Man in 't Veld neemt met Sehnsucht afscheid van Hamburg; Duits toneel ontvankelijk voor Hollandse improvisatie

Sehnsucht - einmal ausatmen können, 11 en 12 maart, Toneelschuur Haarlem.

Hans Man in 't Veld komt terug naar Nederland. Voor twintig uur per week gaat hij de regie-opleiding aan de Amsterdamse theaterschool leiden. De afgelopen vier jaar bestierde hij het alternatieve theaterterrein Kampnagel in Hamburg. Zijn Hamburgse afscheidsregie Sehnsucht is dit weekend in Haarlem te zien. 'Das war prima!' kopte een Duitse krant.

Hij moet nog aan zijn nieuwe werkplek wennen. Het uitzicht vanuit zijn kantoor aan de Keizersgracht is mooi, maar hij mist de kolossale havenkranen die de Internationale Kulturfabrik Kampnagel het aanzien van een industrieel monument verlenen. Onder leiding van ex-Werkteater-acteur Hans Man in 't Veld ontwikkelde Kampnagel zich van een armoedige theaternederzetting aan een troosteloos Hamburgs kanaal tot een bloeiend produktiecentrum en premièretheater, waar onbekende nieuwkomers naast de crème de la crème der avantgarde staan.

Het eerste jaar bond hij dagelijks de strijd aan met kapotte kachels, instortende daken en lekkende waterleidingen. Zwaarder nog viel hem de strijd tegen de even talrijke als talentloze theatergroepjes die zich in de leegstaande fabriekshallen hadden genesteld. “Ik moest al die werkloze leraren met hun deprimerende clownsnummers van hun speelplaats verjagen. Het pijnlijke was dat juist zij als leeuwen voor het behoud van Kampnagel hadden gevochten. Van de 140 groepjes zijn er uiteindelijk tien overgebleven.”

Aan die groepen wilde hij laten zien dat je met weinig middelen heel wat kunt bereiken, als je maar op je eigen kracht vertrouwt. “Zelf theater maken, zomaar vanuit het niets, zonder auteur of duur produktieapparaat, daar hebben Duitse toneelspelers grote moeite mee. Ze hebben alleen geleerd om te reproduceren. Ze wachten netjes tot een autoriteit hun vertelt hoe ze zich moeten bewegen of kleden en alles gebeurt met een dodelijke ernst.”

Dat ligt, haast hij zich te zeggen, niet aan henzelf, maar aan het starre toneelbestel. “In Nederland hebben acteurs, regisseurs en choreografen zich dankzij Actie Tomaat gerealiseerd dat ze in beweging moesten blijven. Er zijn werkplaatsen en kleine theaters gekomen, de opleidingen zijn veranderd, er is een levendig contact tussen de grote gezelschappen en het tweede en derde circuit. In Duitsland zijn bezoekers, acteurs en toneelscholen nog steeds gefixeerd op de zwaar gesubsidieerde staatstheaters. Maar daar gebeurt weinig opwindends. Omdat de grote gezelschappen in de steden tevens de baas van de plaatselijke schouwburg zijn, is er geen concurrentie. Er is ook geen onderlinge beïnvloeding omdat er niet gereisd wordt.'

Niettemin constateert hij dat beide systemen naar elkaar toegroeien. “In Nederland wil elk zichzelf respecterend gezelschap tegenwoordig een eigen theater. De reislust is tanende. Dat kan tot verstarring leiden. Intussen hebben de Duitse politici in Kampnagel gezien dat je ook met minder geld goede voorstellingen kunt maken. Ze zijn zich gaan interesseren voor het Nederlandse produktiemodel.”

Met Sehnsucht, einmal ausatmen können, zijn laatste produktie voor Kampnagel, wist Hans Man in 't Veld ook de Duitse pers ervan te overtuigen dat theater op basis van improvisaties, mits professioneel gebracht, een gelijkwaardige plaats naast het klassieke repertoiretoneel inneemt. Das war prima! kopte de TAZ, en het Hamburger Tageblatt prees de persoonlijke inzet en de indrukwekkende bewegingen in dit 'buitengewone Schauspielerprojekt'. Andere critici toonden zich verrast over de exotische samenstelling van het ensemble. Een blond Zwitsers meisje (Marion Amschwand) en een Surinaamse rasta-jongen (Kenneth Herdigein van Wim T. Schippers' We zijn weer thuis), verstrikt in een innige omhelzing, zoiets zien zij volgens Man in 't Veld niet in het Schauspielhaus, waar een donkere acteur hoogstens een gastrol krijgt als Morenkoning.

Vier grote witte tuinstoelen domineren het toneelbeeld in Sehnsucht. “In het Hamburgse Stadtpark vechten de wandelaars 's zomers om zo'n zetel. Dat levert prachtige balletten op. De gelukkigen die zo'n stoel bemachtigd hebben, dromen in een mum van tijd weg. Waar dromen ze van als ze jong zijn? En welk verlangen blijft er over als je oud bent en op het punt staat om dood te gaan? In de voorstelling zie je de ontwikkeling van het verlangen bij vier verschillende mensen.”

Blozend geeft Hans Man in 't Veld toe dat hj vaak naar het Werkteater terugverlangt, dat geëngageerde clubje waar hij zeventien jaar lang lief en leed mee deelde. “Het was zo'n heftige tijd. Ook op momenten dat we wereldsuccessen hadden, leverden we felle kritiek op onszelf, maar altijd gericht op verbetering van de voorstelling waarmee we bezig waren. We draaiden nooit op onze routine. Als we een voorstelling over gevangenen aan het maken waren, keken we minstens een hele dag in een gevangenis rond. Zoiets verruimt je leven, het bevredigt je nieuwsgierigheid.”

Uit onvrede met het toneel in de schouwburgen richtte hij een kwart eeuw geleden samen met Jan van Galen de Haarlemse Toneelschuur op. Jan Joris Lamers kwam met een spraakmakende voorstelling. “Lamers had een Dada-programma. Hij legde een goudvis op het toneel, de dierenbescherming kwam erop af, het werd een enorme rel.”

Gedecideerd geklop op de deur van de directiekamer maakt een eind aan ons gesprek. “Dat zijn mijn eerstejaars studentes. We gaan de voorstelling van Peter Brook bespreken die we in Hamburg hebben gezien.” Voor de komende cursusjaren streeft het kersverse schoolhoofd aan de Keizersgracht naar zoveel mogelijk internationale contacten. Duitse docenten moeten het aanstormende regietalent in Nederland leren “hoe dat werkt met die klassiekers”. Want een beetje ouderwetse degelijkheid, daar heeft hij niets op tegen.