Akzo: nog eens 1.000 banen weg in Duitse vezel

ROTTERDAM, 10 MAART. Het Arnhemse chemieconcern Akzo wil de loonkosten van zijn Duitse vezelbedrijven met tien procent omlaag brengen. Ook wil het concern, dat lijdt onder de toenemende concurrentie uit Oost-Azië, nog eens 1.050 banen bij de Duitse vestigingen schrappen.

Dit maakte Akzo gisteren bekend tijdens de presentatie in Düsseldorf van de jaarcijfers in zijn vezelgroep. Akzo onderhandelt met de Duitse vakbonden om de 9.000 werknemers in zijn Duitse vezelbedrijven niet langer te beschouwen als chemiepersoneel, maar als medewerkers in de textielindustrie. In deze sector liggen de lonen gemiddeld tien procent lager, wat Akzo een besparing op zou leveren van 60 miljoen mark (70 miljoen gulden). In die onderhandelingen heeft Akzo echter tot nu toe nog weinig resultaat geboekt, zo zei dr. F.W. Fröhlich, hoofd van de vezeldivsie en lid van de raad van bestuur van Akzo gisteren.

Het concern komt er volgens Fröhlich niet onderuit verder te snijden in zijn textielvezels. Per jaar moet er een produktiviteitsverbetering van 6 procent worden bereikt, aldus Fröhlich. Of er wordt door de bestaande ploeg 6 procent per jaar meer geproduceerd, ofwel het bestaande produkt moet met minder mensen worden gemaakt, zo luidde Fröhlichs verklaring. In het lopende jaar voorziet de Akzo-bestuurder dat er in Duitsland - in Oberbruch bij Aken - 1.050 arbeidsplaatsen verdwijnen. In de Nederlandse vestiging in Emmen, waar zo'n 160 a 170 mensen werkzaam zijn in de textiele vezels, wordt een klein aantal banen geschrapt, aldus Fröhlich. Per saldo zijn er vorig jaar bij deze divisie al 1.240 banen verdwenen.

Zoals bij de publicatie van de jaarcijfers van Akzo al duidelijk werd, heeft de vezeldivisie vorig jaar een negatief bedrijfsresultaat behaald van 21 miljoen gulden. In 1992 boekte deze divisie nog een winst van 127 miljoen gulden. De omzet daalde met 14 procent tot 3,24 miljard gulden. Fröhlich verwacht dit jaar een omzetstijging van vijf procent en een positief bedrijfsresultaat.

Vooral de chemische vezels voor textiele toepassingen - 30 procent van de totale vezelactiviteiten - krijgen steeds meer te maken met felle concurrentie. De grote rivalen zijn Zuid-Korea, Taiwan en op de middellange termijn ook China. “Wat er dan aan geweld loskomt, is niet te zeggen”, meent Fröhlich. Maar ook de polyester-textielvezels hebben het zwaar te verduren. Het produkt wordt vooral toegepast in kleding en in woning- en autotextiel. De slechte conjunctuur eiste haar tol. Er was sprake van een “een dramatische prijsval” die opliep tot 20 procent. De omzet viel bij de textielvezels terug met 18 procent en bij de technische en industriële vezels met 7 à 8 procent.