Reacties op extreem rechts van bedroevend niveau

De extreem-rechtse partijen die aanvankelijk werden doodgezwegen hebben de afgelopen maanden onevenredig veel aandacht gekregen. S.W. Couwenberg begrijpt weinig van de paniekerige reacties. Wat vaak als racisme wordt aangemerkt is volgens hem geen racisme, maar eerder etnisch protectionisme. Als zodanig is het een aspect van het nieuwe protectionisme dat zijn oorsprong vindt in de ontwikkeling van de verzorgingsstaat.

Extreem-rechts deugt niet. In Nederland bestaat het uit een droevig stelletje politieke tuinkabouters en, gezien het schamele politieke niveau van dit bij elkaar geraapte gezelschap, is het onbegrijpelijk en niet getuigend van veel politiek zelfvertrouwen dat de gevestigde partijen zich de laatste maanden door die schorre proteststem zo op stang hebben laten jagen en zich daartegen teweergesteld hebben met vaak krakkemikkige argumenten.

Extreem-rechts verspreidt vooroordelen, was bijvoorbeeld het argument van een aantal burgemeesters om de kiezers daartegen te waarschuwen. Maar staat het hele politieke bedrijf niet bol van onderlinge vooroordelen? Vooroordelen verstoren menselijke relaties en moeten constant bestreden worden. Maar zij zijn op zichzelf een onuitroeibaar fenomeen in het intermenselijke verkeer door de vaak gebrekkige informatie over en weer. Dit geldt zeker voor het verkeer tussen volken. Hoezeer worden de relaties met onze ooster- en zuiderburen niet beïnvloed door vooroordelen? Wie zonder vooroordelen is, werpe de eerste steen! Wel moeten we bereid zijn onze vooroordelen telkens opnieuw ter discussie te stellen en op hun waarheidsgehalte te toetsen, maar dan niet alleen onze vooroordelen over buitenlanders, maar ook over andere Nederlanders. Ondanks onze veelgeprezen tolerantie zijn we in dit land te gauw geneigd op andersdenkenden een negatief etiket te plakken en daarmee een vooroordeel te creëren waar je niet makkelijk meer vanaf komt, hoe aanvechtbaar dat ook is. Dat is ook volop gebeurd in de publieke discussie over het vreemdelingen- en minderhedenbeleid waarin afwijkende opvattingen als racistisch bestempeld zijn, hoewel zij volstrekt niet in strijd waren met het verdrag van 1966 tot uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie en nu ook algemeen aanvaard zijn.

Wat vaak als racisme wordt aangemerkt, zoals het terugdringen van de migratiestroom om te voorkomen dat de eigen welvaart te zeer wordt aangetast, is geen racisme, maar etnisch protectionisme en als zodanig een aspect van het nieuwe protectionisme dat zijn oorsprong vindt in de ontwikkeling van de verzorgingsstaat en gericht is op bescherming van de eigen welvaart tegen de concurrentie van buitenlandse produkten en van buitenlanders in eigen land op de arbeids- en woningmarkt. De vrees voor afkalving van verworven sociale rechten en slechtere arbeidsperspectieven aan de onderkant van de samenleving brengt ook politici van links er meer en meer toe een rigider vreemdelingenbeleid te aanvaarden. Etnisch protectionisme is geen uiting van racisme, maar zoals ik al elders uiteenzet (in 'Nationaliteit en Nationalisme'), maar van defensief staatsnationalisme evenals economisch protectionisme. Racisme is een specifieke uiting van een algemeen menselijke neiging, op grond van bepaalde groepskenmerken - of raciale of etnische afkomst - zich boven anderen te verheffen en die anderen niet gelijkwaardig te achten en te behandelen.

Extreem-rechts zaait verdeeldheid en speelt in op onvrede, zo is vaak gesteld. Maar is dat niet inherent aan een pluralistische democratie met een meerpartijenstelsel? Is de Nederlandse politiek niet begonnen op basis van een scherpe godsdienstig-politieke antithese en hebben socialistische partijen niet jarenlang de klassenstrijd gepredikt? En was een wezenlijk element in de politieke vernieuwing der jaren zestig niet de polarisatiestrategie van de PvdA? En verkeert de huidige partijpolitiek juist niet in een impasse bij ontstentenis van relevante en aansprekende politieke strijdpunten, zodat er wat de gevestigde partijen betreft, weinig te kiezen valt? Zijn gevestigde partijen en politici in hun vreemdelingen- en minderhedenbeleid zelf niet op belangrijke punten opgeschoven in de richting van wat eerst jarenlang als racistisch is bestreden en ondergraaft dat niet de geloofwaardigheid van racisme-bestrijding?

De extreem-rechtse leuze: eigen volk eerst, deugt uiteraard niet uit ethisch oogpunt, maar is die leuze een uiting van racisme? Is zij niet veeleer de collectieve expressie van het egoïstische mensbeeld dat aan onze kapitalistische economie en de daarin beoefende economische wetenschap ten grondslag ligt en tevens van een wijdverbreide mentaliteit die we sinds de jaren zeventig aanduiden als ik-cultuur en voorheen met het oud-vaderlandse gezegde: het hemd is nader dan de rok! Worden onze belangengroepen ook niet in sterke mate geleid door groepsegoïsme en speelt het primaat van het nationale belang (eigen volk eerst) niet een toonaangevende rol in de theorie en praktijk van de internationale politiek? Zelfs in Amerika, waar de buitenlandse politiek meer dan in Europa geïnspireerd wordt door idealistische motieven, wint de gedachte van 'America First' duidelijk veld in die politiek.

Mijn conclusie is dat de bestrijding van extreem-rechts zich tot dusverre te veel heeft aangepast aan het intellectueel bedroevende niveau van deze negativistisch en demagogisch opererende politieke lichtgewichten en zich daartegen op te gemakzuchtige wijze teweer stelt. Na extreem-rechts eerst jarenlang doodgezwegen te hebben, en ook zijn signaalfunctie niet te onderkennen inzake groeiende onvrede over het gevoerde beleid, hebben politici en media daaraan de afgelopen maanden ineens onevenredig veel aandacht geschonken met zoals bekend een averechts effect. Zij hebben daarmee blijk gegeven van weinig politiek inzicht.

Afgezien van een zekere signaalfunctie, heeft extreem-rechts niets te bieden. Het moet het hoofdzakelijk hebben van proteststemmen, dus van het meest onbetrouwbare deel van het electoraat. De steun in oude volkswijken is veeleer een sociaal protest tegen eigen achterstelling in een samenleving die opnieuw een tweedeling te zien geeft dan een uiting van racisme. Beter dan met de gebruikelijke morele protesten te reageren kan extreem-rechts bestreden worden door de oorzaken van het onbehagen aan te pakken waaraan het zijn electorale steun ontleent. Door zijn extreme opstelling en gebrek aan politiek talent en bestuurservaring is het niet in staat electoraal succes om te zetten in praktische resultaten. Het heeft derhalve weinig politiek perspectief. Het zal spoedig door de mand vallen door politieke onmacht en onderlinge verdeeldheid. De huidige paniekerige overreacties kan ik daarom moeilijk begrijpen, tenzij als teken van een partijpolitiek bestel in verwarring.