Fokker neemt nu groot verlies om snel winst te kunnen maken

ROTTERDAM, 10 MAART. 'Uitverkoop van de Nederlandse industrie' vormde nog één van de meest gematigde kwalificaties die vorig jaar in een opwelling van spontane volkswoede werden gebezigd toen de overname van Fokker door Deutsche Aerospace (Dasa) definitief een feit was. Maar de realiteit gebiedt te erkennen dat Fokker zonder grootaandeelhouder Dasa de huidige diepe malaise op de vliegtuigmarkt vrijwel zeker niet zou hebben overleefd. Die conclusie valt te trekken nu Fokkers verlies over 1993 ten opzichte van de prognose van afgelopen zomer meer dan verdrievoudigd is.

Het kolossale verlies van bijna een half miljard gulden over 1993 zal ook voor Dasa, dat zelf flink in de problemen zit, moeilijk te verteren zijn. Ook al bevestigde Dasa-topman Jürgen Schrempp onlangs nog eens zijn vertrouwen in de toekomst van de Nederlandse vliegtuigbouwer. Het verlies van Fokker over het afgelopen jaar betekent dat de ruim 400 miljoen gulden waarmee het eigen vermogen van Fokker was versterkt bij de verwerving door Dasa van het meerderheidsbelang van 51 procent in Fokker in één jaar zijn verdwenen. Het eigen vermogen daalde desondanks in 1993 slechts met enkele tientallen miljoenen: van 539 miljoen gulden tot 506 miljoen. Het bedraagt nu slechts 11 procent van het totale vermogen, een veel te laag niveau voor een industriële onderneming als Fokker. Zonder de onderhandse plaatsing van aandelen Fokker bij Dasa in het kader van de verwerving van het belang van 51 procent en zonder de conversie van een deel van een achtergestelde converteerbare obligatielening was Fokkers eigen vermogen nu praktisch opgesoupeerd.

Een versterking van de balans van Fokker is nu opnieuw hard nodig om klanten en leveranciers het vertrouwen in Fokker te laten behouden. De raad van bestuur zegt samen met de raad van commissarissen te werken aan mogelijkheden om tot verbetering van de balansverhoudingen te komen. Fokker staat, dank zij de financiële kracht van Dasa's moedermaatschappij Daimler-Benz, niet voor een bankroet. Daimler is volgens recente uitspraken van Dasa-topman Schrempp bereid Fokker financieel door de huidige moeilijke periode te loodsen. Nieuw vermogen zal daarom wel van de Duitse grootaandeelhouder (moeten) komen. Daarbij zal wel zicht moeten zijn op winstgevendheid in bij voorbeeld 1995. Een zware taak voor de per 1 april aantredende nieuwe topman ir. B. van Schaik.

De desastreuze winstcijfers demonstreren dat het na de overneming door Dasa met Fokker wel erg snel bergafwaarts is gegaan. Eind juni schreef Fokker nog in een persbericht: “Als resultaat van de participatie door Dasa en van de onlangs bekendgemaakte reorganisatie neemt Fokker nu een zeer concurrerende positie in op de markt voor regionale verkeersvliegtuigen”. Intussen is pijnlijk duidelijk hoe weinig comfortabel die positie is: Fokker bouwt zijn vliegtuigen veel te duur, de produktie was veel te groot (met als gevolg grote voorraden die een groot beslag op de financiering legden). Nu is besloten de produktie terug te brengen van 60 naar 40 vliegtuigen per jaar, moet Fokker voor de derde keer in twee jaar tijd fors reorganiseren. Maar saneringen kosten in eerste instantie geld; in 1993 was er 90 miljoen mee gemoeid en ook in 1994 zullen grote voorzieningen voor reorganistie moeten worden getroffen. De Fokker-top wil dit jaar nog eens 1900 banen schrappen. Die personeelsreductie - welke vorm zij uiteindelijk ook zal krijgen - moet leiden tot een kostenverlaging van 150 miljoen per jaar. Maar dat voordeel kan Fokker dit jaar wel vergeten. Alleen al daardoor zal ook het lopende jaar nog verliesgevend blijven.

Met kracht zal de raad van bestuur ook de verlaging van de inkoopprijzen van onderdelen ter hand moeten nemen. De kostprijs van Fokkers vliegtuigen moet een procent of dertig omlaag. Ook dat zal niet in een jaar lukken. En ook daar zal trouwens Dasa, als veel te dure leverancier van rompen voor de F70 en de F100, moeten bloeden.

Op het oog lijkt het een lichtpunt dat Fokker er in '93 in is geslaagd de voorraad onverkochte vliegtuigen terug te brengen van 32 tot 6 stuks. Dat zou een aanzienlijke daling van de rentepost hebben moeten betekenen. Een groot deel van die vliegtuigen is evenwel tegen afbraakprijzen aan de man gebracht. Een complicatie is dat luchtvaartmaatschappijen steeds vaker vliegtuigen willen leasen in plaats van kopen. Conservatief gewaardeerd bedroeg de waarde van geleasde toestellen eind '93 ruim een half miljard gulden. Omdat die verhuurde vliegtuigen Fokkers eigendom blijven - de onderneming heeft steeds meer moeite externe financiers voor lease-transacties te vinden - prijken ze op de balans en leggen ze beslag op vermogen. Mede daardoor en door het teruglopen van vooruitbetalingen van klanten stegen de rentelasten zelfs ten opzichte van 1992: van 126 miljoen tot 181 miljoen gulden.

Dezelfde conservatieve boekhoudregels die Daimler Benz hanteert en die dat concern in het verleden miljarden marken aan stille reserves bezorgden, hebben vrijwel zeker tot het grote verlies van Fokker over 1993 bijgedragen. Er wordt namelijk een fors bedrag van 275 miljoen gulden afgeboekt wegens tegenvallende opbrengsten van vliegtuigen in 1993 en 1994. De gedachte daarachter is duidelijk: in één keer zoveel mogelijk verlies nemen om Fokker zo snel mogelijk weer op winst te kunnen brengen. Zelf had Fokker onder druk van de publieke opinie en de vakbonden met het oog op de werkgelegenheid binnen het bedrijf de problemen wellicht weer voor zich uit proberen te schuiven. Maar bij Daimler-Dasa houden ze op dit punt niet van halve maatregelen. Het is voor Dasa, Schrempp en Daimler als het slikken van een bitter medicijn in de hoop op spoedige genezing. “Ik denk dat Schrempp Nederkoorn toch kwalijk heeft genomen dat hij niet beter op de centen heeft gelet”, zegt een ingewijde. “Schrempp wilde met de overname van Fokker door Dasa goede sier maken tegenover Daimler. Maar de praktijk bij Fokker is dat er steeds meer stank uit het riool komt.”

    • Ben Greif
    • Marc Serné