Ook Haagse campagne voor export naar Japan

DEN HAAG, 9 MAART. De Verenigde Staten zijn niet het enige land dat handelsproblemen heeft met Japan. Ook Nederland, dat toch geldt als een van de belangrijkste handelsnaties in de wereld, laat het lelijk afweten waar het de export naar Japan betreft. Slechts 0,9 procent van de Nederlandse export gaat richting Japan. Nederland scoort daarmee lager dan de meeste andere landen in de Europese Unie. De Nederlandse goederenstroom naar Japan stagneert al enkele jaren, terwijl het Japanse handelsoverschot met Nederland oploopt (tot ruim 6 miljard gulden in 1992).

Hoog tijd om in te grijpen en de tegenaanval in te zetten, vond de overheid, die de afgelopen jaren steeds meer moeite had om belangstellenden te vinden voor handelsmissies naar Japan. De ministeries van landbouw en economische zaken, de Kamers van Koophandel en enkele handelsorganisaties sloegen de handen ineen en onlangs ging een campagne met de titel Japan Trade Action van start. Doel: nog dit jaar 25 Nederlandse ondernemers helpen om voet aan de grond te krijgen in Japan en zo de export te vergroten. P. van de Locht, plaatsvervangend directeur van de Economische Voorlichtingsdienst (EVD) en tevens 'campagneleider': “Ik heb wel een streefcijfer voor de exportgroei in gedachten, maar ik wacht nog even met de bekendmaking daarvan.”

Een verklaring voor de geringe belangstelling van Nederlandse bedrijven voor Japan is niet eenvoudig te vinden. Van de Locht: “Het heersende idee is: Japan is moeilijk. Andere Europese landen blijken echter, gezien hun exportcijfers, gemakkelijker over die psychologische hobbel heen te komen. Wellicht speelt ook de concurrentie van emerging markets, in Oost-Europa en Azië, een rol.” Eventuele afspraken tussen VS en Japan over betere markttoegang kunnen nuttig zijn voor Nederland, meent Van de Locht, want sommige klachten van Nederlandse bedrijven komen aardig overeen met die van de Amerikanen. Aan het Nederlandse aanbod ligt het niet, volgens Van de Locht. “Dat sluit goed aan bij de Japanse behoefte. We moeten alleen een antwoord zien te vinden op de vraag waarom bijvoorbeeld de Denen wel kans zien hun ham in blik af te zetten en wij niet.”

Vreemd genoeg doet Nederland het verhoudingsgewijs heel goed waar het gaat om directe investeringen. Volgens cijfers van het IMF neemt Nederland maar liefst 10 procent van de totale buitenlandse investeringen in Japan voor zijn rekening. Vanwaar het grote verschil tussen de Nederlandse export- en investeringsprestaties? Volgens een woordvoerder van de Japan External Trade Organization (Jetro) zijn het vooral grote bedrijven als Shell, Akzo, DSM en de ING Groep die actief zijn in Japan. “Voor multinationals is het eenvoudiger om de relatief gesloten Japanse markt te betreden. Bovendien valt het gros van hun investeringen in de categorie 'beleggingen'.”

Ondanks de recessie in Japan blijft het voor Nederland een belangrijke exportmarkt, meent Van de Locht. “In de wereld geldt Japan als een belangrijke markt. Als je daar goed presteert, heb je je bewezen. Doe je dat niet, dan dreig je ook elders terrein te verliezen. Denk aan het springplank-effect: als je leverancier aan Japan bent, heb je een voorsprong bij andere Aziatische landen. Want door de wijdverbreide investeringen van Japan in de Aziatische regio hebben die landen veelal de Japanse normen en kwaliteitseisen overgenomen.” Van de Locht ziet in Japan kansen voor exporteurs van onder meer milieutechnologie en bouwmaterialen, bedrijven die zijn gespecialiseerd in waterbouw en infrastructuur, en voor de voedselverwerkende industrie. Thans bestaat de export voor een belangrijk deel uit land- en tuinbouwprodukten, voedingsmiddelen, machines en chemische produkten. De indruk van de EVD is dat Japan vooral geinteresseerd is in eenvoudige, goedkope en kwalitatief hoogwaardige produkten.

De campagne, die drie jaar zal duren, bestaat onder meer uit publiciteit in Japan waarin Nederland wordt aangeprezen als leverancier van hoogwaardige diensten en technologie, deelname aan beurzen en intensieve begeleidng van ondernemers die de stap naar Japan willen zetten: nadat een bedrijfsprofiel is opgesteld, wordt in Japan gezocht naar minimaal vijf partners die voor samenwerking in aanmerking komen. Vervolgens wordt de ondernemer via een korte cursus ingewijd in verscheidene aspecten van de Japanse markt, waarna kennismaking met de potentiële partners volgt. Voor de begeleiding van ondernemingen is inmiddels door Jetro een Japanse handelsadviseur aangetrokken. De kosten van de campagne worden voor dit jaar geschat op ongeveer 2,5 ton.

De campagne lijkt inmiddels haar eerste vruchten af te werpen. Voor een voorlichtingsbijeenkomst over exporteren naar Japan toonden onlangs zestig bedrijven belangstelling. Andere jaren was dat slechts de helft. Elf ondernemers hebben te kennen gegeven dat zij daadwerkelijk de sprong naar Japan wilen wagen.

Van de Locht heeft goede hoop dat de Nederlandse export naar Japan de komende jaren zal toenemen. “De Japanse houding ten aanzien van buitenlandse handelspartners verandert, niet alleen door de internationale druk, maar ook door de interne politieke verschuivingen. Deze regering geeft duidelijk te kennen dat zij de consumptie wil stimuleren en de internationale handel wil vergemakkelijken. Bovendien werkt de hogere koers van de yen stimulerend op de import.” Overigens zijn niet alleen op regeringsniveau de eerste tekenen van de Japanse omslag merkbaar. Langs de Japanse snelwegen zijn de eerste billboards verrezen met de tekst: 'Laten we importprodukten kopen.'

    • Friederike de Raat