Politiek correcte thriller over drama van Guildford Four

In the Name of the Father. Regie: Jim Sheridan. Met: Daniel Day-Lewis, Emma Thompson, Pete Postlethwaite, Beatie Edney, Corin Redgrave. In: 15 theaters.

Hoewel gefinancierd door Universal Pictures is In the Name of the Father een Europese film, namelijk een Iers-Engelse coproduktie, geregisseerd door de Ier Jim Sheridan. Maar van de vijf titels die dit jaar genomineerd werden voor een Oscar als beste film, voldoen de actiefilm The Fugitive en In the Name of the Father het meest aan de traditionele opvattingen over een Hollywood-film. Ook al vormt de politieke strekking van de laatste film, zo blijkt mede uit sommige Britse reacties, een bedreiging voor het juridische en bestuurlijke 'establishment', de scenarioschrijvers (Terry George en de regisseur) lijken wel een cursus gevolgd te hebben in het vervaardigen van een klassiek Hollywood-scenario. Ter wille van de duidelijkheid en de dramatische spanningsboog worden personages samengevoegd, tegenstellingen gesimplificeerd, situaties verdicht, schurken iets slechter en helden iets positiever voorgesteld, en de climax gereduceerd tot een even triomfantelijke als bevrijdende katharsis, uiteraard gevolgd door eindtitels die summier vertellen hoe het met de personages verder is gegaan.

Een belangrijk verkoopargument voor In the Name of the Father is dat de film gebaseerd is op een waar gebeurd verhaal: niet in details, maar wel in grote lijnen. De Noordierse kruimeldief Gerry Conlon (Daniel Day-Lewis) bracht vijftien jaar door in een Engelse gevangenis, na te zijn veroordeeld voor een IRA-bomaanslag in Guildford. Politie en justitie verdonkeremaanden zijn kloppende alibi en negeerden later de bekentenis van de echte dader. De reden was eerst dat de publieke opinie schreeuwde om het vonnissen van een schuldige, later dat het toegeven van een gerechtelijke dwaling een te grote blamage zou betekenen voor degenen die zijn schuld fabriceerden.

Deze simpele politieke lijn in de film, het schandaal van de zogenaamde Guildford Four, overtuigt volledig, als de mechanische afwerking van het soort linkse thriller, waar Costa-Gavras in de jaren zeventig patent op had. Het is een tamelijk magere basis, vooral omdat Sheridan relatief weinig aandacht heeft voor de manier waarop de tegenpartij redeneert, zijn macht ontplooit en daarna in paniek het onderspit delft, altijd de meest aantrekkelijke kant van zo'n politiek correcte, anti-autoritaire thriller. Zodra Emma Thompson in beeld verschijnt als de advocate die de onderste steen boven haalt, is duidelijk dat we het met haar innemende heldendom zullen moeten stellen.

De indruk ontstaat dat het Sheridan in eerste instantie ook niet te doen is geweest om het ontmaskeren van de perfiditeit van het Thatcher-régime en zijn handlangers bij justitie, ook al is dat aspect publicitair leuk meegenomen. Net als in zijn eerdere films, My Left Foot en The Field, etaleert Sheridan liever aloude Ierse stereotypen, gebed in de wat dik aangezette presentatie van getroubleerde familieverhoudingen. De spastische dichter die Day-Lewis in My Left Foot speelde en diens, soms ongelooflijke, worsteling met het ouderlijk milieu, staat niet zo ver af van de zich emanciperende slappeling Conlon. De aantrekkelijke, bijna nostalgisch gefilmde wederwaardigheden van een, nota bene voor de IRA naar Londen gevluchte losbol in het hippie-milieu van de vroege jaren zeventig, krijgen een logisch vervolg in zijn karakterloze overlevingsstrategie in de gevangenis. Pas als hij met zijn vader (de evenals Day-Lewis en Thompson voor een Oscar genomineerde Pete Postlethwaite, eerder formidabel als de vader in Terence Davies' Distant Voices, Still Lives) in het reine is gekomen, is Conlon rijp voor het gevecht tegen het onrecht dat hen beiden is aangedaan. Dat Sheridan vader en zoon, in strijd met de waarheid, een cel laat delen, is van cruciaal belang voor deze vorm van dramatisering. Volgens de regisseur staat het vader-zoon conflict ook nog eens voor de metaforische relatie tussen Engeland en Ierland, maar dat element wordt niet erg duidelijk uitgewerkt.

Men moet Sheridan nageven dat zijn film loopt als een trein, enkele momenten van visueel vuurwerk telt en ook overdondert door een uitgekiende, zeer effectieve geluidsband in digitale Dolby-stereo. Wie zich eens een avond wil laten meeslepen door een zowel politiek correcte als lekkere film, die ook nog ergens over lijkt te gaan, hoeft zich niet bekocht te voelen. Maar een genuanceerde waarheid, een betekenis onder de oppervlakte, een niet-geprogrammeerd moment van ontroering zal men niet aantreffen in deze instant-succesfilm, die wel het hart op de goede plaats draagt.

    • Hans Beerekamp