Shell-topman Slechte over actie VNO en NCW; Sterke industrie schept werk

ROTTERDAM, 10 MAART. “Wij als werkgeversorganisaties VNO en NCW, denken dat we nu met de Nederlandse industrie in een vicieuze cirkel zitten waardoor de uitstoot van mensen uit het arbeidsproces, door de hoge lasten en hoge arbeidskosten, doorgaat. Nederland verloor in 1993 gemiddeld per dag 400 banen. Daarom is het uiterst urgent dat de kiezer en de politiek kiezen voor een sterke industrie die weer werk schept.”

Ir. Jan Slechte, president-directeur van Shell-Nederland, zet zijn woorden kracht bij met snelle handgebaren. Als voorzitter van de Klankbordgroep Industrie van de werkgeversorganisaties VNO en NCW heeft hij de laatste maanden menig vrij uurtje (“dit soort werk doe je meestal 's avonds”) besteed aan de campagne die de werkgevers vandaag presenteren en die erop is gericht het beleid drastisch om te gooien. De politieke partijen zijn 'Kamerbreed' overtuigd dat een “herstructurering van de economie” nodig is, zo is gebleken uit gesprekken die de werkgeversorganisaties in Den Haag hebben gevoerd. “Opvallend is de overeenstemming tussen verschillende politieke partijen over de middelen die daarvoor moeten worden ingezet”, aldus Slechte.

“De Nederlandse industrie gaat achteruit, is verzwakt. Zonder een sterke industrie komen er absoluut onvoldoende nieuwe banen. Vergeet niet dat er voor elke nieuwe baan in de industrie gemiddeld meer dan één bij komt in de dienstverlening en de toeleveringsbedrijven”, zegt hij.

“Het gaat om herstel van onze aangetaste concurrentiepositie. Wij zijn een exportland, en de industrie, de ruggegraat van onze economie, zorgt voor 70 procent van de Nederlandse export. Wat nu in alle scherpte duidelijk wordt, is dat onze prijzen te hoog zijn geworden ten opzichte van het buitenland en de winstmarges - het verschil tussen de totale produktiekosten en de verkoopprijzen - dalen, waardoor de investeringen afnemen. Met als gevolg dat de werkloosheid sterk stijgt. Dat leidt weer tot hogere lasten die door steeds minder werkenden in de samenleving moeten worden opgebracht. Dat heeft ons in een gevaarlijke spiraal gebracht.”

Vanaf morgen, twee maanden voor de Tweede Kamer-verkiezingen een strategisch moment, vragen het VNO en de christelijke werkgeversorganisatie NCW in een advertentiecampagne de kiezer om een bijdrage aan het gezondmaken van de economie. Geen stemadvies, maar “Vraag uw partij zich sterk te maken voor een krachtige industrie”, is de boodschap. Dat moet vooral bereikt worden door een forse verlaging van de arbeidskosten en andere lasten voor ondernemingen, zegt Jan Slechte, door minder bemoeienis van de overheid met het bedrijfsleven, snellere besluitvorming over milieumaatregelen/ vergunningen en veel minder rompslomp bij de uitvoering daarvan, waardoor de kosten sterk dalen. De overheid zou in de ogen van de werkgevers zelf moeten afslanken door zich te concentreren op kerntaken. Dat schept ruimte om de belastingen omlaag te brengen.

Het is voor de werkgevers geen nieuw pleidooi, geeft Slechte toe. Hoeveel geld de werkgevers voor hun actie hebben uitgetrokken, wil de Shell-directeur niet zeggen. Wel zegt hij dat er geen subsidie wordt verleend door het ministerie van Economische Zaken.

De werkgevers zoeken een lastenverlichting en kostenbesparing van in totaal 25 miljard gulden. Volgens Jan Slechte kan de overheid een grote bijdrage leveren door zich op haar kerntaken terug te trekken en de sociale zekerheid te herstructureren. “Kijk bijvoorbeeld naar de WAO. Bij Shell in Nederland betalen we zo'n 160 miljoen gulden per jaar aan werkgevers- en werknemerspremies. Onze werknemers die in de WAO terechtkomen - een relatief klein aantal - ontvangen daar circa 30 miljoen van terug. Wij zouden dat risico als bedrijf veel liever zelf verzekeren. Privatiseren dus, zegt ik dan, het is een van onze voorstellen om de kosten drastisch te verlagen.”

Uit een NIPO-enquête die de werkgeversorganisaties een maand geleden onder 1.128 mensen lieten houden, bleek dat een grote meerderheid de industrie ziet als een belangrijke pijler onder de economie, met de meeste werkgelegenheid en de grootste bijdrage aan het bruto nationaal produkt. Ook ziet het grootste deel van de kiezers in dat de Nederlandse industrie het maar matig doet in vergelijking met Duitsland, de Verenigde Staten en het Verre Oosten. Vrij veel steun komt er van de kiezers als het gaat om saneringsmaatregelen. Iets meer dan de helft van de ondervraagden heeft daar zelfs loonmatiging en vermindering van rechtsposities (bijvoorbeeld versoepeling van het ontslagrecht) voor over. De meeste weerstand bestaat tegen verlenging van de arbeidsduur.

Jan Slechte onderstreept dat de werkgevers niet aandringen op verlaging van de gemiddelde netto-lonen, maar dat de kostenverlaging moet komen uit verkleining van de beruchte 'wig': het verschil tussen bruto en netto. En een flexibilisering van arbeidstijden, zoals de werkgevers willen, hoeft de totale werktijd per week niet veel te verlengen. “Het gaat vaak om langere ploegendiensten, of juist kortere shifts maar dan vaker werken, zoals in winkels nodig is. Verder moet het ziekteverzuim omlaag, want dat is in Nederland met 7 procent tweemaal zo hoog als elders in Europa. Maar wat echt de meeste banen creëert is kostenverlaging. Dat stimuleert investeringen, die zijn ook nodig om onze technologie op peil te brengen, weer efficiënter te gaan produceren en je kwaliteit te verbeteren.”