De Amsterdamse Pijp: kunsthaar, kouseband en kokoskoek; Winkelen met een tas vol heimwee

De Amsterdamse Albert Cuyp-buurt is een brij van culturen waar Nederlanders zich specialiseren in buitenland en buitenlanders in Nederland. Winkels, afhaalzaken en restaurants, die goed zijn voor vervreemding, verwondering en vooral veel genoegen.

Erminde kijkt naar de vis en de vis kijkt naar Erminde. Hij meet zeker anderhalve meter, heeft een zilveren huid, een vervaarlijke kop en komt uit de Atlantische Oceaan. Zij is een kleine Portugese weduwe van in de zeventig. “Pechespade! In moten hakken, grillen of bakken”, roept ze onbevreesd en probeert Nederlandse omstanders van de bijzonderheid van haar aankoop te overtuigen.

Erminde is vaste klant bij de Volendamse vishandel Steur, die al 45 jaar een kraam op de Albert Cuyp-markt in Amsterdam bemant. “Het aanbod is de laatste jaren enorm veranderd door de nieuwe klanten”, vertelt Klaas Steur, terwijl zijn handen liefkozend langs de wonderbaarlijkste vissen uit Pakistan en het Caraïbisch gebied glijden. “Als eersten begonnen wij met import uit Italië en Spanje, en de andere kramen zijn ons op de voet gevolgd. Nu pionieren we met Marokkaanse vis. Ik ben er net geweest om alles te proeven en heb me helemaal ongans gegeten. Ik heb nog zeker twintig soorten op mijn verlanglijstje staan.”

Als Steur tien procent van de omzet van zijn Nederlandse klanten haalt, is het veel. Met de komst van buitenlanders is op de markt niet alleen de variëteit maar ook de kwaliteit verbeterd. Kooplieden moeten het tegenwoordig wel goedvinden dat er geknepen, geroken, gevoeld en gedraaid wordt, anders loopt men kieskeurig om hun kraam heen. De appels komen nu niet meer uit een bak buiten bereik van de klant, maar worden voor je ogen uitgekozen.

“Van de keuringsdienst moeten de vissen onder koelvitrines”, zegt Steur. “Een paar collega's hebben die investering al gemaakt en zijn er bepaald niet gelukkig mee. Hun omzet is erop achteruit gegaan. Wij gaan het nu proberen met een opstaande rand, die de vissen wel koelt maar niet afdekt. Hopelijk schrikt dat onze klanten niet af.”

Dank zij het mechanisme van vraag en aanbod is de Amsterdamse Albert Cuyp-buurt, met zijn markt, levensmiddelenwinkeltjes en horeca in de omringende straten een toonbeeld van geslaagde integratie tussen verschillende culturen. Bakker Runneboom bakt olijvenbrood, waarvoor migranten in de rij staan, terwijl de Turkse bakker op de Van Woustraat baklava in de vorm van amandelstaven kneedt om maar zo Hollands mogelijk te zijn.

De marktbuurt heet ook wel de Oude Pijp. De wijk is gebouwd aan het einde van de negentiende eeuw, toen het industriegebied tussen Boerenwetering en Amstel volgestampt werd met nieuwe arbeiderswoningen. Om de grondprijs te drukken werd iedere vierkante meter benut. De straten zijn pijpela-achtig smal, de kwaliteit van een deel van de negentiende-eeuwse woningen zo slecht dat de buurt inmiddels hard wordt gerenoveerd. Toch waren de huren voor de meeste arbeiders nog aan de hoge kant. Velen namen, om de maandelijkse last te drukken, een student op kamers. Zo kreeg de Pijp een bohemièn-achtig karakter.

Schrijvers als Heijermans, Kloos, Van Eeden, Coenen, De Haan en Bordewijk woonden er. Schilders, waaronder Mondriaan en Leo Gestel, hadden er een atelier. Het wemelde er van de bordelen en kroegen. Rond de eeuwwisseling is het ook een radicaal rode buurt. Van het radicale heeft de Pijp veel verloren, al zijn de studenten gebleven. Het grote aanbod van een- en twee-kamerwoningen en de relatief lage huren maken de buurt voor hen aantrekkelijk. Sinds de jaren zestig hebben ook buitenlanders hun weg naar de Pijp gevonden. Minder om er te wonen, zo blijkt uit de cijfers van de deelraad, dan om de aantrekkingskracht van Nederlands grootste dagmarkt.

