Love verstrikt in Russisch privatiseringsweb

MOSKOU, 8 MAART. De verkoop van staatsbedrijven aan particulieren vervult een sleutelrol in de hervorming van de Russische economie, maar sommige bedrijfsdirecteuren hebben over privatisering zo hun eigen gedachten. Dat merkte Love Fashion Group uit Oldenzaal toen het een aandeel wilde kopen in Ruslands grootste producent van herenconfectie.

Love Fashion, met 250 werknemers fabrikant van casual en jeans-kleding voor mannen onder het internationaal geregistreerde merk Love, legde twee jaar geleden de eerste contacten met Bolsjevitsjka, een fabriek met 1.300 werknemers die per jaar 220.000 herenpakken op de markt brengt. Het waren wel van die pakken die “rechtop bleven staan als je ze neerzette”, aldus Love's produktiemanager C.H.M. Kienhorst, maar om dat soort tekortkomingen te verbeteren zocht Bolsjevitsjka juist samenwerking met een Westers bedrijf. Love begon kostuums, pantalons en blazers te maken op de produktielijnen van Bolsjevitsjka voor afzet in de landen van de voormalige Sovjet-Unie. “De samenwerking was heel succesvol”, vindt ook Bolsjevitsjka directeur Vladimir Goerov. “Het waren erg aardige mensen.”

Daarom was het zo opmerkelijk dat Goerov niets van zich liet horen toen het privatiseringsfonds van de stad Moskou op 18 oktober vorig jaar 49 procent van de aandelen Bolsjevitsjka te koop aanbood. (De andere 51 procent waren naar de werknemers gegaan.) Kienhorst erkent dat Goerov al daarvoor “steeds lauwer” over de samenwerking was geworden. Goerov zegt op zijn beurt dat, hoewel er op dat moment nog steeds produktie en verkoop van Love via Bolsjevitsjka liep, hij wegens zakelijk meningsverschillen de relatie met Oldenzaal al had opgegeven.

Dat niet alleen, de directeur had inmiddels besloten met de Britse kledingfabrikant Illingworth Morris verder te gaan. Illingworth Morris heeft jarenlang pakken naar de Sovjet-Unie geëxporteerd van het huismerk Crombie, pakken die tot in de hoogste partijkringen werden gedragen. Volgens Goerov is het Britse bedrijf precies de partner die Bolsjevitsjka nodig heeft.

Maar in het privatiseringsprogramma dat de Russische regering sinds anderhalf jaar doorvoert, is het niet de directeur van een staatsbedrijf die de koper kiest, maar een speciale commissie. Daarin heeft de directeur slechts een adviserende stem. Vertegenwoordigers van de staat - de eigenaar tenslotte - geven de doorslag. De commissie kijkt behalve naar de geboden prijs ook naar de geschiktheid van de potentiële kopers. Om die te beoordelen stelt de commissie een aantal voorwaarden op waaraan de investeerder moet voldoen.

Voorwaarden genoeg, maar Illingworth Morris was de enige bieder. Totdat Kienhorst door een relatie in Moskou over de privatisering werd getipt. Love Fashion slaagde er op de valreep in een bod uit te brengen via de voormalige ontwerper van Bolsjevitsjka, Vladimir Obergan, die inmiddels een privé-bedrijf was begonnen.

Toen de enveloppen met de aanbiedingen werden geopend, bleek Obergan 150 miljoen roebel (toen ongeveer 150.000 dollar) voor Bolsjewitsjka te willen betalen en Illingworth Morris slechts 100 miljoen. Van de 5,5 miljoen dollar die de nieuwe eigenaar in Bolsjevitsjka moest investeren, zou volgens het plan van Illingworth Morris bovendien de helft terugvloeien naar Engeland als betaling voor licenties en distributie, terwijl in de opzet van Obergan het hele bedrag in Rusland zou blijven. Verder bleek dat Illingworth Morris niet alle vereiste papieren had ingeleverd - waaronder de bankgaranties voor de 5,5 miljoen investering.

Toch koos de commissie voor de Britten. Illingworth Morris voldeed volgens de commissieleden namelijk als enige aan de eis dat de koper 'de licenties van internationaal erkende merken als Crombie' moest bezitten. Verder had de commissie tijdens zijn zitting op donderdag 11 november schriftelijk advies ingewonnen bij vier vooraanstaande Russische instituten en die hadden alle vier op dezelfde dag, donderdag 11 november, schriftelijk geantwoord dat Illingworth Morris te prefereren was boven Love Fashion.

Ze keken hun ogen uit in Oldenzaal. Het door de commissie gevraagde internationaal erkende merk Crombie was immers het huismerk van Illingworth Morris. En het in Moskou vragen en ontvangen van vier schriftelijk adviezen binnen één dag was een prestatie die in het Guinnes Book of Records zou thuishoren - als het eerlijk zou zijn gegaan. Love Fashion stapte daarom naar de rechter.

De juridische procedure leidde tot publiciteit in de Russische media, waarin Bolsjevitsjka-directeur Goerov de positie van Love Fashion en de kwaliteit van Love-produkten sterk in twijfel trok. Ook tegenover deze krant liet hij zich geringschattend uit over zijn voormalige Nederlandse partners. De beslissing om in beroep te gaan tegen de uitspraak van de privatiseringscommissie noemde hij “schandalig en illegaal”. Ondanks de tienduizenden kostuums, pantalons en blazers die Bolsjevitska en Love samen hadden geproduceerd, onderstreepte hij: “Love Fashion te klein en te 'downmarket' voor ons. Illingworth Morris is een veel geschikter partner.”

De arbitragerechtbank van de stad Moskou heeft nu uitspraak gedaan - en Love Fashion in het gelijk gesteld. De vergelijkende analyse van 11 november is volgens de rechtbank niet objectief geweest. Ook constateren de rechters dat Illingworth Morris bij zijn bod niet alle vereiste documenten heeft overlegd. Daarmee is volgens de rechtbank nog maar één bieder over, en die krijgt dus het gewenste aandelenpakket toegewezen. Plus een schadevergoeding van 1500 roebel (1 gulden 70).

Bij Love Fashion in Oldenzaal beraden ze zich al op de positie van Vladimir Goerov. “Als de statutaire directeur zo duidelijke twijfels heeft over de partner Love Fashion, kan de aandeelhoudersvergadering dan nog wel met hem verder gaan?”, vraagt Kienhorst zich af. “Nee, ik denk dat de heer Goerov zelf zal willen terugtreden.”

Maar Goerov wijst erop dat het investeringsfonds van de stad Moskou inmiddels in beroep is gegaan. “Een groot misverstand”, noemt hij de rechterlijke beslissing. “Het is toch belachelijk als Obergan zou winnen. Illingworth Morris moet de winnaar zijn!” Uitspraak uiterlijk 15 april.

    • Hans Nijenhuis