Ook grootste tijger wordt bottenwijn

Na de IJsbeer is de Siberische tijger het grootste landroofdier. Door de aanleg van wegen is de stroperij sterk toegenomen: jaarlijks worden nu 80 geschoten voor tijgerbottenwijn. Er zijn nog 250-400 in het wild

Plotseling stopt de truck en Alexander springt uit de cabine. Wijzend op pootafdrukken in de sneeuw roept hij Dimitri, de bioloog die ons vergezelt. Dimitri bekijkt de verse sporen aandachtig. Hij zegt dat ze van een tijgerin zijn met een jong van ongeveer een jaar oud. Een stukje verderop gaan de sporen de weg af. We besluiten om de tijgers in het bos te volgen en halen de ski's uit de truck.

Het volgen gaat moeizaam door de dikke sneeuw en de vele omgevallen bomen. Na een half uur vinden we een rustplaats van de tijgers onder een spar. Dimitri heeft zijn hond Oeral meegenomen. Het eerste stuk heeft de hond steeds voorop gelopen, maar als we de rustplaats zijn gepasseerd, loopt hij achteraan. Dimitri gebaart dat de tijgers dichtbij moeten zijn. Het spoor leidt terug naar de weg. Als we hijgend van inspanning de weg bereiken, zien we tijgerpoten onze bandensporen. Verderop verdwijnen de pootafdrukken weer tussen de bomen. Waarschijnlijk heeft de tijgerin ons al lang opgemerkt maar kan zij niet sneller vooruitkomen door haar jong. Omdat we ze niet willen opjagen, stoppen we. Ondenkbaar

Tot voor enkele jaren was het ondenkbaar dat een dergelijke tocht in het Sichote-Alin gebergte in het verre oosten van Rusland mogelijk zou zijn. maar sinds de omwenteling kun je als Westerling streken bezoeken waarover je voorheen alleen in boeken kon lezen.

Vanuit natuurhistorisch oogpunt ligt het Sichote-Alin gebergte in een van de interessantste gebieden op deze aarde : het Oessoerigebied. Het ligt aan de oostzijde van het Euraziatische continent op dezelfde breedte als Frankrijk. In het westen wordt het gebied begrensd door de rivieren oessoeri en amoer. De Oessoeri, die tevens de grens met China vormt, stroomt naar het noorden en mondt uit in de Amoer. In het oosten wordt de grens gevormd door de Japanse Zee.

Het Sichote-Alin gebergte strekt zich over de gehele lengte van het gebied uit. De bergketens die gemiddeld 800 tot 1000 meter hoog zijn, lopen noord-zuid. Behalve bergen zijn er moerassen, meren en brede rivierdalen.

De streek ligt onder invloed van de Oostaziatische moesson. 's Winters is het door noordwestelijke winden uit Siberië koud en droog terwijl het 's zomers door zuidoostelijke winden subtropisch warm en vochtig is. Hierdoor ontwikkelden zich een bijzondere en soortenrijke flora en fauna.

Terwijl de Siberische taiga wordt gekenmerkt door slechts enkele boomsoorten, groeien in de gemengde bossen van het Oessoerigebied tientallen soorten door elkaar. Bomen uit onze bossen zoals den, iep en es worden er vertegenwoordigd door soorten uit het Verre Oosten. Een bekende plant die hier voorkomt is de ginseng. De fauna bestaat uit een mengeling van soorten uit Siberië en China. Zoogdieren uit noordelijke streken zoals muskusdier (Moschus moschiferus), lynx en bruine beer komen hier voor samen met zuiderlingen als sikahert (Cervus nippon), panter en tijger. De noord-zuid oriëntatie van het Sichote-Alin gebergte vergemakkelijkte de verspreiding van dieren uit het noorden en de brede rivierdalen maakten het mogelijk dat dieren uit het zuiden zich hier konden vestigen. 's Zomers wordt het gebied bezocht door subtropische vogels als de Aziatische paradijsvliegenvanger (Terpsiphone paradisi) en de dollarvogel (Eurystomus orientalis). En vanaf eind maart is in de snelstromende bosbeken de mandarijneend (Aix galericulata) te vinden. Ook de insectenwereld is bijzonder rijk, met talloze tropisch aandoende vlinders en kevers.

