'Ge moet niet bang zijn. Dan weten ze u juist te pakken'

BREDA, 10 MAART. Nieuwsgierigheid won het van hun angst. Gealarmeerd door alle onheilstijdingen trokken ze naar het stadion. Honderden inwoners van Breda, vergezeld van honden en hondjes, om kwaadwillenden af te schrikken. Op de fiets of met de auto, zodat ze ogenblikkelijk het hazepad konden kiezen. En de dappersten gewoon lopend. Een mevrouw van boven de veertig, met een zwaar Brabants accent, is op haar snorfiets gekomen en staat pal voor een van de slechts twee ingangen die in gebruik zijn. “Mijn man, m'n zoon en m'n dochter en haar vriend zijn binnen. Als ze maar heel thuis komen. Ik zeg nog tegen m'n man: Wat als ze u in mekaar schoppen? Dan heb ik pech gehad, zegt ie.”

Ze is er niet helemaal gerust op, maar angstig wegkruipen thuis, dat doet ze niet. “Ge moet ook niet bang zijn, dan weten ze u juist te pakken.”

De al dagenlang gevreesde ongeregeldheden rond het bekertreffen tussen NAC en Feyenoord vielen gisteren mee. De angst voor hordes Feyenoord-fans die zonder toegangsbewijs naar Breda zouden afreizen, bleek ongegrond. Om de risico's op voorhand zo klein mogelijk te houden, zette burgemeester Ed Nijpels tweehonderd man politie in. Zo'n veertig procent meer dan bij de competitiewedstrijd tegen Feyenoord. Bovendien werden toegangspoorten gedeeltelijk afgezet met containers en trailers, waardoor een scherpere controle mogelijk was. En de kelder van het naburige gerechtsgebouw werd ingeruimd voor mogelijke arrestanten.

Om de toevoer van toeschouwers te spreiden, ging het stadion al om half zes open. Twee uur voor aanvang van de wedstrijd, een uur eerder dan gewoonlijk. Het is dan al druk bij de hoofdingang. De massaal aanwezige politie-agenten worden wat gejend, maar de sfeer is ontspannen. De vele persfotografen kijken werkloos toe. “Ik had liever binnen gezeten”, zegt een van hen. “Hier gebeurt het niet.” Een rondje om het stadion leert dat hij gelijk heeft. Een enkele fan zonder kaartje doolt rond, maar ook de omwonenden die positie hebben gekozen achter hun ramen zien dat relletjes uitblijven. Via een ingang aan de zijkant worden Rotterdamse kijkers uit de extra ingezette bussen direct het stadion binnengeloodst. Een in kennelijk voorgeschreven felgekleurd trainingspak gestoken jongen heeft zojuist gemerkt dat hij zonder ticket inderdaad niet binnenkomt. “Ik ga het hier slopen”, brult hij met Rotterdamse tongval. Een rechtsdienaar hoort het glimlachend aan: “Nee hoor, het is niet erger dan normaal. Maar ja, er is natuurlijk wel wat meer politie op de been.”

Aan de achterkant van het stadion verdringen nieuwsgierigen zich voor een hek. “U bent net te laat”, zegt een man, terwijl hij blijft staren naar het trainingsveld dat op grote afstand van de afscheiding ligt. “Er schijnt daar iets gebeurd te zijn.” In de verte loopt inderdaad iemand.

Wanneer de wedstrijd begint _ bijna een kwartier later dan gepland _ staat voor de hoofdingang nog steeds een omvangrijke menigte. Die wordt eerder groter dan kleiner. “Op het journaal zag ik dat 400 Feyenoorders voor opstootjes hadden gezorgd in het centrum van de stad”, meldt een jongen op een brommertje. “Dat moet ik zien”, was zijn gedachte geweest. Dat nu slechts de aanwezigheid van de plaatselijke bevolking voor enige beroering zorgt, zegt hem niets. “Als NAC wint, wordt het straks rotzooi. Dat pikken die Rotterdammers nooit.”

Een politiewoordvoerder deelt mee dat enkele tientallen Feyenoordfans een hekwerk hebben geforceerd, waardoor ze (al dan niet met kaartje) in een vak met NAC-aanhangers terecht kwamen. Nadat die het vak hadden verlaten, voorkwam een buffer van ME'ers dat het werkelijk vervelend werd.

Wanneer blijkt dat NAC het dit keer niet zal redden, verlaat het gros van de supporters nog voor het einde van de wedstrijd het stadion. Buiten de hekken is het onheil dan ook doorgedrongen. “Ik ga naar huis om de samenvatting te bekijken”, zegt de jongen van het brommertje gelaten. “Het blijft nu verder toch wel rustig.”

Hij krijgt gelijk. Aan het einde van de avond blijkt de politie dertien oproerkraaiers in de boeien te hebben geslagen. “Niet veel voor een dergelijke wedstrijd”, verklaart een opgeluchte woordvoerder van de politie.

    • Joop Rommets