Glas Rivella maakt de tongen los

Voorstelling: Rolbrug, van Bouke Oldenhof. Spel: Wimie Wilhelm en Joop Wittermans. Regie: Matthijs Rümke. Gezien: 9/3 in Klein Bellevue, Amsterdam. Aldaar t/m 19/3 (22.00u), daarna elders.

Dat deze twee, ietwat uitgezakt op hun caféstoeltjes, ooit min of meer voor elkaar bestemd waren, is geen gedachte die zich onmiddellijk opdringt. Ze zitten daar om ons, die kennelijk onbekenden zijn in de streek, te vertellen hoe het er vroeger was. Eens was de wipbrug naast het café een rolbrug, vertelt de man - toen voeren er nog schuiten vol turf en stront. Maar ja, de ruilverkaveling. Nu varen er plezierjachten. Weten wij hoe ze die hier noemen? Strijkijzers, zegt hij. Tupperware, verbetert zij.

Ze hebben elk hun eigen versie van de geschiedenis en dat levert, omdat ze mensen van weinig woorden zijn, grappige kortsluitingen op. Maar gaandeweg komen er andere verhalen los, zodat er ook heel langzaam iets gaat schrijnen onder die komische weerbarstigheid. Ze zijn alletwee vrijgezel. Overgebleven, heet dat hier. Zij heeft in de schaduw geleefd van een zuster, hij in die van een neef. Daardoor is het tussen hun beiden nooit iets geworden. Ze hebben er iets wrokkigs aan overgehouden, dat grotendeels onuitgesproken blijft. “'t Had niet wezen moeten,” is zo ongeveer de meest emotionele tekst die hen over de lippen komt. Pas na een paar Rivella's komen de tongen iets meer los.

De eenakter Rolbrug is een Fries/Groningse coproduktie, door Bouke Oldenhof sereen geschreven in een taal die in mijn westerse oren klinkt als een heel verstaanbaar soort Nederlands-Gronings. De voorstelling wordt, in de minutieuze regie van Matthijs Rümke, gespeeld door Wimie Wilhelm en Joop Wittermans - aanvankelijk als twee prototypes uit het hoge noorden, maar allengs met meer compassie voor de gevoelens die niet naar de oppervlakte kunnen komen. Ontroerend onhandig worden ze, als wij uitgelachen zijn. Zij met de onwilligheid die ze zichzelf heeft opgelegd, en hij met zijn onbegrip voor vrouwen die nog méér willen dan een man die schoon is op zijn lijf en altijd meteen na het eten de afwas doet. Misschien is er, nadat we weg waren, toch nog iets tussen hen gegroeid. Dat hoop ik maar.

    • Henk van Gelder