Een van de fascinerendste dieren is de tijger. Vaak associeert men deze kat met de tropen en is men verbaast te horen dat hij ook in Rusland voorkomt. Het oorspronkelijke verspreidingsgebied omvatte Noordoost-China (voormalig Mantsjoerije), het Koreaanse schiereiland en het Verre Oosten van Rusland. In Rusland kwamen zo nu en dan exemplaren zo ver westelijk als het Bajkalmeer.

De Siberische tijger is een van de acht ondersoorten die door zoölogen beschreven zijn. Hiervan zijn de Kaspische, de Javaanse en de Balinese tijger al uitgeroeid. De Chinese tijger, de 'stamtijger' waaruit de ondersoorten vermoedelijk zijn ontstaan, wacht een zelfde lot. De Sumatraanse ondersoort gaat hard achteruit. Ook de populaties van de Bengaalse en Indochinese tijger in Voor- en Achter- Indië nemen af en raken bovendien steeds meer versnipperd.

De Siberische tijger is de grootste ondersoort en vormt tevens de grootste van alle katachtigen. Een indrukwekkend exemplaar, waarvan betrouwbare gegevens bekend zijn, werd in de zomer van 1943 geschoten in Mantsjoerije. Het dier had een lengte van 350 cm, gemeten 'met bochten' van neus tot staartpunt. Gemeten in rechte lijn moet dit ongeveer 330-335 cm zijn geweest. Hiervan kwam ongeveer 110 cm voor rekening van de staart. Het gewicht werd geschat op 300 kg. Van deze reusachtige tijger had enige dagen voor het fatale schot een bruine beer gedood en voor het grootste gedeelte verorberd. Regel van Bergmann

Dat juist in de koele wouden van het Amoer-Oessoerigebied de grootste tijgers voorkomen is geen toeval maar een voorbeeld van de zoögeografische regel van Bergmann. Deze regel zegt dat de vertegenwoordigers van een soort in koude streken over het algemeen groter zijn dan hun soortgenoten in warmere streken. Dit verschijnsel doet zich bij veel warmbloedige dieren voor en hangt vermoedelijk samen met de warmteregulatie. De Siberische ondersoort is ook lichter van tint dan de zuidelijkere ondersoorten (regel van Gloger).

In China en in Noord-Korea is de Siberische tijger vrijwel uitgeroeid. Het aantal in Rusland ligt tussen de 250 en 400 en vormt een van de grootste aaneengesloten tijgerpopulaties in de wereld; alleen de populatie in de Sundarbans, een deltagebied in Bangladesh en India, is van vergelijkbare omvang. De vraag is echter voor hoelang nog want de tijger wordt van alle kanten bedreigd.

Stroperij is een urgent probleem. De Russen schatten dat alleen al in 1992 tenminste 60 tijgers in het Oessoerigebied zijn gestroopt. Merkwaardig genoeg gaat het hierbij meer om de botten dan om de pels. Vrijwel alle delen van de tijger, maar in het bijzonder de botten, worden gebruikt in de Chinese geneeskunst. Skeletten afkomstig uit India, Rusland en andere landen, worden China binnengesmokkeld en verwerkt in medicijnen zoals 'tijgerbottenwijn'.

De botten van de Siberische tijger hebben een marktwaarde die het dubbele is van Sumatraanse tijgerbotten.

Sinds mei vorig jaar is de handel in tijgerprodukten in China verboden. De illegale handel gaat echter onverminderd door. Als reactie hierop hebben de Verenigde Staten China en ook Taiwan gedreigd met economische sancties. Zuid-Korea, dat ook veel tijgerbotten importeerde, is afgelopen zomer na tien jaar dralen toegetreden tot CITES (Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora). Een aantal dierprodukten, zoals muskus van het muskusdier en de galblazen van beren, blijven wel uitgezonderd. In geen verhouding

Het is vooral 's winters, als de sporen in de sneeuw de tijgers verraden, dat de meeste dieren worden gedood. Bovendien hebben de vele wegen die zijn aangelegd voor de houtkap het gebied toegankelijk gemaakt. Ook de tijgers maken regelmatig gebruik van deze wegen wat de kansen van de stropers sterk vergroot.