Naast de viskraam van Steur staat op vrijdag en zaterdag Florence uit Suriname. Zij verkoopt gebak, schaafijs en zuurwater, maar haar trots zijn de zelfgemaakte kokoskoeken (ƒ 2,50) in betoverende kleuren - groen, blauw en oranje voor blue curacao, pistache en ananas. Vooral de wat onopvallender gemberkokos is onweerstaanbaar. “Daar word ik nou gelukkig van, als iemand mijn koeken lekker vindt”, lacht ze stralend. Voor een goede roti kip of lam stuurt ze me naar de Tropische Winkel aan de overkant, op nummer 142.

Je kunt er alleen maar afhalen, want zitruimte is er niet tussen de gedroogde en ingelegde vis, slierten kunsthaar en kouseband. Hier kijken de verkopers net zo verbaasd naar jou, als jij naar de waar. Het is een van die winkels die drijven op heimwee naar thuis, waar de geuren je overweldigen, de chaos compleet is, en je een tijdje binnen moet acclimatiseren voor je ziet wat er zoal te koop is. De klandizie is hoofdzakelijk afkomstig uit de eigen bevolkingsgroep.

Zo zag ik tot mijn verbazing ook nooit Nederlandse klanten bij de 'Islamiet slagerij' op Sarphatipark 1, waar lam maar ook alle onderdelen van de geit voor prijzen rond een tientje per kilo in de vitrine opgetast liggen. Eromheen staan zakken Basmatirijst, curry's en kruiden voor Indiase gerechten, stapels mint en koriander, en jasmijnhaarolie. “Alleen voor vrouwen”, zo prijst slagersjongen Salim in haperend Hollands aan.

Dit soort winkels, die het van een kleine groep vaste klanten moet hebben, verkoopt alles waar vraag naar is. Nieuwkomer in de buurt Jacques Wagener, die met zijn Filippijnse vrouw Joyce de Asian Food Store aan de Sweelinckstraat drijft, probeert dat te voorkomen en houdt juist vast aan zijn specialisatie. Hoewel de winkel een groot gebied bestrijkt om de drempel voor nieuwsgierigen zo laag mogelijk te houden, concentreert het echtpaar zich op de Filippijnen.

“In de groothandels vind je maar zo'n tien Filippijnse produkten, dus wij importeren alles zelf”, zegt Wagener. Kokosnootazijn, Mama Sita's oestersaus, bananebladeren, gedroogde mango's en pindakaas met agave staan in de schappen. “Onze klanten zijn Filippijnen die vanuit het hele land, zelfs vanuit Denemarken en Duitsland naar ons toekomen. Dolgelukkig verlaten ze de winkel met een tas heimwee.” Ook Nederlanders helpt Wagener op weg, met een stapeltje kookboeken naast de kassa bijvoorbeeld. En als hij in de keuken een kant-en-klaar gerecht bereid heeft, mag iedere klant proeven. Om te overleven zijn buitenlandse ondernemers aangewezen op Hollanders. Het bestedingspatroon van de eigen etnische groep is - mede door de toegenomen werkloosheid - niet zo hoog. Vooral in de kop van de Albert Cuypstraat lijken de nieuwe ondernemingen zich dat te realiseren. Vijf jaar geleden was dit stukje na de markt nog een somber niemandsland vol Surinaamse goudhandels en toko's, waar je je voor nog geen tientje rond kan eten aan - vette - roti kip en aanverwante gerechten. Door de vestiging van een paar zelfbewuste buitenlandse ondernemers is dit dode stuk in aanzien gestegen.

Een van hen is Oskai Ibramogha, die pas vijf jaar in Nederland woont. Omwille van de liefde werd hij geen advocaat in Istanbul, maar minderhedenvoorlichter bij een Amsterdamse stadsdeelraad. Drie maanden geleden opende hij de 'Anatolisch-Turkse en Balkan traiteur Dolmas'. Oskai: “Mijn schoonvader van 72 heeft al vijftien jaar de winkel hiernaast, bakkerij Kismet. Rond 1990 merkten we dat door de crisis de koopkracht van onze hoofdzakelijk Turkse clientèle zoveel minder werd, dat de zaken slecht begonnen te lopen. Toen hebben we het assortiment aangepast aan de Nederlandse smaak. Jullie bestellen heus geen kilo baklava, maar willen van alles wat kunnen proeven. Ook zien jullie graag wat de ingrediënten zijn, dus op een walnootkoekje doen we nu een nootje.”

