeinse beroep op “het recht van het volk om alles te weten”. Volgens publieke peilingen vindt een meerderheid van tweederde dat er een onderzoek moet worden ingesteld in Whitewater, maar de populariteit van Bill en Hillary Clinton is nog niet gezakt. Dat kan nog komen, ook al hadden de kiezers weinig verwachtingen over de betrouwbaarheid van Clinton.

De strijd tussen een amalgaam van juristen en volksvertegenwoordigers bevestigt het vermoeden van het publiek dat Washington zich vooral met zichzelf bezig houdt en niet met de dagelijkse noden van de Amerikanen. Het vergrote cynisme leidt weer tot nieuwe ethische gedragsregels en langere benoemingsprocedures. De kring mogelijke kandidaten wordt kleiner, omdat volgens de nieuwe normen op steeds meer mensen een smetje kan worden gevonden. Wie een kandidaat voor een functie wil laten struikelen, hoeft alleen wat anonieme brieven naar de FBI te schrijven. De FBI moet àlles uitzoeken.

Onder de huidige stringente regels zouden veel voormalige Amerikaanse presidenten onder vuur liggen. President Johnson zou zijn afgezet wegens corrupte praktijken vergeleken waarbij de Whitewater-aantijgingen minuscuul zijn. Er zijn veel voorbeelden van geknoei met de stembus vroeger, hetgeen tegenwoordig niet meer voorkomt. Het halve kabinet van president Franklin Roosevelt zou volgens moderne normen hebben moeten opstappen, al of niet na een strafrechtelijke vervolging.

President Kennedy, ook niet smetteloos, had een realistische kijk op corrupte verhoudingen. “We hebben twee miljoen ambtenaren, je hebt heel wat mensen die hen om eigen gewin proberen te beïnvloeden. Heel wat beslissingen die deze mensen nemen gaan over grote sommen geld. Er wordt druk op hen uitgeoefend. Sommigen bezwijken. De meesten niet”, zei Kennedy, toen hij zijn minister van landbouw verdedigde.

Voor ambtenaren is het leven door de steeds strengere reglementen zwaarder geworden. Gevoelige zaken worden niet meer op papier gezet. Vóór Watergate produceerden ambtenaren kritische interne rapporten, nu handelt men gevoelige zaken liever mondeling af. Papieren of computerschijven kunnen in handen van onderzoekers terecht komen. Een journalist vroeg aan president Clinton, geheel in de geest van Watergate, of er ook tapes waren van gesprekken op het Witte Huis. Nee, was het antwoord. Dat is les één van Watergate. Geen tapes.