De Russische tijger is wettelijk beschermd maar voor handhaving ontbreken de middelen. Een stroper kan tot maximaal drie jaar gevangenisstraf worden veroordeeld, de boete bedraagt 3.000 roebel. Dit bedrag staat in geen verhouding tot de duizenden dollars die de botten en de huid opleveren. Ook de belangrijkste prooidieren van de tijger, wild zwijn (Sus scrofa ussuricus) en edelhert (Cervus elaphus xanthopugus) staan onder druk. Vooral het aantal wilde zwijnen neemt af. Dit leidt ertoe dat de tijgers de dorpen opzoeken waar ze dan in confict komen met de mensen omdat ze honden en vee doden.

Behalve de Siberische tijger worden ook de Amoerpanter (Panthera pardus orientalis), goral (Naemorhaedus goral caudatus), een kleine berggeit, en kraagbeer (Ursus tibetanus) ernstig bedreigd door de stroperij.

Vooral de toestand van de Amoerpanter is kritiek. Het is de noordelijkste vertegenwoordiger van de soort en misschien wel de mooiste van alle ondersoorten. Opvallend zijn de lange wintervacht en de tekening bestaande uit grote rozetten met brede randen. De relatief lange poten worden wel beschouwd als een aanpassing voor het lopen in de sneeuw. De laatste Russische Amoerpanters leven in een uiterst klein gebied ten westen van Vladivostok, in de grensstreek met China en Noord-Korea. Een census in 1983 (Pikunov en Korkishko) resulteerde in maar 25 tot 30 dieren. Voor aangrenzend China en Noord-Korea zijn geen gegevens bekend maar aangenomen mag worden dat het daar niet veel beter gesteld is.

In Rusland vinden de panters slechts enige bescherming in één reservaat van nog geen 200 km. Maar ook hier wordt gestroopt. Vooral de jonge panters zijn hiervan het slachtoffer omdat een hond ze makkelijk in een boom drijft. Daarnaast is een beschermd gebied ingesteld voor de panters, maar dit bestaat alleen op papier. Juist voor het drielandenpunt Rusland, China, Noord-Korea bestaan grootse plannen voor economische ontwikkeling (Tumen-rivier-project) onder toezicht van het United Nations Development Programme (UNDP).

Dat delen van het Oessoerigebied nog in oorspronkelijke staat verkeren, is te danken aan de geïsoleerde ligging. Maar met het openstellen van de grenzen is de uitverkoop van het Oessoeriwoud begonnen. Buitenlandse houtondernemingen stromen toe. De bijdrage van deze ondernemingen aan de Russische economie is gering, omdat het hout in het buitenland wordt verwerkt en omdat veel gebruik wordt gemaakt van Koreaanse en Chinese werknemers. Kaalslag

Veel schade is aangericht door de Zuidkoreaanse multinational Hyundai dat met het Russische Staatsbosbedrijf de joint venture 'Svetlana' heeft gevormd. Ten oosten van de Bikin-rivier, nabij de Japanse zee, mocht slechts selectief gekapt worden, uitgesmeerd over een periode van 30 jaar. Hyundai heeft echter kaalslag toegepast om maar zoveel mogelijk bomen in korte tijd binnen te halen. Na drie jaar waren ze klaar, herbeplanting is niet uitgevoerd. Dichtgeslibde rivieren en hellingerosie waren het gevolg.

De aangerichte schade is ernstig en blijvend. Het Bikin-rivierbekken zelf is bedekt met het laatste grote stuk bos dat nog niet is aangetast door houtkap, bosbrand of landbouw. Aan de joint venture verleende toestemming om ook hier te gaan kappen, is voorlopig ingetrokken vanwege een gerechtelijke uitspraak. De concessie moet opnieuw worden beoordeeld omdat de Oedegeeën, een klein volk dat al generaties lang in het gebied leeft, niet in de besluitvorming waren betrokken. Volgens de Russische wet hebben zij echter het recht over hun land te beschikken. De Oedegeeën en locale natuurbeschermers hadden fel geprotesteerd tegen de voorgenomen houtkap waarbij ze werden gesteund door Greenpeace. De toekomst van het bos rondom de Bikin blijft onzeker omdat slechts een deel van het gebied waar de Oedegeeën aanspraak op maken, is erkend als traditioneel land.

