Rechter zou werklozen extra zwaar straffen

DEN HAAG, 10 MAART. Een werkloze die diefstal heeft gepleegd wordt vaak strenger gestraft dan veroordeelden met een baan. Waar een werkende van de politierechter een geldboete krijgt opgelegd moet de werkloze voor hetzelfde vergrijp onvoorwaardelijk de gevangenis is.

Dat schrijft drs. G. Kannegieter van de vakgroep criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen in een proefschrift over de invloed van de sociale positie van verdachten op strafrechtelijke beslissingen. Volgens Kannegieter maken rechters bij hun vonnis bewust het onderscheid tussen werkhebbend of werkloos omdat het verlies van een baan - als gevolg van het uizitten van de vrijheidsstraf - in de ogen van de rechter 'destabiliserend' werkt. Een ander argument om veroordeelden die geen baan hebben strenger te straffen is dat de kans dat zij opnieuw in de fout gaan bij hen groter wordt geacht dan bij werkende personen.

Doordat rechters bij het vaststellen van de aard en de hoogte van de strafmaat de sociale achtergronden van de verdachten laten meetellen, blijven mensen zonder baan hun hele leven in het nadeel, concludeert Kannegieter. Niet alleen loopt de werkloze bij zijn eerste aanraking met justitie kans op een ingrijpender straf; de ongelijkheid wordt de tweede keer alleen maar groter omdat bij de veroordeling het strafblad van de verdachte meetelt.

Kannegieter, die volgende week hoopt te promoveren, bestudeerde voor zijn onderzoek de dossiers van ongeveer vijfhonderd strafzaken van meerderjarige mannen die voor de politierechter terechtstonden wegens diefstal of mishandeling. Hij concludeerde dat de verdachte er verstandig aan doet om in persoon op de zitting aanwezig te zijn. Volgens Kannegieter kan dat ertoe leiden dat het vonnis van de rechter in strafhoogte lager is dan door de officier van justitie is geëist. Ook als de verdachte zich laat bijstaan door een advocaat is de kans op een lager vonnis groter.

Bij de straffen die rechters geven in mishandelingszaken blijkt dat de ernst van de mishandeling, afgemeten aan de aard van het letsel van het slachtoffer, nauwelijks een rol speelt. De rechter is eerder geneigd te kijken naar de kans op herhaling en de vraag of het delict is gepleegd onder invloed van alcohol.

Uit interviews met rechters en officieren van justitie bleek dat zij in hetzelfde geval van diefstal tot sterk verschillende strafmaten zouden besluiten. De straffen varieerden van een uitbrander door de politierechter tot een vrijheidsstraf van acht weken. Kannegieter concludeert op basis van die gegevens dat het tijd wordt voor een duidelijker normering voor de straftoemeting voor een groter aantal delicten.

Twee jaar geleden meldde ook het tijdschrift voor de rechterlijke macht Trema dat tussen de negentien arrondissementsrechtbanken van Nederland grote verschillen in strafmeting bestaan.