'Dehaene favoriete kandidaat voor voorzitterschap EU'

BRUSSEL, 10 MAART. De Belgische premier Jean-Luc Dehaene maakt volgens de Britse krant The Guardian een goede kans om in januari van volgend jaar de voorzitter van de Europese Unie, Jaques Delors op te volgen. Duitsland en Frankrijk zouden de kandidatuur van Dehaene steunen.

De woordvoerster van Dehaene weigerde op de speculaties te reageren en zei dat er tot aan de Europese top van Corfu in juni, waar over de opvolging besloten wordt “nog veel over de opvolging geschreven zal worden”.

Het bericht in The guardian wordt in Brussel serieus genomen. Volgens de Belgische krant De Standaard reageerden partijgenoten van Dehaene met de opmerking dat het bericht “te vroeg is uitgelekt, maar vermoedelijk niet onjuist is”.

Dehaene is voor premier Lubbers, die als grote kanshebber voor de opvolging genoemd wordt, een serieuze concurrent. In 1992 nog een nieuweling op het politieke toneel, heeft Dehaene zich tijdens het Belgische voorzitterschap van de Europese ministerraad het afgelopen jaar sterk geprofileerd. Jaques Delors zei in december van vorig jaar dat de samenwerking met het Belgische voorzitterschap een van de prettigste geweest was.

Als Dehaene de opvolger van Delors wordt, zou de Belgische EU-commissaris Karel van Miert zijn functie moeten neerleggen en kan de vroegere Belgische premier en huidig kamerlid Mark Eyskens geen voorzitter van de West-Europese Unie (WEU) worden.

De enige die zich tot nog toe openlijk kandidaat gesteld heeft voor de opvolging van Delors, is de Britse EU-commissaris voor externe economische betrekkingen en handel, Sir Leon Brittan. De Britse krant Financial Times schreef deze week dat Brittan in Frankrijk bewonderd wordt om zijn “charme en intelligentie” en dat Duitsland zeer te spreken is over zijn bemiddelende rol in de Frans-Duitse conflicten over buitenlandse handel. Premier Lubbers blijft volgens de krant echter de grootste kanshebber. Anderzijds schrijft De Standaard dat bondskanselier Kohl de aarzelende houding van Lubbers tegenover de Duitse eenwording niet zou zijn vergeten en dat hij in Duitse en Franse ogen te dicht tegen de Britten zou aanleunen.