Kooijmans overlegt in Hanoi over asielzoekers

DE HAAG, 10 MAART. Minister Kooijmans van buitenlandse zaken heeft in Hanoi de kwestie van de terugkeer van 375 uitgeprocedeerde Vietnamse vluchtelingen uit Nederland aan de orde gesteld maar er is geen akkoord gesloten met de Vietnamese regering.

De vluchtelingen zijn afkomstig uit het voormalige Tsjechoslowakije, waar zij heen werden gestuurd als gastarbeider, maar krijgen hier geen verblijfsvergunning omdat zij bij terugsturing volgens Den Haag geen gevaar lopen. De Tweede Kamer heeft de regering gevraagd om waterdichte juridische garanties dat de terugkerende Vietnamezen geen moeilijkheden ondervinden, maar de voorbereiding voor het ondertekenen van een verdrag neemt volgens buitenlandse zaken meer tijd in beslag om die garanties te krijgen. Ook de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) streeft naar betere afspraken met de Vietnamese regering omdat van de terugkeer van de Vietnamezen die sinds 1991 in Nederland verblijven een precedentwerking kan uitgaan. Vooral uit Azië moeten nog tienduizenden vluchtelingen terug keren naar hun land.

Worden er bij de Nederlandse terugzending fouten gemaakt of zouden er onduidelijkheden overblijven dan werkt dat ten nadele van al diegenen die zullen volgen. Daarom wil ook het IOM pas haar medewerking aan de terugkeer verlenen en toezien op de herhuisvesting als de afspraken volledig zijn en in een akkoord tussen Nederland en Vietnam vastliggen.

Nederland zoekt vooral duidelijkheid over de positie van die Vietnamezen die tegen hun zin naar Vietnam terugkeren. Voor herhuisvesting heeft het ministerie van justitie één miljoen gulden ter beschikking gesteld. Minister Kooijmans heeft tijdens zijn gesprek met zijn Vietnamese ambtegenoot Nguyen Manh Cam gewezen op de internationale verplichting die Vietnam als lid van de Verenigde Naties heeft om terugkerende landgenoten op te nemen. Hij vroeg de Vietnamese regering om haast te maken met de overeenkomst met Nederland.

Kooijmans stelde ook de kwestie van mensenrechten en religieuze vrijheden aan de orde. De economische vooruitgang in Vietnam moet in de ogen van de Nederlandse regering gepaard gaan met grotere politieke vrijheden en de sociale achterstelling van een deel van de bevolking moet sneller worden opgeheven.

Een woordvoerder van minister Kooijmans in Hanoi noemde de discussie vanmiddag moeizaam. De Vietnamezen ontkenden in het gesprek met de Nederlandse delegatie dat er op het terrein van godsdienstvrijheid problemen waren. Zij wezen er met nadruk op dat zij als leden van een autonome regering 'wel het recht hadden om erop toe te zien dat de orde niet verstoord mag worden', aldus de woordvoerder.

Kooijmans tekende wel een overeenkomst over de bescherming van wederzijdse investeringen. Nederland staat tiende op de lijst van grote investeerders in Vietnam. Het is het derde Europese land na Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk met een totale investering van 450 miljoen gulden (Shell, Heineken, Organon en investeringen van een aantal handelshuizen). Sinds december vorig jaar heeft Nederland weer een bescheiden ambassade in Hanoi, die opereert in twee kamers van hotel Danchu.

In 1988 sloot Nederland zijn ambassade in de stad, ondanks protesten van de toenmalige ambassadeur van Nederland in Bangkok, mr. P. van Walsum. Juist op dat moment diende zich in Vietnam al een ongekende economische groei aan die ook kansen aan het Nederlandse bedrijfsleven zou bieden. Eind vorig jaar werd een nieuwe ambassade geopend.

Minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking wil de hulp aan Vietnam opvoeren (nu 40 miljoen gulden per jaar) maar in de Tweede Kamer bestaan bezwaren tegen het vergroten van de hulp omdat het Nederlandse beleid met projecten in een kleine 60 landen teveel versnippert.