Haagse winkeliers trekken steeds meer avondklanten

DEN HAAG, 10 MAART. “'t Is niks”, verzucht de Haagse slager J. Beijk. “Ik ben er erg tegen.” Het is bijna zes uur. Hij maakt aanstalten z'n zaak aan de Veenkade te sluiten. Hetzelfde doet groenteman P. Westmaas. In de veronderstelling dat er geen klanten meer komen, dweilt hij alvast de vloer.

Rond deze tijd zijn de tien Haagse avondwinkels net twee uur open. Klanten komen niet meer alleen 'de vergeten boodschappen' halen. Ze stellen zich steeds meer in op het avondwinkelen.

Na een experiment in veertien gemeenten vindt het kabinet dat vrijere openingstijden door heel Nederland moeten gelden. Het wijzigen van de Winkelsluitingswet wordt overgelaten aan het volgende kabinet.

In vergelijking met de dertien andere deelnemende gemeenten bleek uit de evaluatie van de proef dat de Haagse consumenten en winkeliers het meest enthousiast waren. Sinds tweeëneenhalf jaar worden in die stad de regels omtrent openingstijden soepel gehanteerd. De winkeliers mogen zelf bepalen wanneer ze de deur van het slot halen, mits ze het maximum aantal openingsuren van 55 per week niet overschrijden. Vijf maanden na de start in november 1991 deden slechts veertien Haagse winkeliers aan het experiment mee. Maar een jaar later lag dat aantal al op 116 en uit de laatste peiling blijkt dat meer dan 300 ondernemers zich hierbij hebben aangesloten.

De Avondwinkel H&H in de Torenstraat was de eerste in zijn soort in Den Haag. De winkel lijkt op een doorsnee supermarkt, maar met dit verschil dat de klanten er pas vanaf vier uur 's middags terecht kunnen. Vlak voordat het zover is, plaatst bedrijfsleider R.E. van Soldt verse groente in de gekoelde vitrine. Hij vertelt dat de klanten in het begin “vergeten boodschappen” kwamen halen. “De mensen krijgen onverwacht bezoek of hebben wat pilsjes nodig voor een feestje. Maar tegenwoordig zie je dat ze van alles kopen. Ik heb echt die omslag meegemaakt.” Uiteraard reageert Van Soldt verheugd op het nieuws dat in heel Nederland vrijere openingstijden in het verschiet liggen. “Het zat er natuurlijk aan te komen. Ik snap dan ook niet waarvoor zo'n experiment nodig was. In Rotterdam en Amsterdam draaien de avondwinkels toch al jaren.”

Bedrijfsleider M.H. Khosravi van de avondwinkel Ké Mart (geen onderdeel van de Amerikaanse winkelketen K-Mart) sluit zich hierbij aan. “We hebben ons assortiment uitgebreid naar circa tweeduizend producten. De mensen gaan zich echt instellen op 's avond winkelen.”

Slager J. Beijk van de Veenkade is daarentegen zeer ontevreden over het plan. “Wat moet ik nou wanneer alle andere slagers 's ochtends dicht blijven en besluiten om tot elf uur 's avonds open te zijn. Nou, ik ga dit keer niet met ze mee. Ik blijf bij mijn tijden.” De slager klaagt dat z'n gezin zal lijden onder de verschuiving van z'n winkeltijden. Als hij 's avonds moet werken, ziet hij z'n kinderen niet meer. Extra personeel kan hij zich niet veroorloven.

“Bent u nog open”, vraagt een jonge klant aan groenteman P. Westmaas. Het wordt één van de laatste klanten van die dag want klokslag zes uur sluit Westmaas zijn winkel aan Westeinde. Volgens hem zal een vrijere openingstijd niet leiden tot meer omzet. “Ben ik tot zes uur open, dan komen ze om vijf voor zes nog even wat halen. Maar ben ik tot negen uur open, dan komen diezelfde klanten om vijf voor negen.”

De gemeente Den Haag wijst de kritiek van kleine ondernemers van de hand. “Ze mogen, ze moeten niet”, beklemtoont M. Caffin van de gemeentelijke afdeling economie en marketing. Zij legt uit dat iedereen is gebonden aan het maximum van 55 uur. “Wanneer in een winkelgebied dan toch sprake is van onevenredige concurrentie, kan de gemeente ingrijpen met een verordening”, aldus Caffin.

Winkelier Ferenc van het platenzaakje Hotmix probeert 'Aphex Twin' en 'Hallucination Generation' tot acht uur 's avonds aan de man te brengen. De speciaalzaak in geïmporteerde house-muziek trekt dan ook een heel ander publiek. “Geen hond gaat 's ochtends om negen uur een house-plaat kopen. Die deejays, die hier hoofdzakelijk komen, liggen dan nog in hun nest.”