Oliemaatschappijen sneller dan Lubbers

De westerse oliemaatschappijen hebben heel wat minder moeite om vast te stellen wat hun gezamenlijke belangen zijn dan vijftig landen. Sinds premier Lubbers in 1990 met een plan ter ondersteuning van de economie van de voormalige Sovjet-Unie kwam, onderhandelen vijftig landen moeizaam over internationale verdragen voor de winning van olie, gas en kolen. Maar de oliemaatschappijen hebben het resultaat niet afgewacht van de besprekingen tussen landen die vaak afwijkende belangen nastreven. Ze hebben de Russische regering overtuigd dat onderhandelen over het plan-Lubbers op lange termijn wellicht wat resultaten oplevert, maar dat het voorlopig interessanter is hun eigen snel verstrekte adviezen op te volgen.

Het doel van het plan-Lubbers is investeringen van particuliere oliemaatschappijen in de olie-en gaswinning in de voormalige Sovjet-Unie tegen bijzondere risico's te beschermen. Dankzij internationale verdragen moet het investeringsklimaat in met name Rusland en Kazachstan voor oliemaatschappijen aantrekkelijker worden. In 1991 leidde het plan-Lubbers tot de plechtige ondertekening van een Energie Handvest door vijftig landen. Sindsdien wordt onderhandeld over een eerste internationaal verdrag waarin principes van dat handvest zijn uitgewerkt. De verwachting is dat dit eerste verdrag dit jaar kan worden ondertekend.

Dat is een traag tempo voor Rusland dat dringend verlegen zit om de dollars die de winning van olie en gas opleveren. Het is bovendien te langzaam voor oliemaatschappijen die mogelijkheden zien in Siberische gas- en olievelden, maar geen grote investeringen kunnen doen in een land waar de benodigde wetgeving nog geheel van de grond moet komen. De oliemaatschappijen en de universiteit van Houston in de Amerikaanse oliestaat Texas adviseerden Rusland over een mijnbouwwet, waarin is vastgelegd wie concessies kan uitgeven, hoe de verlening van die concessies is geregeld, wat de rechten en plichten zijn van de concessiehouder en de concessieverlener. Voorjaar 1992 werd deze mijnbouwwet aangenomen.

Terwijl diplomaten over algemene principes voor olie- en gaswinning onderhandelden, gingen de oliemaatschappijen graag in op het verzoek van de Russische regering om met hun praktische kennis van wetgeving op oliegebied verdere adviezen te geven. Vervolgens kwam vorig jaar december in Rusland een wet tot stand op wat in vaktaal production sharing wordt genoemd, dat wil zeggen de regeling van de voorwaarden en de financiële structuur voor de ontwikkeling van een olieveld.

Bij de oliemaatschappijen, zoals in Den Haag bij de Nederlands-Britse Koninklijke Shell-Groep, worden de inspanningen voor uitvoering van het plan-Lubbers na aanvankelijke kritiek nu welwillend bekeken voor zover het de al op gang gekomen praktijk in Rusland niet bemoeilijkt. Men ziet in dat de handtekeningen namens vijftig landen onder het Energie Handvest meer betekenen dan een warm gevoel van binnen. Het lijkt niet onnuttig als de onderhandelingen er bijvoorbeeld toe leiden dat internationale arbitrageafspraken in ieder land uitvoerbaar worden. Maar oliemaatschappijen moeten er niet aan denken dat het plan-Lubbers tot gevolg heeft dat bij oliewinning in Siberië westerse milieuregels van kracht worden.

Het probleem zit niet in milieuwetgeving op zich. Ook nu moet in Siberië met milieuregels rekening worden gehouden. De praktijk is echter in Rusland om dat niet te doen. Westerse oliemaatschappijen zijn als de dood dat in de voormalige Sovjet-Unie wetgeving wordt ingevoerd waardoor nieuwe gebruikers van olievelden moeten opdraaien voor de gevolgen van het feit dat in het verleden met milieuregels de hand is gelicht.

Oliemaatschappijen hebben niet alleen belangstelling voor Rusland omdat het de grootste olieproducent ter wereld is, maar ook omdat het een grote markt kan worden voor de afzet van hun olieprodukten. Ze wachten niet tot alle handtekeningen volgens Lubbers' plan onder internationale verdragen staan, maar doen wel voorzichtig aan in Rusland. Contacten leggen is één van de belangrijkste bezigheden. Shell neemt aan slechts één project, Uganskfracmaster in West-Siberië, waar tot nu toe daadwerkelijk olie geproduceerd wordt. Het betreft hier een investering van slechts enkele miljoenen voor het weer op gang brengen van een oude olie-exploitatie. Zo'n project duurt maar kort, maar levert relaties op die van nut kunnen zijn voor belangrijker olie- en gaswinningen in de toekomst. Met het uitbrengen van een bod voor exploitatie van een Russisch olieveld op een bijeenkomst in Londen of Houston is een oliemaatschappij er niet. Als Rusland zo'n bod aanvaardt beginnen onderhandelingen die, mede omdat de Russische wetgeving nog steeds onvoldoende is, jaren in beslag kunnen nemen.

    • Ben van der Velden