Schuilkerk decor voor stokpaardjes in de overgang

DEN HAAG, 10 MAART. Het streven naar volledige werkgelegenheid is een achterhaalde illusie, kraait Marcel van Dam. Het afwijzen van het streven naar volledige werkgelegenheid is een defaitistisch verhaal, riposteren zijn opponenten Johan Stekelenburg en Alexander Rinnooy Kan in koor.

De Vara-voorzitter (Van Dam) had de VNO-voorzitter (Rinnooy Kan) en de FNV-voorzitter (Stekelenburg) uitgenodigd in de Rode Hoed, een voormalige Doopsgezinde schuilkerk aan de Amsterdamse Keizersgracht, voor een debat over de bestrijding van de werkloosheid. Nederland moet ingrijpend veranderen, maar het VNO en de FNV houden dat tegen, poneerde Van Dam.

De Vara-voorzitter, mede-auteur van het PvdA-verkiezingsprogramma, vindt het “huiveringwekkend” hoe weinig perspectief de verkiezingsprogramma's bieden op het punt van het scheppen van banen. “Alle offers die worden gevraagd, hebben als resultaat dat de werkloosheid in de komende kabinetsperiode stijgt.” Het Centraal Planbureau, dat de verkiezingsprogramma's van de vijf grote politieke partijen heeft doorgerekend, geeft volgens Van Dam “de route aan van een doodlopende weg”. Stekelenburg liet Van Dam weten dat dergelijke apocalyptische visies thuishoren op een achter hem staand voorwerp: de preekstoel.

Rinnooy Kan verwijst naar de CPB-scenario's voor de periode tot 2015 in 'Nederland in drievoud'. In het zogeheten Balanced Growth-scenario komt de werkloosheid dan uit op 250.000 personen. “Dat vind ik volledige werkgelegenheid en dat vind ik haalbaar.” (En passant schetste de werkgeversvoorzitter ook ook het perspectief over vijftig jaar: “een werkweek van dertig uur”.)

Volgens Van Dam bevindt de Nederlandse samenleving zich in een overgangsfase. “De fase waarin water verandert in ijs.” De katalysator is de snelle internationale technologische ontwikkeling en de toenemende concurrentie uit de zogeheten lage lonen-landen. Om de bedreigingen te pareren zijn er volgens Van Dam twee opties. Of je verlaagt de lonen. “Je verlaagt je beschaving en je wordt een lage lonen-land.” Of je kiest voor een fundamentele wijziging van het sociaal-zekerheidssysteem: de introductie van een basisinkomen; Van Dams stopkaardje dat tot een hoogoplopend conflict heeft geleid binnen de PvdA-commissie die het verkiezingsprogramma heeft opgesteld. Geef iedere Nederlander een inkomen van een paar honderd gulden per maand en de werkloosheid verdwijnt “als sneeuw voor de zon”. Nederland betaalt nu anderhalf miljoen mensen om zonder enige vorm van produktiviteit thuis te zitten “werkloos”. Een basisinkomen verandert dat.

Stekelenburg en Rinnooy Kan verzuimden naar de financiële onderbouwing te vragen. “Het denken over een basisinkomen verlamt het denken over de creatie van goedkope banen”, vindt Stekelenburg. Hij wijst erop dat het probleem van de werkloosheid zich bevindt aan de onderkant van de arbeidsmarkt. “Het is absurd om te denken dat je met een basisinkomen de werkloosheid kunt oplossen”, vult Rinnooy Kan aan. “Van Dam wil de vrouw van de tandarts 600 gulden per maand betalen om thuis te zitten. Dat lost niets op.”

Rinnooy Kan wijst erop dat sinds 1960 het aantal banen in Europa met tien procent is gestegen tegenover veertig en tachtig procent in respectievelijk Japan en de VS. Arbeid moet goedkoper worden, zodat er vooral in de dienstverlening meer banen kunnen worden gecreëerd. “Van Dam tolereert een kamermeisje in een hotel. Maar een kamermeisje bij particulieren vindt hij mens-onterend. Dat is moralistisch en als we op deze manier discussiëren is het werkloosheidsprobleem nooit op te lossen.”

Junk-jobs, schampert Van Dam. “Die keuze is een keuze voor de Amerikaanse manier van leven; een lager peil van beschaving.” Het basisinkomen als dam tegen de maatschappelijke verloedering. In het demagogische debat staat de Stekelenburg aan de zijlijn. Hij zei toe “meer ontspannen” te willen nadenken over de relatie tussen arbeid en inkomen. En hij bleef hameren op de herverdeling van betaald arbeid. Met als perpectief volledige werkgelegenheid. Stekelenburg: “Ik wens geen genoegen te nemen met een maatschappij die daar niet naar streeft.”