De cijfers tussen [ ] verwijzen naar de plattegrond van De Pijp

WINKELS

La Tienda

Een van de oudste winkels met buitenlandse produkten is van een Nederlandse familie. De gebroeders Koedooder importeerden rond 1960 olijfolie voor de Spaanse gastarbeiders die bij Hoogovens werkten. Geleidelijk verdrongen de Spaanse produkten hun Nederlandse kruidenierswaren. Inmiddels zijn de Spaanse klanten van het eerste uur na hun VUT of pensioen teruggekeerd naar hun geboortestreek. Amsterdammers zijn ervoor in de plaats gekomen. Het aanbod van de Koedooders is uitgebreid met Italiaanse en Mexicaanse produkten. Je vindt er ouderwetse doosjes safraan, heerlijke olijfolie, alle soorten bonen en worst, paella-pannen en geel aardewerk uit Sevilla. Eerste Sweelinckstraat 21.[1]

Casa Molero

Oorspronkelijk Spaanse winkel die zo'n twintig jaar bestaat en zich ook op Portugese en Italiaanse produkten is gaan toeleggen. Je kunt er hele hammen (ca ƒ 150,-) en worsten als chorizo en morcilla kopen. Wijnen zijn gedeeltelijk eigen import en daardoor goed geprijsd, zoals de Jaume Serra wijnen uit de Penedès en TorreVedras uit Portugal. Gerrit Doustraat 66.[2]

Saima Fashion

Al twaalf jaar drijft haar familie de winkel, vertelt Hamira Chaudry (23), “en we krijgen steeds meer Nederlandse klanten. Misschien speelt mee dat Indiastoffen weer in de mode geraakt zijn, maar ook dat wij als buitenlandse ondernemers met een veel kleinere winstmarge genoegen nemen.” Behalve traditionele geborduurde sari's vind je hier mooie met bloemen geborduurde sjaals en omslagdoeken (ƒ 50,-), grove zijde voor ƒ 30,- de meter, sieraden en eindeloos veel kleuren chiffon. Albert Cuypstraat 46.[3]

Tropisch Center

Een mengeling van wierook, kamfer, cosmetica en kruiden slaat je in dit Pakistaans-Indiase winkeltje in het gezicht. Naar adem happend zie je pannen, sieraden, geborduurde sloffen staan naast kruiden, linzen en goedkope souvenirs. In de belendende kamer vind je zes meter lange sari's van goudgeborduurde chiffon voor ca ƒ 250,-. Albert Cuypstraat 36.[4]

To Sang fotostudio

Tegen het decor van stille bergmeren, een waterval of alpenwei maken de Chinese fotograaf To Sang en zijn vrouw hun portretten. Precies zo deed hij het vroeger aan de Gravenstraat in Paramaribo. Het verschil tussen de oude en de nieuwe foto's is dan ook nauwelijks te zien. Zeker als Sang de zwart-wit portretten met de hand inkleurt, zodat er suikerzoete portretten ontstaan, die alles in zich hebben om een nieuwe rage te worden. Albert Cuypstraat 57.[5]

Asian Food

Specialiteiten uit de Filippijnen, maar ook een paar vakken met produkten uit China en Indonesië. Prachtige ouderwetse blikken met koek-assortis: tweeëneenhalve kilo voor ƒ 12,50. De maria-kaakjes smaken als die van hier, maar dragen wel het exotische stempel van San uit Manila. Eerste Sweelinckstraat 20.[6]

AFHAAL

Dolmas

Klein, onopvallend winkeltje waar je voor weinig geld heerlijke hapjes haalt, zoals dolmas gevuld met rijst, rozijnen en pijnboompitten, bladerdeeg met spinazie en geitekaas, tarama of koekjes gebakken van courgette en feta. Catering van feesten en maaltijden is ook mogelijk. Albert Cuypstraat 62.[7]

Cambodja City

Ze begonnen met loempiaatjes op de markt, belandden al snel in een restaurantje achter de winkelkraampjes op de Cuyp, maar maakten een half jaar geleden zelfbewust de opstap naar de kop van de straat. Ook hier tref je het buitenland voor beginners: alles is schoon, helder en mooi gepresenteerd. Het exotische zit in de smaak: gerechten uit Cambodja, Vietnam en Thailand. Heerlijke Tong Jam soep, kipfilet met mint of curry. Een van de betere afhaaladressen in de Pijp, met aparte eetzaal trouwens. Albert Cuypstraat 58/60.[8]

