Jongeren over de oorlog: het kan allemaal zo weer gebeuren

AMSTERDAM, 10 MAART. “De Tweede Wereldoorlog, dat is iets vreselijks. Ongelooflijk dat mensen daartoe in staat waren.” Isabella (20) doopt nog eens een frietje in de mayonaise. Ze praat wel eens met haar grootouders over de oorlog. “Die hebben joden ondergebracht. Gelukkig is dat goed afgelopen. Maar weet je wat het erge is? Het kan allemaal zo weer gebeuren.”

De eerstejaars studente fysiotherapie, gekleed in spijkerbroek, houthakkersblouse en baseballpet, gaat vanavond met studievrienden op kroegentocht. Omdat ze weinig tijd heeft, dineert ze bij McDonald's in Amsterdam. Ze weet “best veel” over de oorlog, zegt ze. “We hebben er op school een speciaal project over gehad. Ik lees er ook over en ik ga wel eens naar een oorlogsfilm, zoals Sobibor.”

In tegenstelling tot wat vaak gezegd wordt over de zogenaamde patatjeugd, zijn Nederlandse jongeren bijzonder geïnteresseerd in de Tweede Wereldoorlog. Dit blijkt uit een enquête van NSS Marktonderzoek, gehouden in opdracht van de Rijksvoorlichtingsdienst. Jongeren bestoken met name hun grootouders met vragen over de oorlog en zijn vaak bereid tijdens de dodenherdenking op 4 mei twee minuten stil te zijn, zo maakte de RVD gisteren bekend.

“Tévé aan en mond dicht.” Op die manier doet Mariëlla (25) mee aan de dodenherdenking. “Het is goed dat je je blijft realiseren wat er toen is gebeurd.” Isabella gaat op 4 mei meestal met haar ouders naar het monument op de dijk in Rijnsaterwoude (bij Leiden). Ook Mark (17), die een tafeltje verderop achter een beker cola en een dienblad vol etensresten zit, is “meestal wel even stil” op 4 mei. “Mijn opa heeft D-day meegemaakt en die zag daar zijn makkers om zich heen vallen. Hij zei altijd: dat mag nooit meer gebeuren.”

Niels, die samen met Mark in 4-VWO zit, raakte pas onder de indruk van de Tweede Wereldoorlog toen het in de geschiedenisles werd behandeld. “Eerst was ik onverschillig. Mijn ouders vertelden er wel over, maar het werd niet echt duidelijk. Totdat we laatst met de klas een film zagen over vergassingen en executies van joden. Tjonge, dat het zo gegaan is, dacht ik toen.” Hij is vast van plan later ook zijn eigen kinderen te vertellen over de Tweede Wereldoorlog. “Ze moeten weten dat het heel erg was.”

Een paar straten verderop, op de jeugdafdeling van de openbare bibliotheek, zit Heng-chang (17) achter zijn wiskundeboeken. Hij heeft nog nooit meegedaan aan de dodenherdenking op 4 mei. “Ik ken geen mensen die toen zijn overleden.” Hij vindt wel dat jongeren moeten weten wat er gebeurd is in de oorlog. Thuis leest hij vooral boeken over de Tweede Wereldoorlog in China, want “mijn ouders waren toen daar”.

Marieke (16) die de zaal oploopt om een geleend boek in te leveren, heeft net “die ene film van Spielberg”, Schindler's List, gezien. “Een goeie film, hoewel de oorlog daarin niet zo erg lijkt.” In het echt moet het veel vreselijker zijn geweest, denkt ze. Verscheidene boeken heeft ze al gelezen over de oorlog. “De Aanslag en iets van Marga Minco.”

Boeken over de Tweede Wereldoorlog zijn populair, weet Marijke Troelstra, hoofd van de jeugdafdeling centrale bibliotheek in Amsterdam. “Spannende boeken, van Evert Hartman en Jan Terlouw. Of meer betrokken boeken, bijvoorbeeld van Ida Vos die als joods meisje ondergedoken zat en zo stil moest zijn dat ze daarna nooit meer heeft durven schreeuwen.” Maar het dagboek van Anne Frank pakken kinderen niet gauw van de plank. “Daar moeten ouders hen echt op wijzen.”

De laatste jaren gaan stemmen op om de 4 mei herdenking af te schaffen. Het zou een achterhaald instituut zijn. Jongeren lijken het daarmee niet eens te zijn. “Ik ken wel kinderen die de oorlog niets kan schelen”, zegt Marieke. “Die zeggen dan als ze de literatuurlijst zien: nee hè, niet weer een boek over de oorlog. Maar iedereen moet weten wat er is gebeurd, zodat het niet weer voorkomt.” Ook Niels denkt dat het goed is dat iedereen op 4 en 5 mei weer aan de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog wordt herinnerd. “Anders zou het gemakkelijk weer kunnen gebeuren.”

Hoewel de laatste jaren op 4 mei meer dan alleen de Tweede Wereldoorlog wordt herdacht, lijken jongeren die dag te willen reserveren voor de oorlog van '40-'45. “Bosnië en zo, daar is het niet voor”, stelt Marieke. “Het is echt voor de slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog.” Volgens Mark gaat er “een stukje eer van af” als je niet alleen de Nederlandse maar ook “de gevallenen in voormalig Joegoslavië” herdenkt. “Trouwens, dat kun je beter in internationaal verband doen. Want wat is Nederland nou in de wereld?”

Ook de thema's die ieder jaar aan de herdenking worden verbonden, dit jaar de sociale grondrechten, slaan niet aan bij de jeugd. “Geen idee wat het is”, zegt Heng-chang. “Op 4 en 5 mei denk ik alleen aan de Tweede Wereldoorlog”, zegt Isabella. Ook Niels vindt de dodenherdenking op zich “wel voldoende”. “Wat hebben de gevallenen uit de Tweede Wereldoorlog nou met sociale wetgeving te maken?”

    • Birgit Donker