Meldplicht bepleit bij vermoeden van incest

PAG.3 KINDERARTSEN

DEN HAAG, 10 MAART. Hulpverleners die het vermoeden hebben dat een jongere seksueel is misbruikt moeten verplicht worden dit te melden bij een Bureau Vertrouwensarts Kindermishandeling. Als zij dat nalaten dienen tuchtrechtelijke maatregelen te volgen.

Dit is een van de aanbevelingen van een commissie, bestaande uit vertegenwoordigers van de beroepsgroepen van psychiaters, psychologen, pedagogen, kinder- en jeugdartsen, in een rapport dat vanavond wordt aangeboden aan minister d'Ancona van WVC. Het rapport bevat richtlijnen voor de wijze waarop hulpverleners moeten handelen bij vermoedens van seksueel misbruik van jongeren.

Aan dat protocol, dat onder andere een opsomming geeft van signalen die een aanwijzing kunnen vormen voor seksueel misbruik en aangeeft hoe en met welke middelen onderzoeken op dit gebied dienen te worden uitgevoerd, is door de belangrijkste Nederlandse deskundigen op de betrokken terreinen bijna vier jaar gewerkt. De commissie werd door WVC ingesteld na de zogeheten Bolderkar-affaire: in 1989 bleek dat op het medisch kleuterdagverblijf De Bolderkar in Vlaardingen in een jaar tijd op een populatie van zo'n vijftig kleuters door een orthopedagoge 14 gevallen van incest werden geconstateerd. Een onderzoekscommissie stelde later vast dat hulpverleners op De Bolderkar onzorgvuldig te werk gingen.

Op De Bolderkar bleek onder andere te veel waarde te worden toegekend aan het via 'spel-interviews' onderzoeken van kinderen met behulp van poppen met geslachtsdelen, de zogeheten anatomische poppen. De poppen worden sindsdien vooral door justitie niet langer gebruikt als onderzoeksmiddel. De commissie concludeert nu dat de poppen wel degelijk een waardevol diagnostisch middel kunnen zijn. “Het hanteren van anatomische poppen kan in combinatie met gesprek en andere onderzoeksmiddelen meer duidelijkheid verschaffen over wat reëel gebeurd is”.

De commisie houdt er rekening mee dat door een meldingsplicht de helft van het aantal gerapporteerde gevallen van seksueel misbruik ongegrond zal blijken, zoals in de VS is vastgesteld. In het rapport wordt verder gepleit voor het instellen van een onafhankelijke instantie en een klachtenprocedure die regelt hoe betrokkenen bezwaar kunnen maken tegen het handelen van hulpverleners. Zo'n procedure biedt volgens de commissie niet alleen bescherming aan mensen die verdacht worden van seksueel misbruik, maar stelt ook hulpverleners in staat uit te leggen hoe en volgens welke methoden zij hebben gehandeld.