SCP: gemeente kan geen samenhangend ouderenbeleid voeren

DEN HAAG, 9 MAART. Gemeenten slagen er niet in een samenhangend ouderenbeleid te voeren omdat ze te weinig bevoegdheden hebben op het terrein van de zorg- en dienstverlening en huisvesting voor ouderen. Tot die conclusie komt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in een vandaag uitgebracht rapport over het gemeentelijk ouderenbeleid.

Gemeenten hebben van de rijksoverheid de taak gekregen om er voor te zorgen dat er voldoende voorzieningen zijn voor ouderen en dat ouderen allerlei activiteiten kunnen ontplooien. Maar diezelfde overheid voert een beleid waarbij vraag en aanbod steeds meer aan autonome instellingen, zoals woningcorporaties, wordt overgelaten. “Als de gemeente een oudere bijvoorbeeld een aanleunwoning aan wil bieden moet zij dat eerst vragen aan de corporatie en dat staat een goed huisvestingbeleid in de weg”, zegt M.H. Kwekkeboom, de auteur van het rapport. Deze en andere belemmeringen maken het voor gemeenten moeilijk om hun taken goed te vervullen, zo concludeert het Planbureau.

Het adviesorgaan reikt twee oplossingen aan. De eerste is gemeenten meer macht geven, als de rijksoverheid ten minste wil vasthouden aan de gemeentelijke taken. De tweede is de afstemming van het aanbod geheel overlaten aan instellingen zoals corporaties en ziektekostenverzekeraars. Maar om de consument te beschermen moet dan wel een pakket voorzieningen wettelijk worden vastgelegd, aldus het SCP.

De conclusies en aanbevelingen van het SCP zijn gebaseerd op onderzoek in de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven, Groningen, Dordrecht, Deventer, Goes en Venlo. De problemen in al deze gemeenten zijn vrijwel dezelfde. Zo constateren ze allemaal dat de versnippering van de bevoegdheden en financieringsregelingen vooral in de zorg- en dienstverlening een groot obstakel vormt voor het voeren van een samenhangend ouderenbeleid. De nieuwe Wet Voorzieningen Gehandicapten, die op 1 april in werking treedt en waarin sommige taken van de overheid overgeheveld worden naar de gemeente, lost volgens Kwekkeboom niet genoeg op. “Op veel terreinen blijft de zorg onder de corporaties vallen waardoor het niet mogelijk is een ouderenbeleid te realiseren dat juist gericht is op samenhang. Ouderen worden te veel van het kastje naar de muur gestuurd omdat zij aangewezen zijn op veel verschillende instellingen.”

In Rotterdam werd dit, zo blijkt uit het rapport, enigszins ondervangen door het ouderenbeleid vanuit welzijn, huisvesting, gemeentelijke gezondheidsdienst, ruimtelijke ordening en verkeer en vervoer door een en dezelfde wethouder te laten regelen.

De rol van de gemeente in het ouderenbeleid wordt ook door ouderen als “te beperkt” ervaren. Ouderen proberen zich steeds meer te verenigen, bijvoorbeeld door een eigen partij op te richten, om meer invloed uit te oefenen op het beleid.

Uit het onderzoek komt verder naar voren gekomen dat alle acht gemeenten eigen-bijdrageregelingen hebben ingevoerd voor gemeentelijke voorzieningen. De helft van de onderzochte gemeenten zet eigen middelen in voor de financiering van het ouderenbeleid.