Toko Djaja

Een toko voor beginners omdat de allervriendelijkste eigenaar geduldig adviseert bij de samenstelling van lunch of avondmaal. Overheerlijke Rendang en Ajam Djaja. Djaja betekent welvarend, en dat gevoel komt na het nuttigen van zijn hapjes gegarandeerd over je. Ferdinand Bolstraat 143.[9]

Toko Ramee

'Grijze luchten, striemende regens, pikante sambal, gebakken nasi' staat er uitnodigend op het bord voor een van de bekendste Indonesische toko's van Amsterdam. Ook hier kant en klare maaltijden, lekkere peteh-boontjes, talloze soorten kroepoek, en raadselachtige kruidenmengsels. De overwegend Hollandse dames die hier na hun werk snel even wat eten halen, wijzen op goed geluk aan, en vinden het thuis bijna altijd lekker. Zo verging het ons ook. Ferdinand Bolstraat 74.[10]

RESTAURANTS

Datscha Alexander

Wie langs de sombere gevels van de Rustenburgerstraat loopt, wacht een grote verrassing als de deur van Datscha Alexander opengaat. In een huiskamer gedecoreerd met een overweldigende hoeveelheid bloemendessins, schilderijen en 48 berenvellen, staan vier tafels. Een ervan is uitnodigend voor ons gedekt, de eerste gang staat al klaar, het glas wodka wordt ingeschonken. We zijn in handen van Alexander uit Kiev die al twintig jaar zijn gasten - onder wie nogal wat prominenten - voedt met een niet aflatende stroom Russische gerechten en verhalen. Gelukkig volgen de gangen elkaar in een rustig tempo, omdat er pas gekookt wordt als de gasten er zijn. Hoewel het menu voor ƒ 65,- aan de dure kant is, beleefden wij er een prachtige avond die wankelde tussen fictie en werkelijkheid, weemoed en vermaak. Rustenburgerstraat 160. Alleen open van do- t/m zo-avond, ná telefonische afspraak. Aantreden tussen 19u30 en 20u, dagelijks wisselend menu. Inl 020-6735420.[11]

De Artist

Nog een klassieker uit de buurt. Al dertien jaar ontvangen de vriendelijke broers Braun uit Beirut hun klanten gastvrij, sinds kort in een nieuwe, ruime zaak. De prijzen zijn er niet van gestegen. Voor nog geen ƒ 20,- worden er vegetarische en vleesmenu's geserveerd, met een groot aantal bijgerechten waardoor je de Libanese keuken goed leert kennen. Tweede Jan Steenstraat 1. Inl 020-6714264.[12]

Angoletto

Kleine, gezellige Italiaan, waar je vroeg moet aanschuiven om zeker te zijn van een tafel. Al zeker twee jaar dé tip van de Pijp. Vooral de antipasto met aubergines in olie en kleine visjes, en visgerechten buiten de kaart zijn een verrassing. Hier kom je niet voor een romantisch dineetje voor twee, maar voor drukte en rumoer. Hemonystraat 18. Inl 020-6764182.[13]

Eufraat

Het eerste en enige Syrische restaurant van de stad is een plezierige ontdekking. Je eet er heerlijke smeersels als hommez (kikkererwten met sesam), of tigris (pikante schapekaas). Assyrische specialiteiten zijn pasteitjes van vlees en/of tarwe. Voor nieuwkomers zou het leuk zijn als je combinaties kunt bestellen, maar dit restaurant drijft op een vaste (overwegend joodse) clientèle. Niet dat nieuwkomers niet welkom zijn. Integendeel. Alle gerechten kunnen ook meegenomen worden, maar dat duurt even: er wordt pas op bestelling gekookt en gebakken. Eerste van der Helststraat 72. Inl 020-6720579.[14]

El Barco

De verlichting is iets gezelliger dan in een doorsnee Spaans restaurant, maar voor de rest waan je je bijna in Spanje. Typische gerechten, aan de vette kant, een gezellige sfeer en uitbundige bediening. Daniel Stalpertstraat 93-95. Inl 020-6795092.[15]

Saray Lokantasi

Een Turks restaurant waar bijna altijd alle tafeltjes bezet zijn. Het eten is eenvoudig maar goed, veel tzatziki bij de gerechten, salade met gekookte schapehersens, smakelijke forel, lekkere kebabs. Gerard Doustraat 33. Inl 020-6719216.[16]

    • Jinke Obbema