Oud worden als eenzame bezigheid

Voorstelling: De eenzame weg van Arthur Schnitzler door theater De Appel. Vertaling: Ger Thijs; regie: Aus Greidanus; decor: André Joosten; spel: Carol Linssen, Gees Linnebank, Hubert Fermin, Sacha Bulthuis, e.a. Gezien: 4/3 Appeltheater Den Haag. Aldaar t/m 30/4.

Een week na elkaar zijn bij toneelgroep De Appel twee voorstellingen in première gegaan die dateren uit een periode waarin veel sociaal-psychologische drama's het licht zagen: eerst Spoken (1881) van Henrik Ibsen en nu De eenzame weg (1903) van Arthur Schnitzler. Beide schrijvers hebben mensen geportretteerd die achtervolgd worden door hun verleden: de tijd waarin ze nog greep op de dingen hadden, zoals Julian Fichtner, een van de hoofdpersonen in De eenzame weg, opmerkt.

Fichtner is kunstschilder en op een leeftijd gekomen dat hij niet langer 'veelbelovend' genoemd kan worden. Dat geldt ook voor zijn vriend, de toneelschrijver Stephan von Sala. Beider leven wordt gekenmerkt door teloorgegane illusies en idealen, gemiste kansen en nooit ingeloste beloften. Hun egoïsme heeft langdurige relaties in de kiem gesmoord: liever waren ze onafhankelijk dan dat ze zich aan iemand bonden. Maar nu het er naar uitziet dat ze hun oude dag in eenzaamheid zullen slijten, klampen ze zich vast aan de jongere generatie: aan Felix en Johanna, de kinderen van professor Wegrat.

Aanvankelijk tonen Felix en Johanna zich gevleid door die plotselinge aandacht, maar als Fichtner bekent dat hij en niet Wegrat de vader is van Felix, ontstaat tussen hen een afstand die definitief blijkt. Ook de andere personages raken vroeg of laat van elkaar verwijderd (niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk doordat men weggaat of sterft) en het lijkt alsof gepoogd is dat in de mise-en-scène tot uitdrukking te brengen.

Aus Greidanus heeft de voorstelling in de breedte geënsceneerd, op een groot vrijwel leeg speeloppervlak dat de acteurs volledig benutten. Ze bewaren meestal een behoorlijke afstand tot elkaar, zonder dat de intimiteit van hun gesprekken daar onder lijdt.

Na de pauze is de speelvloer in tweeën gedeeld door een vijver waarin Johanna zich verdrinkt. In het vijfde bedrijf schuift de vloer over het water zodat het lijkt alsof het drama bij de vijver nooit heeft plaatsgehad. De door André Joosten ontworpen ruimte oogt dan weer strak en overzichtelijk, wat mede is te danken aan de heldere belichting van Reinier Tweebeeke.

Bepalend voor het wat koele karakter van de voorstelling is ook de speelstijl die psychologisering zoveel mogelijk uit de weg gaat. Net als Ger Thijs die De eenzame weg twee jaar geleden regisseerde bij Het Zuidelijk Toneel, is Aus Greidanus kennelijk teruggeschrokken voor een enscenering waarin de spelers grote emoties etaleren. Bij een aantal heeft dat geleid tot vlak en weinig geïnspireerd spel: Gabriele, de vrouw van de professor, de dokter, Felix en Johanna - zij kregen voor mij geen duidelijk gezicht. Johanna wordt zelfs ronduit zwak gespeeld door Sofie Sente die duidelijk geen greep heeft op haar personage.

Daar staan mooie rollen van Carol Linssen (Wegrat) en Sacha Bulthuis (Irene Herms) tegenover. Genoten heb ik vooral van de scènes met Bulthuis en Gees Linnebank (Fichtner). Linnebank zet Fichter neer als een gekwelde kunstenaar, de volkomen tegenpool van Von Sala die door Hubert Fermin wordt gespeeld als een doorgewinterde cynicus. Het is dan ook Von Sala die hem keer op keer met de neus op de harde werkelijheid drukt: “Oud worden is een eenzame bezigheid voor mensen zoals wij.”