Regenseizoen zal regeringsoffensief Z-Soedan blussen

KAYA, 9 MAART. De guerrillastrijders van het Soedanees Volksbevrijdingsleger (SPLA) in het stadje Kaya, waarvan de verovering een hoofddoel vormt in het offensief van het regeringsleger op de westelijke oever van de Nijl, tonen zich uiterst ontspannen. Commandant Abraham Jok Aring van Kaya gaat voor de buitenlandse bezoekers snel zijn trainingspak verruilen voor een militair uniform. Twintig kilometer verder noordwaarts in Zuid-Soedan ligt het front waar zijn guerrillastrijders het regeringsleger tegenhouden. De strijd verloopt gunstig voor het SPLA, legt Jok Aring uit, de regeringstroepen zijn al weken geen meter opgeschoten.

Diplomaten in de Soedanese hoofdstad Khartoum verwachten dat de regeringstroepen na het einde van de islamitische vastenmaand Ramadan, tegen het weekeinde, een nieuwe poging zullen ondernemen om naar de Oegandese grens door te stoten. Is commandant Jok Aring niet bezorgd over deze plannen? “Wij hebben ook onze plannen, maak je geen zorgen”, antwoordt hij prompt.

In Pageri, 160 kilometer oostwaarts aan de andere kant van de Nijl, heerst hetzelfde zelfvertrouwen onder de SPLA-strijders. “Hoe kunnen de regeringssoldaten hun offensief nieuw leven inblazen”, vraagt Mario Muer van de civiele afdeling van het SPLA. “Ze hebben geen versterking gekregen vanuit het noorden. Als ze het in de laatste weken niet is gelukt met de huidige troepensterkte, dan zullen de regeringssoldaten er ook na de Ramadan niet in slagen, ook al vechten ze dan met een gevulde maag.”

Drie weken geleden heerste er nog een uiterst bedrukte stemming onder de SPLA-soldaten rond Pageri. Het grootschalige 'slotoffensief' van het regeringsleger had de guerrillastrijders op enkele fronten teruggedrongen. De militaire tegenslagen deed het moreel onder de strijders tot een dieptepunt dalen, buitenlandse hulpverleners kregen het advies te vertrekken en een deel van de ontheemde bevolking die trouw is aan het SPLA sloeg op de vlucht uit angst voor de oprukkende regeringssoldaten. Voor het eerst in elf jaar burgeroorlog in Zuid-Soedan praatten de rebellen openlijk over de kans op een totale nederlaag.

De laatste twee weken zijn de kansen gekeerd. Aan het front ten noorden van Pageri bij de rivier de Kit liepen de regeringstroepen in een hinderlaag van het SPLA, waarna ze over de rivier werden teruggedreven en het SPLA wapens op hen buit maakte. Het regeringsleger vloog al enige maanden geleden troepenversterkingen naar Torit, kennelijk met de bedoeling om vanuit deze stad een grote aanval te openen. De rebellen slaagden er na de overwinning bij Kit in hun eenheden te hergroeperen en sindsdien beschieten ze naar hun eigen zeggen doorlopend Torit met hun artillerie. “Aanvankelijk waren we verrast door hun offensief”, erkent Mario, “maar ons moreel is nu weer hoog, we vechten beter dan een maand geleden.”

Naarmate de grondtroepen verder vastlopen, lijken de bombardementen door regeringsvliegtuigen op SPLA-gebied toe te nemen. Vorige week werd voor het eerst sinds drie jaar het stadje Nimule aan de Oegandese grens bestookt door bommen uit een Antonov-vrachtvliegtuig. In Nimule bleef de schade beperkt. Forse bomscherven liggen verspreid over een groot veld, maar de projectielen raakten geen materiële doelen. Een 14-jarig meisje dat in paniek wegrende werd dodelijk getroffen, veertien burgers werden gewond.

De Antonovs blijven uit vrees voor het afweergeschut van het SPLA op grote hoogte vliegen. Hun bommen, die met de hand het toestel worden uitgerold, kunnen daarom nooit accuraat worden afgeworpen. In Pageri werd wel grote schade aangericht. Vorige maand gingen er tientallen huizen in vlammen op, evenals een opslagplaats met voedselhulp. Ongeveer tien burgers verloren het leven bij dit bombardement.

In Kaya hangt nog de penetrante geur van verbrand riet en hout. Volgens de versie van het SPLA vatte eind vorige maand het droge olifantengras rondom het stadje vlam bij een artilleriebeschieting. De vuurzee verslond vervolgens honderden lemen huisjes. Kaya is een zwart geblakerde stad. Van de oorspronkelijke 30.000 inwoners zijn er nog slechts 9.000 over, de rest vluchtte de laatste maanden naar Oeganda. Geen enkele hulporganisatie opereert in Kaya; in wat het ziekenhuisje wordt genoemd krijgen patiënten bij gebrek aan medicijnen kruiden.

Een berooide Zuidsoedanees wacht een beter leven als vluchteling buiten zijn land. De ruim 150.000 vluchtelingen in Noord-Oeganda ontvangen doorgaans voldoende voedselhulp, medische verzorging en onderwijs. Vele Zuidsoedanezen zijn in de afgelopen drie jaar hun woongebied ontvlucht voor de SPLA-soldaten die hun spullen roofden. Degenen die recentelijk in Oeganda aankwamen, vertellen dat de rebellen hen ervan probeerden te weerhouden te vluchten of dat zij geld moesten betalen om te mogen vertrekken. SPLA-functionarissen in Zuid-Soedan ontkennen dit. Maar zij geven toe dat ze liever willen dat de bevolking niet naar Oeganda gaat. “De bewoners koesteren geen vertrouwen meer in onze militaire kracht, daarom trekken ze weg”, zegt commandant Jok Aring. “Natuurlijk raakt ons dat, het demoraliseert onze strijders.”

Hoge Amerikaanse diplomaten veroordeelden vorige maand op een persconferentie in Nairobi in scherpe bewoordingen het regeringsoffensief. Ze voorspelden een toevloed van mogelijk 120.000 vluchtelingen uit Zuid-Soedan naar de buurlanden. Daarvan is vooralsnog geen sprake. Aan de westelijke oever van de Nijl komen dagelijks honderd Zuidsoedanezen binnen, aan de oostelijke zijde vijftig. Dit aantal ligt beduidend lager dan enkele maanden geleden, vóór de lancering van het nieuwe offensief. De ontheemden van het veel noordelijker in Zuid-Soedan levende Dinka-volk willen uit politieke en tribale overwegingen niet naar Oeganda uitwijken en een deel van de plaatselijke bevolking uit het grensgebied is al eerder gevlucht. De achterblijvers hebben kennelijk meer vertrouwen in de militaire capaciteit van het SPLA. Druppelsgewijs komen enkele vluchtelingen zelfs weer terug naar Kaya.

De eerste buien vallen inmiddels in het grensgebied. Als binnenkort het grote regenseizoen aanbreekt zal, zo is de verwachting, het regeringsoffensief worden uitgeblust. De wegen veranderen in modderstromen en worden onbegaanbaar voor het zware materieel van het regeringsleger. Het grootste gevaar zal dan voorlopig zijn geweken voor het Zuidsoedanese verzet.

    • Koert Lindijer