Sjostakowitsj doet de Londenaars vlammen

Concert: The London Philharmonic o.l.v. Franz Welser-Möst m.m.v. Mitsuko Uchida, piano. Programma: B. Bartók: Muziek voor snaarinstrumenten, slagwerk en celesta; W.A. Mozart: Pianoconcert KV 595; D. Sjostakowitsj: Zesde symfonie. Gehoord: 8/3, Concertgebouw Amsterdam.

Aanvankelijk maakte The London Philharmonic onder leiding van hun jonge chefdirigent Franz Welser-Möst gisteravond een matte indruk. De schrale strijkersklank en het gebrek aan klankbalans bij Bartók wekte medelijden met het voorheen eminente orkest dat in 1932 werd opgericht door de legendarische Thomas Beecham en dat o.a. Eduard van Beinum, Adrian Boult, Bernard Haitink en Georg Solti als chefdirigenten aan zich wist te binden.

Engelse orkestmusici worden slecht betaald en moeten voortdurend in andere orkesten schnabbelen om financiëel het hoofd boven water te houden. Bij Bartók maakten de musici dan ook een versleten indruk: er was weinig expressiviteit en raffinement, en in de forte-passages werden de strijkers overstemd door het slagwerk.

Na de pauze leek er een ander orkest op het podium te zitten, en met een fenomenale uitvoering van Sjostakowitsj's Zesde symfonie sloeg de vlam in de pan. Plotseling wisten de strijkers het hele ensemble te dragen met een warme, zingende klank in het verheven, Bruckneriaanse eerste deel, en doorschijnend was het pianissimo slot met een triller in de altgroep die klonk als een zoemende vlieg.

Briljant was het spel in het razend moeilijke tweede deel, een dansend Scherzo met buitelende blazerssoli geschreven als kamermuziek voor symfonieorkest, waarin het Londense orkest een felle heksenjacht ontketende. Nergens deinsden de musici voor terug en furieus klonk de finale met zijn driedubbele forte's en felle accenten. Welser-Möst had volledig greep op de materie van Sjostakowitsj die in zijn Zesde tegelijkertijd openhartig en mysterieus gesloten is.

Als intermezzo tussen Bartók en Sjostakowitsj werd Mozarts Pianoconcert KV 595 gespeeld door de Japanse pianiste Mitsuko Uchida. Wat Mozart met dit programma te maken had was mij een raadsel, en Uchida's popperige, geheel op uiterlijkheden gerichte vertolking had wat mij betreft beter achterwege kunnen blijven.