Ambtenaar heeft nog moeite met klare taal

TILBURG, 10 MAART. De belastingambtenaar heeft nog altijd moeite met helder taalgebruik. Dit blijkt uit een onderzoek van de Katholieke Universiteit Brabant. De meeste brieven van burgers worden niet, te laat of slecht beantwoord.

Om de communicatie met de burger te verbeteren is de Belastingdienst drie jaar geleden begonnen met een 'Taalproject'. Het Tilburgse onderzoek werd gedaan opverzoek van de Belastingdienst zelf.

De Tilburgse onderzoekers stuurden in totaal tachtig gefingeerde brieven aan twintig belastingkantoren. Ruim een kwart van die brieven werd nooit beantwoord. Van de bijna zestig wel beantwoorde brieven werd meer dan de helft 'inadequaat' beantwoord. De taalkundige J. Renkema, die het onderzoek leidde en er het boek 'Taal mag geen belasting zijn' over schreef, noemt de uitkomsten “onthutsend en teleurstellend”.

Een woordvoerster van de Belastingdienst zegt “niet zo blij” te zijn met de uitkomsten van het onderzoek. “We proberen al drie jaar het schrijfniveau van onze ambtenaren te verbeteren. Dat is blijkbaar nog onvoldoende gelukt. Het onderzoek betreft echter de zogenoemde vrije teksten en die vormen maar een klein deel van onze externe communicatie.” De Belastingdienst wil de uitkomsten van het onderzoek gebruiken om de schriftelijke informatieverstrekking aan burgers te verbeteren.

De belastingambtenaren werd door de Tilburgse onderzoekers om fiscale informatie gevraagd over vier onderwerpen: het starten van een eigen bedrijf, trouwen of samenwonen, het verhuren van een eigen huis en onkosten voor ziekenbezoek. Van de tachtig verzonden brieven bleken slechts acht brieven “enigzins voldoende” te worden beantwoord. Van te voren hadden belastingdeskundigen bepaald welke antwoorden de belastingdienst in ieder geval had moeten geven. Telefonische antwoorden werden niet meegeteld omdat in de brieven expliciet om een schriftelijk antwoord werd gevraagd. De Belastingdienst ontvangt jaarlijks ongeveer 40.000 brieven van burgers.

De Belastingdienst blijkt verder in slechts iets maar dan de helft van de gevallen te voldoen aan de eigen norm van schriftelijke beantwoording binnen een maand. Op één brief kwam pas na 68 dagen antwoord.