Politiehypotheek

HET NIEUWE REGIONALE politiebestel begint met een fikse vertrouwenshypotheek. Onderzoek van de Algemene Rekenkamer wijst uit dat geld voor extra politiemensen op straat gedurende een reeks van jaren voornamelijk is besteed aan materiële uitgaven en bureaufuncties. Nu had de politie ook te kampen met achterstallig onderhoud en een automatiseringstekort. Maar alle goede bedoelingen nemen niet weg dat de politieleiding eigenmachtig en op grote schaal iets anders heeft gedaan met begrotingsgeld dan waarvoor het was gevoteerd.

Dit détournement had plaats gedurende twee kabinetsperioden waarvan de eerste nog de oude structuur van gemeente- en rijkspolitie kende terwijl de tweede al snel in het teken stond van de nieuwe regionale organisatievorm. Het valt dus aan te nemen dat er sprake is van een structurele afwijking in het toezicht op de manier hoe de politie gemeenschapsgeld uitgeeft. Dat de Rekenkamer er aan te pas moest komen is trouwens al een teken aan de wand.

De nieuwe regionale politieorganisaties zijn in sterke mate verzelfstandigd waardoor het probleem alleen maar dreigt toe te nemen. Daarom is er niet alleen reden tot bezinning voor de twee ministers van politie maar past het ook de regionale politiebesturen aan te geven hoe zij herhaling denken te voorkomen. Sommige politiechefs kunnen in elk geval hun volume beter wat dimmen. Dat er wellicht alsnog wat extra personeel beschikbaar komt wegens het “vertragingseffect” van de politie-opleiding is niet voldoende om de begrijpelijke ongerustheid in de Tweede Kamer weg te nemen.

EN PASSANT HEEFT de Rekenkamer vastgesteld dat de extra politiemensen die dan wèl worden aangetrokken, vooral in administratieve functies terechtkomen en niet in de uitvoerende diensten. Misschien is dat nog wel erger dan dat er geld voor personeel wordt besteed aan huisvesting en computers. Ondanks alle veranderingen die de politie in Nederland doormaakt dreigt er een constante te onstaan dat van elke honderd dienders erbij slechts een kwart beschikbaar komt voor het publiek. Dat is niet gezond voor de politie en niet behoorlijk tegenover de samenleving.