D66-fractie tegen ontslag van croupier

DEN HAAG, 10 MAART. Het casino in Valkenburg had een croupier die uit gewetensnood bezoekers waarschuwde tegen de risico's van het spel en die daardoor problemen kreeg met zijn collega's, nooit mogen ontslaan. Dat is strijdig met het beleid van de legale roulettehuizen. Casinopersoneel mag bezoekers attenderen op het gevaar van verslaving. Dat schrijft de fractie van D66 in de Tweede Kamer aan minister Andriessen (economische zaken) en staatssecretaris Kosto (justitie) die over deze zaak gaan.

De kantonrechter in Roermond bepaalde dinsdag dat de 37-jarige senior croupier L. van Duren door zijn werkgever mocht worden ontslagen, omdat de arbeidsrelatie is verstoord. Zijn werkgever, de stichting Holland Casino's, moet hem wel een bedrag van 150.000 gulden betalen om hem in staat te stellen een ander vak te leren.

Van Duren, die vijftien jaar bij het casino heeft gewerkt, vond het onverenigbaar met zijn geweten dat hij meewerkte aan het te gronde richten van medemensen. De afgelopen tien jaar waarschuwde hij casinobezoekers, die aan zijn tafel kwamen spelen, als hij zag dat zij te grote risico's namen. Dat gebeurde meestal in bedekte termen en soms ook openlijk.

Het kwam ook voor dat de croupier notoire gokverslaafden thuis opzocht om met hen praten over hun verslaving. In een enkel geval leidde dat tot hulp bij het saneren van de schuldenlast van een bezoeker, die door toedoen van het casino in de problemen was geraakt. Van Duren heeft zich naar zijn zeggen bekeerd tot het christelijke geloof om tegenwicht te vinden voor het liegen en bedriegen van mensen die hij alles zag opofferen om te kunnen spelen.

Volgens zijn raadsman, mr. M. Moszkowicz jr., keerde de croupier zich niet tegen het gokken op zich, maar tegen de uitwassen van het spel. Dat zijn collega's zich daaraan stoorden, kwam voort uit hun angst dat de tronkopbrengst eronder zou lijden, aldus de raadsman.

Holland Casino's vroeg de kantonrechter vorig jaar het arbeidscontract met Van Duren te ontbinden, omdat deze met zijn handelwijze het casino financiële schade berokkende. Het was in de loop van de jaren diverse keren voorgekomen dat de croupier in de speelzaal ruzie had gekregen met collega's. Bovendien vond Holland Casino's dat het niet de taak was van Van Duren om op eigen houtje bezoekers te waarschuwen. Volgens de raadsman van de stichting, mr. H. Knijff, nemen de casino's zelf voldoende preventieve maatregelen door de brochure De risico's van het spel ter inzage te leggen en door gokverslaafden, die daarom vragen, een casinoverbod op te leggen.

De advocaat van Holland Casino's maakte twee weken geleden tijdens de comparitie voor de kantonrechter de vergelijking met een voetbalhater, die ook niet naar een stadion gaat als hij een hekel aan die sport heeft. Als hij bepaalde aspecten van zijn werk niet meer met zijn geweten kon verenigen, had hij een andere baan kunnen zoeken, vond Knijff. Hij vermoedde dat Van Duren daarvan werd weerhouden door de angst zijn inkomen van 7000 gulden per maand te verliezen. Een bedekt voorstel om zich arbeidsongeschikt te laten verklaren, had hij van de hand gewezen.

De advocaat van Van Duren voerde aan dat een goede barkeeper het glas van een klant niet meer volschenkt, als hij ziet dat die teveel op heeft. Maar volgens de tegenpartij is er een wezenlijk verschil: een dronken persoon is wel herkenbaar, maar een gokverslaafde niet. Van Duren meent echter dat een ervaren croupier uitstekend kan zien wanneer een speler zichzelf niet meer de baas is. Hij schatte dat twintig tot dertig procent van alle casinobezoekers verschijnselen van gokverslaving vertoont, terwijl vorig jaar slechts 1100 bezoekers om een casinoverbod hebben verzocht.

De kantonrechter was het wel eens met de stelling dat het ontmoedigingsbeleid van de overheid en haar stichting Holland Casino's dubbelzinnig is en dat er weinig preventieve werking van kan worden verwacht.