Tweehonderd jaar Ecole Polytechnique; Openlijk en onbeschaamd elitair

Wat hebben Twingo (het vrolijke stadsautootje van Renault), Airbus, Ariane-raketten, het nieuwe, zwaar beveiligde biljet van vijftig franc en de Hoge Snelheidstrein TGV met elkaar gemeen? Aan de wieg van deze creaties stonden oud-studenten van de Ecole Polytechnique, Frankrijks meer-dan-alleen technische hogeschool, die in vrijwel niets te vergelijken is met de ingenieursopleidingen in Delft, Eindhoven of Twente.

Frankrijk is in Nederland bekend als land van technologische vernieuwing. Minder gebruikelijk is het die traditie van technologische innovatie te associëren met een rangen en standen-maatschappij. Toch is de vandaag tweehonderd jaar oude Ecole Polytechnique bij uitstek een produkt van een door links en rechts gedragen maatschappijvisie die hoge prestaties in het belang van de natie verwacht en waardeert. Strenge toegangs-selectie en een bijna gegarandeerde hoge maatschappelijke status zijn kenmerken van de oud-leerlingen van de Ecole Polytechnique.

Zij lopen over hun hyperschone campus in een braaf soort padvindersuniform, de 400 jonge mannen en vrouwen die jaarlijks een plaats veroveren op de Polytechnique. Sinds 1976 is een gebied van 186 hectare aan het groene gebied ten Zuid-Westen van Parijs onttrokken 'voor de kweek van grijze cellen'', zoals de directeur-generaal van deze oude academische hoge drukpan de missie van de Polytechnique bescheiden samenvat. Het gebouw bij het Panthéon in Parijs was te klein en verouderd geworden.

tk Robespierre

Het nationale instituut dat de Polytechnique is werd opgericht in een bewogen jaar, 1794. Het geschiedenisboek vermeldt sober: 'Conquête de la Hollande (Pichegru)'. De Engelsen namen Corsica in en de oorlog tegen Oostenrijk ging door. Dat belette de krachten die Robespierre ten val brachten, niet te constateren dat het land een elite nodig had die moest worden gevormd op het hoogst mogelijke wetenschappelijke niveau.

In één jaar werden de Ecole Normale Superieure opgericht (om 'de kunst van het onderwijzen' te leren), het Conservatoire National des Arts et Métiers (om de kennis van industrie en techniek te verbreiden) en de Ecole Polytechnique, om de besten te onderrichten in 'L'Art de Construire'.

Sindsdien zijn op de Polytechnique 50.000 Fransen opgeleid die hoofdrollen hebben gespeeld in het leger, de overheidsdienst, de economie, de natuurwetenschappen en het bedrijfsleven. Nu, na tweehonderd jaar, vraagt Frankrijks jubilerende 'omni-wetenschappelijke' instelling voor hoger top-onderwijs zich af: waar is het goed voor? Maar de vraag is niet doordrenkt van twijfel. De schaarse kritiek komt van buiten, en gaat steeds om de vraag: ontmoedigt dit soort elite-onderwijs niet nodeloos de velen die het niet halen?

Raymond Lévy, president van de Stichting Polytechnique en ere-voorzitter van de directie van Renault, maakt korte metten met dit soort vragen. De Hogeschool van de Verlichting is haar derde eeuw zeker waard. 'De best opgeleide mensen kunnen de beste diensten aan het land verlenen. Dat blijft zo.'' Zijn stichting onderhoudt nauw contact tussen bedrijfsleven en school. 'De Polytechnique is met zijn onderwijsprogramma en research laboratoria één van de beste wetenschappelijke centra van het land.''

Elitair

De Polytechnique is openlijk en onbeschaamd élitair. Jaarlijks doen 2300 zwaar voorbereide jonge mannen en (sinds 1972) vrouwen het toelatingsexamen. 400 van hen krijgen een plaats, ongeveer 10 procent vrouwen (hoewel 13 procent van de liefhebbers vrouw is). Wie een kans wil maken dit toelatingsexamen te halen moet na het Franse lyceum-eindexamen twee jaar een voorbereidingscursus doen, voornamelijk in exacte vakken.

De opleiding aan de Polytechnique duurt drie jaar, maar het eerste jaar gaat geheel op aan militaire dienst, voor mannen en en vrouwen gelijk. Na een beginperiode op de Ecole, zwermen alle aanstaande polytechniciens uit over het hele land, waar zij een opleiding tot onderofficier krijgen en een eenheid moeten leiden.

De eigenlijke opleiding duurt dus twee jaar, waarin veel natuur en techniek zit, maar ook minstens twee talen, een middag in de week cultuur en zeker zes uur sport onder leiding van de beste militaire instructeurs van het land - de sportfaciliteiten zijn voldoende voor een stad van 25.000 mensen. De studenten wonen in Palaiseau, op een campus een kilometer of twintig buiten Parijs. Anders dan vroeger zijn zij vrij te gaan en te staan waar zij willen, maar meer dan de helft zit 's avonds on line met de wetenschappelijke centra in de wereld te communiceren.

