Onbekommerde aanpak van nog onontgonnen syndroom

Lolamoviola: Toen Kooymans op vakantie was, Ned.3, 23.20-0.06u.

De huidige minister van Buitenlandse Zaken heeft terwijl hij op de winkel paste in ieder geval een spoor achtergelaten in de Nederlandse cultuur. Toen Kooymans op vakantie was, de titel van een korte speelfilm van Nicole van Kilsdonk (28) in de VPRO-reeks 'Lolamoviola', verwijst naar gebeurtenissen in de zomer van 1993. In afwezigheid van de bewindsman weigerde een hoge ambtenaar een inreisvisum aan de Indonesische mensenrechtenactivist Poncke Princen, die zijn Nederlandse nationaliteit kwijt geraakt was, nadat hij eind jaren veertig als militair overgelopen was naar de republikeinse zijde. Het incident riep felle reacties op, zowel bij verdedigers van Princen als bij veteranen van de 'politionele acties', die hun frustratie en woede over gebrek aan erkenning voor hun problemen publiekelijk koelden op de 'deserteur' en 'landverrader' van weleer.

Van Kilsdonk, in 1991 afgestudeerd aan de Filmacademie met de aardige romantische komedie Post Reykjavik, nam de affaire als aanleiding voor een samen met Olivier Nilsson-Julien geschreven scenario over iets wat op een nieuw soort 'tweede-generatiesyndroom' begint te lijken. Een zwangere vrouw van een jaar of dertig (Saskia Temming) gaat met haar vriend (Marcel Musters) voor het eerst sinds lange tijd op bezoek bij haar ouders. De vriend en zijn schoonvader (Eric van der Donk) kijken naar het journaal, dat aandacht besteedt aan de zaak-Princen en de vakantie van Kooymans. Achteloos commentarieert de jongste van de twee dat ze die Princen niet zo zouden moeten behandelen, want dat zou je toch ook niet doen met een Duitser, die in de Tweede Wereldoorlog naar de Nederlandse kant overgelopen was. De schoonvader ontsteekt in verkrampte woede en zet het stel de deur uit.

Na een bezoek aan haar grootmoeder begint de vrouw geobsedeerd te wroeten in het verleden van haar vader, die nooit met een woord gerept heeft over zijn Indische periode. De moeder komt bemiddelen en vraagt aan haar dochter of ze niet bereid is excuses te komen maken, want vader is sindsdien helemaal in de war. Daar voelt ze niets voor, maar als er ook een verwijdering met haar vriend dreigt doordat zij nergens anders meer aan kan denken, komt het toch nog tot een voorzichtige toenadering tussen de generaties.

Het verhaal van Toen Kooymans op vakantie was klinkt aannemelijk, al balanceren de leeftijden van de vertegenwoordigers van drie generaties (ik schat 30, 65 en 90) op de rand van het onwaarschijnlijke. Het doorbreken van de grote stilte over de oorlog van '47-'49 hangt sinds de film Oeroeg en een handvol, deels nog niet voltooide documentaires, als thema duidelijk in de lucht. Je kunt stellen dat de minder belaste generatie van Van Kilsdonk misschien beter in staat is het onderwerp bij de kop te pakken dan de wat oudere echte kinderen van oud-strijders, maar in haar film is een zekere kunstmatigheid voelbaar, alsof het om een theoretisch onderwerp uit een veel verder verwijderd verleden gaat. De soms naar futiliteit neigende interactie tussen verbaasde jongeren en hardnekkig zwijgende ouderen kan ook veroorzaakt zijn door een verre van ideale spelregie. Toen Kooymans op vakantie was is een redelijk geslaagde, ondanks de zwart-wit-fotografie van Maarten Kramer en twee verdwaalde scènes waarin de acteurs zich direct tot de camera wenden, behoorlijk conventionele speelfilm. Het kan aan mij liggen, maar het thema is misschien te belangrijk voor een relatief onbekommerde, fris-van-de-lever-vormgeving. De weinigen die Paul Ruvens Testament zagen, de fictieve monoloog van een Indië-veteraan die zich voor de camera door het hoofd schiet, begrijpen dat iets meer woede en pijn geen kwaad zouden kunnen, wanneer je als filmmaker een nationaal trauma wilt gaan bloot leggen. Maar het is goed dat iemand het probeert.

    • Hans Beerekamp