FERNANDO REY 1915 - 1994; Een vileine, charmante don

Fernando Rey, die gisteren op 78-jarige leeftijd in Madrid overleed, was niet alleen de bekendste Spaanse acteur aller tijden, maar ook voor het internationale publiek bij uitstek de incarnatie van een don. Rey's aristocratische voorkomen met een zorgvuldig getrimd baardje, charmant en vilein, was zowel aan te treffen in tal van produkties voor de binnenlandse markt als in vele internationale films. Zijn grootste roem verwierf hij als het alter ego van de oudere Luis Buñuel, als verleider van nonnen, invalide meisjes of wat verder maar een rok droeg. Hun samenwerking dateert van 1961, toen Buñuel uit Mexicaanse ballingschap naar Spanje terugkeerde om daar Viridiana te maken, en strekte zich daarna uit tot films als Tristana, Une histoire immortelle, Le charme discret de la bourgeoisie, Cet obscur objet du désir en zelfs een film van Juan Luis Buñuel, de zoon van de meester: La femme aux bottes rouges.

Rond 1960 was Rey al een gewaardeerd acteur in eigen land, die stereotype edelen en koningen (onder meer Philips de Schone en twee keer Filips II) speelde, maar ook een favoriet was van anti-franquistische regisseurs als de communist Juan Antonio Bardem en, in mindere mate, Luis Garcia Berlanga. Rey werd geboren als Fernando Casado Arambillet Veige in 1915 in het Galicische La Coruña, als zoon van een republikeins officier, hetgeen zijn pseudoniem, dat 'koning' betekent, in een ironisch daglicht stelt. In de jaren dertig belandde hij in de filmindustrie als figurant en nasynchronisatie-acteur. Het inspreken van de teksten van bij voorbeeld Humphrey Bogart, Tyrone Power en Laurence Olivier heeft Rey lang volgehouden, ook toen hij zelf al in vele Engelstalige, Franse en Italiaanse films optrad: onder meer als de elegante leider van een drugsyndicaat in beide delen van The French Connection, als Worcester in Orson Welles' Falstaff/Chimes at Midnight, Rosi's Cadaveri eccellenti en Taverniers La mort en direct/Death Watch en vele publieksfilms van minder kaliber.

Intussen bleef Rey ook de meest geliefde filmacteur in eigen land, die in 1977 de acteursprijs won in Cannes voor de rol van de kluizenaar-schrijver in Carlos Saura's Elisa, vida mia en door zijn medewerking aan Pilar Miro's El crimen de Cuenca (1979), verboden wegens de aanklacht tegen de Guardia Civil, zijn laatste daad tegen de restanten van het Franco-régime stelde. Maar ook in talrijke komedies en andere films voor binnenlands gebruik was Rey steevast van de partij, het laatst in de dit jaar in Berlijn gepresenteerde Al otro lado del tunél van Jaime de Armiñan. Tot aan zijn dood was Rey voorzitter van de Spaanse Academie voor de Filmkunst, een invloedrijke pressiegroep die bij voorbeeld een omstreden quotaregeling voor nationale films in de Spaanse bioscopen bepleitte.

    • Hans Beerekamp