Harde kritiek Westen op Turkije; VS, Europa willen politieke oplossing kwestie Koerden

ANKARA, 10 MAART. Turkije ligt onder een spervuur van kritiek vanuit Europa en de VS wat betreft de beslissing van vorige week om op beschuldiging van separatisme de parlementaire onschendbaarheid van zeven Koerdische parlementariërs (en op andere gronden één moslim-fundamentalistische afgevaardigde) op te heffen.

Op separatisme staat in Turkije de doodstraf. Wat de Koerdische parlementariërs feitelijk hebben gedaan, is zich in binnen- en buitenland uitlaten over de Koerdische kwestie. Dat maakt hen in de ogen van het Turkse publiek tot handlangers van de separatistische Koerdische Arbeiders Partij (PKK), die in Zuidoost-Turkije een guerrilla-oorlog voert voor een onafhankelijk Koerdistan.

Stephen Oxman, de Amerikaanse onderminister van buitenlandse zaken, liet vandaag en gisteren tijdens gesprekken in Ankara nadrukkelijk weten dat “de VS er begrip voor hebben dat de terreur in Zuidoost-Turkije bestreden moet worden. Maar er moet tegelijk worden gezocht naar een politieke oplossing voor het Koerdische vraagstuk.”

De voorzitter van de Assemblée van de Raad van Europa, Miguel Angel Martinez, zei eerder deze week dat “de ontwikkelingen in strijd zijn met het idee dat Turkije de mensenrechten en de democratie respecteert”. Het Europees Parlement heeft de socialistische Belgische afgevaardigde Marc Galle, die tevens vice-voorzitter is van de parlementaire commissie van de Europese Unie en Turkije, inmiddels naar Ankara gestuurd om de zaak met de Turkse autoriteiten te bespreken. De voormalige Franse minister van buitenlandse zaken, Roland Dumas, heeft zich aangeboden als advocaat van de Koerdische parlementariërs.

Europa erkent dat de PKK een terreurorganisatie is die moet worden bestreden. Duitsland en Frankrijk hebben enkele maanden geleden dan ook de PKK en de organisaties die ermee samenwerken verboden, terwijl de rest van de Europese landen, met uitzondering van Griekenland, de illegale uitwassen van deze guerrillagroep zoveel mogelijk probeert te bestrijden.

Tegelijkertijd laat Europa nog een andere boodschap horen in Turkije, namelijk dat er meer aan de hand is in Zuidoost-Turkije dan de gewapende strijd van de PKK en dat de Koerdische bevolking wel degelijk recht heeft op culturele autonomie. Met andere woorden: de aanpak van de Turkse regering om het Koerdische probleem aan de hand van militaire operaties tot een oplossing te brengen is te beperkt. Er zullen ook politieke en sociale hervormingen moeten worden doorgevoerd.

De gedachte was dat de Koerdische politici en hun Democratische Partij een sleutelrol zouden kunnen vervullen bij een eerste, schoorvoetende toenadering tussen de Turkse regering en de Koerdische bevolking, die in groten getale haar steun betuigt aan de PKK. Zo hebben de Koerdische parlementariërs zich de afgelopen tijd ook opgesteld. Ze hebben zich nooit helemaal van de PKK als Koerdische bevrijdingsorganisatie gedistantieerd, omdat in hun ogen een oplossing van het vraagstuk zonder betrokkenheid van de PKK onmogelijk is, maar ze hebben er tevens op gewezen dat hun strijd zich via de politiek voltrekt.

Voor een belangrijk deel van de Turkse bevolking, daarin aangevoerd door de regering en het leger, is het evenwel onaanvaardbaar dat de Koerdische afgevaardigden de terreurdaden van de PKK niet publiekelijk afkeurden. Naarmate het dodental in de guerrilla-oorlog in Zuidoost-Turkije verder steeg, nam ook de hetze tegen de Koerdische afgevaardigden fellere vormen aan. Het resultaat daarvan was dat premier Çiller - vooral om haar conservatieve electoraat mild te stemmen en de woede van het leger te sussen - het voorstel indiende om de parlementaire onschendbaarheid van de zeven Koerdische afgevaardigden op te heffen, ook al was de sociaal-democratische coalitiepartner daar vierkant tegen.

Het is een beslissing die verder reikt dan de mogelijke veroordeling van de zeven Koerdische politici tot de doodstraf. Wat Çiller feitelijk aangaf, is dat een politieke oplossing voor de Koerdische kwestie in de verste verte niet wordt overwogen in Ankara. Elke weg naar een dialoog is nu immers geblokkeerd.

Daarmee drijft de Turkse regering de Koerdische bevolking niet alleen nog verder in de armen van de PKK, maar vervreemdt het bovendien Europa en ook de VS van zich. De bondgenoten hebben zich tot nu toe uiterst tolerant opgesteld tegenover de slecht functionerende democratie in Turkije, maar laat nu meer en meer blijken dat er wel degelijk grenzen zijn waarbinnen Turkije wordt geacht te opereren in de strijd tegen de PKK.