Tweede Kamer stemt unaniem voor behoud van het 'land' Aruba

DEN HAAG, 9 MAART. De Tweede Kamer stemt vrijwel unaniem in met het behoud van Aruba als land binnen het Koninkrijk. Dat bleek gisteren bij de behandeling van een rijkswet tot wijziging van het Statuut voor het Koninkrijk.

Het debat over Aruba was een van de zeldzame gelegenheden waarbij de Kamer wordt aangevuld met “bijzondere gedelegeerden” uit de Antilliaanse en Arubaanse Staten. De laatste keer dat dit voorkwam was bijna tien jaar geleden, toen in het Statuut werd opgenomen dat Aruba een aparte status kreeg tot 1 januari 1996 en met ingang van die datum volkenrechtelijk onafhankelijk zou worden. In het wetsvoorstel dat nu aan de orde is, wordt die bepaling weer geschrapt. Minister Hirsch Ballin werd bij de verdediging bijgestaan door de premiers van Aruba en de Antillen, de gevolmachtigde ministers van beide landen en de Arubaanse minister van justitie.

Alleen de beide eenmansfracties van de Reformatorische Politieke Federatie en de Centrumdemocraten verzetten zich tegen het wetsvoorstel. De parlementen van de Antillen en Aruba steunden het unaniem. Nederland heeft nog wel als voorwaarde in het proces van wetgeving ingebouwd dat de afspraken met Aruba over verbetering van het bestuur op het eiland en sanering van overheidsfinanciën, tijdig worden uitgewerkt en ingevoerd.

Een tweetal amendementen op het wetsvoorstel werd gisteravond door minister Hirsch Ballin ontraden, nadat ook alle Antilliaanse en Arubaanse gedelegeerden er afstand van hadden genomen. VVD-woordvoerder Wiebenga en zijn collega Van Middelkoop (Gereformeerd Politiek Verbond) willen de bepalingen over het recht van Aruba om in de toekomst zelfstandig te besluiten het koninkrijk te verlaten, geheel schrappen. Ze vinden het onjuist dat zo'n regeling alleen voor Aruba wordt getroffen. Bovendien zou deze op gespannen voet met het volkenrecht staan. Jurgens, de Antillenspecialist van de PvdA-fractie, stelt in een amendement voor de eisen voor de besluitvorming, voor het geval Aruba overweegt onafhankelijk te worden, minder streng te maken. Volgens het wetsvoorstel is bij een voorbereidend referendum om uit het koninkrijk te treden, een meerderheid van het aantal kiesgerechtigden nodig en bij een parlementair besluit dat daarop moet volgen nog eens een meerderheid van tweederden van het aantal leden. Zo'n voorstel zou bij een lage opkomst voor het referendum weinig kans maken en een klein aantal parlementsleden kan het nog eens tegenhouden door niet aan de stemming deel te nemen. Daarom stelde Jurgens voor de begrippen 'kiesgerechtigden' en 'leden' (van het parlement) allebei te vervangen door 'uitgebrachte stemmen'.

De Arubaanse en Antilliaanse vertegenwoordigers voelen daar echter niets voor en minister Hirsch Ballin steunde ze. Het schrikbeeld voor de rijksdelen is Suriname, dat in 1975 met een eenvoudige parlementaire meerderheid besloot tot onafhankelijkheid, maar de beslissende stem voor die meerderheid moest komen van een oppositielid. Suriname kreeg te maken met staatsgrepen en een revolutie die het land sterk hebben verarmd.

De Arubaanse oppositieleider Eman haalde in het debat fel uit naar de regering van premier Oduber, die het eiland volgens hem op de rand van het failissement heeft gebracht door het benoemen van politieke vrienden in ambtelijke functies en een te ruim uitgavenbeleid. Eman waarschuwde minister Hirsch Ballin dat financiële steun van Nederland aan Oduber op Aruba zal worden uitgelegd als “een premie op onbehoorlijk bestuur”. De Arubaanse premier zei al voor het debat dat Eman oneerlijke oppositie bedrijft en geen oog heeft voor de ingrijpende financiële sanering die hij in gang heeft gezet.