Een mooie omelet als metafoor voor een geslaagde fusie; Kookcursussen voor managers

Kookook Culinair Centrum (coördinatiepunt), Rijswijk. Inl 070-3953395. Kookook Amsterdam, Casa 400-James Wattstraat 75. Inl 020-6635 596.

“Koken met elkaar schept een bepaalde sfeer en een band. Vergelijk het met een survivaltraining. Daar ben je met elkaar bezig om iets te overwinnen. Iets eenvoudiger is het om met elkaar in de keuken iets te maken”, vertelt Willie Voskens, bedrijfsleider van Kookook Culinair Centrum Amsterdam. Hij geeft een voorbeeld: “Om de fusie tussen twee banken soepel te laten verlopen, werden de managers met elkaar de keuken ingestuurd. De aanstaande partners moesten een maaltijd maken van ingrediënten die niet echt bij elkaar hoorden. Daar hadden ze een uur de tijd voor. Ze gingen schoorvoetend de keuken in, maar na tweeëneenhalf uur moesten ze er bij wijze van spreken uit worden geschopt.”

Kookook is inmiddels in vijf steden gevestigd. Het is een initiatief van het Nederlands Zuivelbureau, dat na dertig jaar op produkten gerichte voorlichting overstapte op een meer algemene culinaire benadering. In de Kookook Culinaire Centra worden kookcursussen, demonstraties en praktijklessen gegeven. De centra richten zich vooral op particulieren, maar omdat steeds meer groepen de Culinaire Centra ontdekten, ontstond het idee om ook de 'zakelijke markt' te benaderen. Behalve avonden voor personeelsverenigingen en bachelors parties, organiseert Kookook motivatie-cursussen voor managers, brainstormsessies en produktpresentaties om fusiepartners bij elkaar te brengen, of voor een aparte invulling van de traditionele zakenlunch.

Voor veel mannen - in de managerswereld oververtegenwoordigd - blijkt het bereiden van stoofaal met Geuze Lambiek of varkenshaas met appel en calvados een heel nieuwe ervaring. “Soms moeten ze een drempel over. Een leuke pastaschotel, een mooie omelet, een soepje maken, dat zijn eenvoudige dingen. Maar er zijn genoeg mannen die dat nooit gedaan hebben en die nauwelijks een eitje kunnen bakken. Sommigen hebben de neiging om te denken: dat kan mijn secretaresse toch wel oplossen.” De meeste groepen zijn zo'n drie uur bezig met koken, eten en afwassen. “Ja, dat ook, want wat is er socialer dan het doen van de afwas?”

Paul Looijmans projectleider van het Management Development Centre Nijenrode maakt regelmatig gebruik van verschillende kookcentra als onderdeel van de opleidingsprogramma's voor managers en directeuren. “Managers zet je niet in de collegezaal. Ervaren mensen leer je het beste door met ze aan de gang te gaan.” Ook koken is een vorm van action-learning, die heel goed toepasbaar is volgens Looijmans. Aan het einde van de eerste dag stappen de cursisten in een bus, in de veronderstelling dat ze naar een restaurant gereden worden waar ze het diner voorgeschoteld krijgen. Als ze bij het kookcentrum aankomen, blijkt dat ze wel lekker kunnen eten, maar alleen als ze het zelf klaarmaken. Dat zet de toon voor de rest van het programma: ze kunnen veel leren, maar alleen als ze zelf aan de gang gaan. Koken als metafoor. “Soms is het echt niet lekker. Dat is een enorme teleurstelling, maar dan is de boodschap ook keihard: als we niet ons best doen met deze opleiding, dan zal wat opgediend wordt, ook tegenvallen. Op een gegeven moment zal deze metafoor cliché worden, net als rafting in de Ardennen. Maar het principe blijft staan dat mensen van dit ervaringsniveau niet meer leren door being lectured at, maar door aan het werk te gaan met echte problemen.”

Behalve nuttig is het ook gewoon leuk. Er wordt veel gelachen op zo'n avond, volgens Looijmans. “Sommige mensen koken thuis regelmatig, maar er zijn er ook die het splitsen van een ei nog een mirakel vinden. Als je zelf nooit kookt, hangt er een grote mystieke waas omheen: het lijkt een wonder dat iemand met een fatsoenlijk produkt uit de keuken komt. Als je dat zelf blijkt te kunnen - met hulp van collega's en onder strakke regie - geeft dat een zekere trots.”

Een avond met elkaar achter het fornuis doet wonderen. “Als mensen een schort om hebben vallen de verschillen weg. Je krijgt andere verhoudingen als ze staan te hannesen met een hakmes of een eiersplitser. Een rondje voorstellen in een conferentiezaal - 'Ik ben Jos en ik kom uit Oss' - is zo standaard. Het is heel wat anders wanneer je met elkaar een lastige soufflé hebt gemaakt. Dat schept een band, ook al is de soufflé soms klef.”