Piraterij met medeweten van Peking

LONDEN, 9 MAART. Kustwacht- en marineschepen in China doen met grote regelmaat aanvallen op koopvaardijschepen met medeweten van de autoriteiten in Peking. In het gunstigste geval blijven de piratenacties beperkt tot het stelen van de bezittingen van de bemanning. Maar het gebeurt ook dat schepen worden opgebracht naar een haven en daar worden gelost. De betreffende reder kan het schip alleen terug krijgen als hij flink betaalt.

Dit heeft de directeur van het International Maritime Bureau (IMB), Eric Ellen, verklaard in een toespraak op de universiteit van Southampton. Het in Londen gevestigde IMB is een particuliere instelling die wordt gefinancierd door de internationale kamers van koophandel.

Ellen zei dat er alleen al dit jaar bijna twintig aanvallen zijn geweest. Volgens hem wordt op diplomatiek niveau niets ondernomen om China tot de orde te roepen. De IMB-directeur wijt dat vooral aan de delicate politieke situatie rond Hongkong. De Chinees-Britse besprekingen over de toekomst van de kroonkolonie zitten in een impasse.

Het IMB heeft vastgesteld dat er een handel is ontstaan in “spookschepen”. Doorgaans betreft het schepen die zijn overvallen door Chinese bendes. Zij veranderen de naam en de registratie en gaan er vervolgens vandoor met het schip en de lading.

Piraterij en fraude in de koopvaardij leveren een jaarlijkse schade op van 16 miljard dollar. Volgens het jaarverslag van het IMB waren er vorig jaar over de hele wereld 103 gevallen van piraterij tegen 115 in 1992. Ongeveer twee derde daarvan deed zich voor in de wateren voor de Chinese kust, vooral in het gebied tussen Hongkong, de Filipijnen en Hainan.

Versterkte patrouillering is volgens Ellen een effectief wapen in de strijd tegen de zeerovers. Dat is gebleken in de Straat van Malakka en de Straat van Singapore. Daar deden zich in 1991 nog 200 gevallen van piraterij voor. Het jaar daarop was er nog maar één incident. (Reuter)