Op het moment loopt een Russisch-Amerikaans project dat tot doel heeft meer te weten te komen over de ecologie van de Siberische tijger. De resultaten van dit onderzoek wil men gebruiken voor het opstellen van een beschermingsplan. Daarbij is het belangrijk te weten hoeveel ruimte en prooidieren de tijgers nodig hebben en wat de gevolgen van de houtkap zullen zijn. Ook de Amoerpanter is in het onderzoek betrokken.

Enkele dieren zijn gevangen en voorzien van zenders. Regelmatig wordt hun positie bepaald vanuit een vliegtuigje. Onder de zes tijgers met zender was een tijgerin met vier jongen. Vijf maanden nadat de zender was omgedaan, gaf deze alleen nog maar het rustsignaal. Later werd de doorgesneden halsband met zender in de sneeuw gevonden. De halsband lag niet ver van een weg en waarschijnlijk was de tijgerin vanuit een auto doodgeschoten. Van de vier jongen hadden twee geboorteafwijkingen.

Inteelt

De populaties van de Siberische tijger en de Amoerpanter zijn zo klein dat inteelt een reëel gevaar is geworden. De verschijselen daarvan zijn grotere sterfte onder jongen, geringere weerstand tegen ziekten en verminderde vruchtbaarheid.

Een ander probleem is het verlies aan genetische variatie. Soorten met weinig genetische variatie zijn kwetsbaar voor invloeden van buiten zoals nieuwe ziekten. Een effectieve populatiegrootte van tenminste enige honderden dieren is noodzakelijk om op langere termijn te overleven. De effectieve populatiegrootte wordt niet alleen bepaald door het aantal dieren dat zich voortplant, maar ook door de geslachtsverhouding binnen deze groep en de spreiding in de gezinsgrootte. Voor de tijger is de effectieve populatiegrootte veelal de helft of minder van het aantal dieren dat uit een telling volgt. Daarmee is zelfs de huidige wilde populatie van 250 tot 400 Siberische tijgers op langere termijn onvoldoende.

Voor zeer kleine populaties, zoals van de Amoerpanter, zijn er, naast de genetische problemen, talloze risico's die uitsterven tot gevolg kunnen hebben. Een strenge winter, een epidemie, een bosbrand of een scheve geslachtverhouding kunnen fataal zijn.

Begin vorig jaar is op een internationaal symposium over de Siberische tijger in Chabarovsk de noodklok geluid. De Siberische tijger zal sterk in aantal afnemen en zelfs volledig verdwijnen als er geen maatregelen worden getroffen. De stroperij moet worden gestopt. Het aantal beschermde gebieden moet sterk worden uitgebreid en er moet worden gezocht naar economische alternatieven voor houtkap en stroperij.

Met geringe bedragen is het al mogelijk de bestrijding van de stroperij aanzienlijk te verbeteren. Bedragen die geheel in het niet vallen bij de dertig miljard dollar die men de komende twintig jaar wil investeren in het Tumen-rivier-project.

Inmiddels zijn in verschillende landen acties begonnen om de snelle achteruitgang van de tijger een halt toe te roepen. In ons land loopt de Noodactie tijger van het Wereld Natuur Fonds.

Het Oessoerigebied is dermate uniek en waardevol dat de vernietiging van de bossen absoluut gestopt moet worden. Het soortenrijke zuidelijke deel heeft een oppervlakte van slechts enkele malen Nederland en het kan al te laat zijn voordat men goed en wel beseft wat er gaande is. De Russen kunnen dit echter niet alleen. Nog kan worden voorkomen dat het Oessoerigebied degradeert tot een gebied van kaalslag waar tijger en panter slechts herinneringen zijn.

[Correctie: De Siberische tijger is niet het grootste, maar één van de grootste landroofdieren na de ijsbeer. De naam van de joint venture is niet Svetlana, maar Svetlaja. De fouten zijn niet gemaakt door de auteur, maar bij de eindredactie van het artikel.]

    • Eric Moolenaar