Het CDA en zijn lijdensweg

Naarstig zoekt het CDA naar de oplossing voor het AOW-probleem. Weloverwogen kan het nauwelijks gaan. De tijd en de kiezers tikken weg. Diverse modellen zijn inmiddels verlaten, velen zullen nog volgen. Een onderscheid tussen oude en nieuwe gevallen, speciale compensatiemaatregelen voor even speciale AOW'ers, extra lastenverlichting, een andere ziektekostenregeling.

Allemaal reuze inventief, maar zolang Brinkman niet openlijk roept dat de plannen worden ingeslikt en de AOW de komende jaren onaangetast blijft, zal het CDA met een probleem blijven zitten. Waar nu aan gewerkt wordt is een Haags compromis, bedoeld om de sommen kloppend te krijgen. Nodig is echter een compromis met de weggelopen kiezer en dat ziet er heel anders uit. Wil dat succes hebben, dan heet het trouwens ook geen compromis, maar een knieval.

De vergelijking tussen de AOW-affaire van het CDA en de WAO-perikelen van de PvdA is de afgelopen weken vaak gemaakt. Terecht, want het lijkt inderdaad of de voorstelling van inmiddels bijna drie jaar geleden in een nieuwe rolbezetting wordt opgevoerd. Er is echter één groot verschil: de Partij van de Arbeid had vervolgens drie jaar de tijd om de schade te herstellen, maar het CDA minder dan acht weken. Midden in een verkiezingscampagne op zo'n gevoelig punt als de AOW een draai te moeten maken die men eigenlijk niet wil maken; het is een vrijwel onmogelijke opgave.

Het wantrouwen en de argwaan bij de kiezer zal blijven. Draagvlak is nu eenmaal niet in twee maanden te creëren. En natuurlijk is het onredelijk van de kiezer om het CDA zo te straffen. Want gaat de AOW'er er bij de VVD niet nóg meer op achteruit, en is D66 niet net zo hardvochtig voor de bejaarden als het CDA? Van de (nu nog) grote partijen laat alleen de PvdA het besteedbaar inkomen van AOW'ers iets minder dalen, maar het opmerkelijke is dat die partij daar electoraal niets mee wint. Het toont nog eens aan dat er veel meer aan de hand is dan alleen de AOW. Die drie letters zijn slechts symbool van de uiting van het grote ongenoegen over de gevestigde politiek - waaronder CDA én PvdA worden begrepen. Het CDA wordt niet meer vertrouwd, maar de PvdA net zo min. Zij staan voor het kabinet dat, zoals D66-leider Van Mierlo het twee jaar geleden omschreef, “van niemand is”. Niet dat kabinetten vroeger wel van iemand waren, maar in elk geval vindt dat gevoelen nu bij de kiezer wel een voedingsbodem. Geëmancipeerd als hij is, zegt hij de vertrouwde beweging vaarwel en zoekt zijn geluk elders. In de extreme hoek om 'ze' die niet willen luisteren eens goed te laten schrikken (wat dat betreft hebben de oude partijen de afgelopen maanden niets nagelaten om hun angst te tonen) of elders in het midden als het om een gewoon afscheid gaat. Waarmee de nieuwe politieke verhoudingen zijn bepaald.

Het 'Balkaniseringsproces' dat de afgelopen jaren uitentreuren is beschreven als het om de PvdA ging, doet zich nu in dezelfde mate voor bij het CDA. Dat wil zeggen: het wordt nu pas echt opgemerkt. Want terwijl er op symposia nog gefilosofeerd werd over het CDA als successtory, was de ontbinding al in gang gezet. Wie nu eens een keer niet naar de cijfers van Maurice de Hond en zijn bureau Interview kijkt, maar de peilingen van het NIPO erbij betrekt, ziet dat het CDA al sinds het verschijnen van de Tussenbalans, dus betrekkelijk kort na het aantreden van het kabinet Lubbers/Kok, in een neerwaartse spiraal zit.

Telkens weer heeft het CDA een ander deel van het electoraat van zich weten te vervreemden. Het rechterdeel van de partij, goed bediend ten tijde van de eerste twee kabinetten Lubbers toen met de VVD werd geregeerd, schrok terug toen in de Tussenbalans de lastenverzwaringen zichtbaar werden. Het linkerdeel had grote moeite met de WAO-voorstellen. Tussendoor werd het bijbelvaste deel van het CDA in verwarring gebracht met de (hernieuwde) discussie over de vraag of het CDA nu wel of geen christelijke partij was. De euthanasiewetgeving en de wet gelijke behandeling maakte het voor Barneveld en omgeving nog gemakkelijker om af te haken. En dan zijn er ook nog de boeren die zich al jarenlang door het CDA in de steek gelaten voelen. Is het niet de mestwetgeving, dan is het wel de gasprijs. Opvallend bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen was het aantal VVD-verkiezingsborden in de weilanden; vroeger toch het onbetwiste domein van het CDA.

In het vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen verschenen maartnummer van het blad Christen Democratische Verkenningen van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA noemt stafmedewerker Brinkel als kenmerk van het CDA dat deze partij zich laat leiden door beginselen, uitgangspunten en vertrekpunten en niet door 'eindselen' of 'aankomstpunten'. Brinkel: “Dat is het verschil tussen de politieke overtuiging van het CDA en een traditionele ideologie, die per definitie een aankomstsituatie schildert.” Met de ervaring van de uitslag van de raadsverkiezingen rijker zou er aan kunnen worden toegvoegd: het is een keuze voor een kleine partij. Kiezers raken juist steeds meer geïnteresseerd in 'eindselen' en 'aankomstpunten'. Alleen vertaalt zich dat niet meer in het beloofde land, maar in veel 'platvoerser' zaken zoals beloofde koopkracht.

Zet die lijn zich door dan wacht het CDA nog een lange lijdensweg. De eerste tekenen doen zich al voor in de gemeenten waar de uitgesproken bestuurderspartij door het verlies van bijna een kwart van de raadszetels de komende weken tijdens de college-onderhandelingen een navenant aantal wethouders zal zien verdwijnen. Op landelijk niveau mag de partij misschien nog net de premier leveren, maar voor het overige zal het CDA genoegen moeten nemen met een veel bescheidener rol in het kabinet dan men tot nu toe gewend was. En dan kan de discussie in het CDA echt beginnen.

Toch maar de vraag: is het allemaal de schuld van Brinkman? Nee dus. Het komt slechts op hem af en dan blijkt dat hij het proces van neergang dat zich in al zijn verschillende facetten voordoet, niet weet te beheersen. De vraag óf het beheersbaar is, doet bij de beoordeling van de eerstverantwoordelijke niet ter zake. Hoe groter de consternatie in de partij, des te eerder dat moment van oordeelsvorming zich aandient. Dan gaat het niet meer om de stijl van de leider, maar om het lot van de leider.