Als president Mitterrand vanmiddag met zijn aanwezigheid het tweede eeuwfeest van de Polytechnique opluistert, dan zal met vaandels, sabels, steken en klaroenstoten de continuïteit militair worden gevierd.

Ondanks vier parades per jaar is het geen militaire school meer. Frankrijks veldheren komen er niet of nauwelijks meer vandaan, zoals de maarschalken Foche en Joffre.

'Wij zijn een rijksinstelling die valt onder het ministerie van defensie, maar voor de opleiding is dat verder van geen belang'', zegt de directeur van de Polytechnique, generaal Marescaux, zelf oud-leerling oftewel x (genaamd naar het embleem van twee gekruiste kanonnen op het uniform). De school vormt mannen en vrouwen 'van de synthese, met inzicht in grote projecten, met gevoel voor de grote uitdagingen en avonturen van onze tijd, mensen die de globalisering aan kunnen''.

Staatstaken

Raymond Lévy ziet duidelijke voordelen in het militaire aspect. 'In een militaire omgeving leren de studenten de waarden van dienstbaarheid en betrouwbaarheid. Dat is nuttig voor alle staatstaken die zij later gaan verrichten.'' In feite zijn de uitgangspunten van tweehonderd jaar geleden niet veranderd: 'Voor het Vaderland, de Wetenschap en de Glorie.''

Terwijl de conservatieven tussen '86 en '88 de 'produktie' van die andere elite-opleiding voor hoge ambtenaren, de Ecole Nationale d'Administration, hebben verlaagd van 160 tot 80, breidt de Polytechnique haar produktie uit. Op last van president Mitterrand. Het gebruikelijke aantal was 300. Men zit nu op 400.

Mitterrand kon dit wensen omdat de school helemaal ten laste komt van de staat: met een begroting van 480 miljoen franc (160 miljoen gulden) wordt een instelling met 3000 mensen in stand gehouden (waaronder 1200 in 25 laboratoria). Van de oogst vindt 30 procent de weg naar de hogere overheidsdienst, 20 procent gaat het wetenschappelijke onderzoek in en 50 procent komt in het bedrijfsleven terecht.

De route voor polytechniciens leidt vaak omhoog, maar de weg is lang. Na de Polytechnique gaat men naar een van de meer gespecialiseerde Grandes Ecoles, zoals die van de Mines of de Ponts et Chaussées. Wie de vervolgopleiding echter niet afmaakt heeft een studieschuld van 280.000 franc (93.000 gulden) in tien jaar terug te betalen, of minder naar rato van het aantal jaren dat men heeft doorgestudeerd.

Dat is het egalitaire dat hoort bij het elitaire. Alleen de besten worden toegelaten. Wie wordt toegelaten haalt ook het einddiploma. En de opleiding is gratis. Sterker nog: studenten krijgen 2000 gulden, en gaandeweg iets meer, per maand, zodat zij kunnen reizen en een actief leven leiden zonder van ouders of anderen afhankelijk te zijn.

Concurrentie

Ondanks alle overtuiging waarmee deze beproefde opleiding tot top-Fransman door directie en oud-leerlingen wordt besproken, klinkt de laatste tijd toch een spoor van relativering door. Men heeft ervaren dat sommige andere opleidingen, niet alleen de even Franse ENA en Ecole des Hautes Etudes Commerciales in trek zijn bij de haantjes de voorsten. Vooral de internationalisering van het zaken- en wetenschapsleven brengt regelrechte concurrentie van de beste opleidingen in het buitenland.

De Polytechnique heeft daarom besloten in zijn derde eeuw de deuren open te gooien. Met mate. Het jaarlijkse aantal van 35 buitenlandse studenten moet worden uitgebreid. Men verricht al extra werving in Oost-Europa (vooral Roemenen kunnen in het Frans uit de voeten), wil graag meer West-Europeanen, en als het kan Amerikanen en Aziaten aantrekken. 'Opdat onze Franse studenten meer in aanraking komen met andere culturenen opdat zij later, na het afstuderen gepriviligieerde contacten in het buitenland hebben.''

De buitenlanders zullen een aangepast toelatingsexamen mogen doen, geen militaire dienst hoeven te verrichten, maar overigens wel over genoeg Franstaligheid en verstand moeten beschikken om met het gewone programma mee te doen. 'Wij zoeken de allerbesten. Geen buitenlanders die er eens een tijdje uit willen.'' Kosten: ongeveer 7000 franc per maand (2300 gulden).

Voor de buitenlanders die het redden wacht voorlopig nog wel een bevoorrecht plekje in het Franse netwerk. Of dat in de grote vaart der volkeren ook nog automatisch tot erkenning en de betere werkgelegenheid leidt, is een kwestie van proberen. Ook de Franse x gaat tegenwoordig wel eens naar Harvard of MIT om zeker te zijn.