Duitsland en Normandië

IN DE Tweede Wereldoorlog hebben de Geallieerden niet zozeer Duitsland verslagen alswel het nationaal-socialisme.

Deze stelling is het morele fundament onder de naoorlogse Duitse Bondsrepubliek en de democratie daar. De historische nuancering mag dan ongetwijfeld een andere zijn. Toch doet dit aan het feit niets af dat de identiteit en de zelfrechtvaardiging van het democratische Duitsland gelegen is in de afrekening met Hitler en het bruine verleden. Er is waarschijnlijk ook geen land te vinden waar de laatste twee decennia zoveel aandacht is besteed aan het nationaal-socialisme en de aberraties van het nationalisme dan juist in Duitsland. Die verwerking loopt als een rode draad door de grote naoorlogse literatuur en de film heen, maar is ook vertrouwd thema voor vele Duitse televisiekijkers geworden. Zozeer dat een buitenstaander zich weleens afvraagt of het niet te veel wordt.

Nu hebben Frankrijk (en Groot-Brittannië) besloten de Duitse regering niet uit te nodigen bij de grote Normandië-herdenking in juni 1994. Voor zoiets zou wat te zeggen zijn geweest, wanneer het om een reünie van geallieerde veteranen was gegaan. Iedere veteraan mag het feestje vieren met de companen van zijn keuze en een plicht tot verbroedering op D-Day staat nergens geschreven. In dit geval gaat het echter om iets heel anders: het gaat om staatshoofden en regeringsleiders, om de officiële vertegenwoordigers van de landen die een halve eeuw geleden met elkaar in oorlog waren en nadien als bondgenoten door het leven zijn gegaan.

DUITSLAND WORDT niet uitgenodigd. Dat is niet alleen politiek onhandig. Het onderstreept ook een gevoel van isolement uitgerekend in een periode waarin een verenigd Duitsland voor het eerst zelf kan en moet zoeken naar zijn plaats in Europa. Het versterkt een nooit helemaal afwezig gevoel van verongelijktheid in Duitsland zelf, waar men overgevoelig is en blijft voor de kritische blijken van het buitenland. Maar bovendien - en dat is nog belangrijker - ontkent de niet-uitnodiging het fundament waarop Duitsland en de rest van Europa elkaar na de oorlog hebben gevonden: namelijk dat D-Day ook de bevrijding van Duitsland heeft ingeluid. Bevestiging van dat fundament in een symbolische daad een halve eeuw na dato was een gouden gelegenheid geweest. Nu zijn de aanwezigen - onder wie het Nederlandse staatshoofd - tot herdenken in verlegenheid veroordeeld.