Kartelverbod maakt lot creditcard onzeker

ROTTERDAM, 9 MAART. Kartels zijn er om te sneuvelen. Dat geldt zelfs voor creditcard-organisaties Eurocard, American Express, Visa en Diners Club. Zij verplichtten de zaken die aangesloten zijn geen onderscheid te maken tussen betaling met credit cards en contante betaling, betaling met pincode of cheques. Staatssecretaris Yvonne van Rooy van Economische Zaken heeft gisteren een streep gehaald door deze contractuele verplichting.

Dat betekent dat winkeliers de vrijheid krijgen om de klant korting te geven, wanneer deze afziet van het betalen met een creditcard, of de klant juist een toeslag te berekenen wanneer deze juist wel met de kaart betaalt.

Al langere tijd staat het betalen met creditcards onder druk. De in advertenties van creditcards gesuggereerde joviale ontvangst van de kaart door winkeliers, werkt in de praktijk vaak in het tegendeel. Vooral bij voordeelacties en kleinere bedragen proberen winkeliers al langere tijd onder de contractuele verplichting met de creditcard-organisaties uit te komen: ze verzoeken klanten dwingend contant te betalen.

Vorige week culmineerde het welles-nietes-spel tussen ondernemersorganisaties en de bancaire organisaties die creditcards uitgeven zelfs in een conflict tussen de voorzitter van het ondernemersverbond KNOV, J. Kamminga en de banken. Kamminga wilde in een gezamenlijk met de banken gevoerde campagne 'Betaal op Maat' pleiten voor het drastisch terugschroeven van het gebruik van credit-cards. “Wanneer alle transacties die nu met creditcards worden gepleegd via PIN-betalingen zouden lopen, wordt het totale provisiebedrag gereduceerd van 300 miljoen gulden tot 20 miljoen gulden,” had de boodschap van Kamminga moeten luiden. Dat was reden voor de banken om te eisen de passages uit de speech in te trekken. Om de campagne niet in gevaar te brengen voldeed Kamminga aan de eis. Gisteren werd hij door de beslissing van Van Rooy alsnog in het gelijk gesteld.

Het meest in het oog lopende gevolg van het kartel-verbod van Van Rooy is dat het betalingsverkeer voor de consument of de winkelier goedkoper kan worden. De Consumentenbond rekent met de natte vinger voor dat wanneer alle transacties per credit-card zouden worden gedaan, het prijspeil in Nederland duurzaam met 2 procent zou stijgen. Het KNOV stelt dat het betalen van een bedrag van 100 gulden met een creditcard al snel vier tot vijf gulden kost, terwijl het zelfde bedrag met een pin-pas rond zes dubbeltjes aan kosten vergt.

Belangrijk is ook dat het marktmechanisme kans krijgt om zijn werk te doen. Het betalen van vier pilsjes met een credit card is inefficiënt: de kosten van de administratieve afhandeling staat in geen verhouding tot het bedrag dat wordt afgerekend. Bij het betalen van een grote aankoop werkt dat andersom. Door het wegvallen van het verbod om korting te geven bij het niet-betalen per credit-card, of juist een toeslag te rekenen wanneer dat wel gebeurt, kunnen winkeliers nu het betalingsbedrag van hun klanten bijsturen.

Op het eerste gezicht is de Nederlandse markt voor de creditcard-leveranciers nog maagdelijk terrein. Normaal gesproken heeft in de rijke landen tussen de 60 en de 65 procent van de werkende bevolking een dergelijke kaart op zak. In Nederland is dat nog geen 10 procent, zo betoogde de creditcard-organisatie Visa onlangs in deze krant. Maar in landen als de Verenigde Staten bestaat niet de uniforme infrastructuur van electronisch betalen die Nederland heeft en is het gebruik van de credit-card als universeel betaalmiddel dus veel meer een noodzaak. Bovendien lenen Amerikanen daadwerkelijk op hun credit-card, en is dat in landen als Nederland en Duitsland veel minder gebruikelijk. Het geringe gebruik in ons land is dus wellicht eerder een teken van efficiency van het overige betalingsverkeer en van mentaliteit, dan een blijk van financiële onderontwikkeling.

Voor de creditcards ligt nóg een gevaar op de loer. Het volgende slachtoffer van Van Rooys kruistocht tegen de kartels zou Beanet kunnen zijn. Dit samenwerkingsverband van de banken voor electronisch betalen hanteert eenheidsprijzen, waardoor de banken niet onderling concurreren bij het aanbieden van electronisch betalingsverkeer, zoals met een PIN-pas. Ook Beanet heeft een ontheffingsaanvraag voor de Wet Economische Mededingen lopen. K. Raveskloot, de betalingsverkeerspecialist van het KNOV vindt dat onterecht: “Het is heel goed dat we met Beanet een uniforme infrastructuur hebben voor het electronisch betalen. Van Rooy heeft de prijsafspraken indertijd toegestaan omdat het systeem in de opstartfase was, maar die fase is inmiddels wel voorbij.” Het mogelijk opbreken van het prijskartel van Beanet kan de creditcard nog verder in de hoek drukken.

Voor de creditcard-organisaties in Nederland wordt het tijd zich ernstig zorgen te maken. Directeur Smolders van Visa zei gisteren dat de beslissing het bestaansrecht van de credit-cardorganisaties aantast. Zij leven immers juist van de provisies. Maar het kan nog erger: wanneer de PIN-pas nog verder oprukt in het betalingsverkeer, en er straks wellicht ook hogere bedragen mee kunnen worden opgenomen, dreigt de credit-card voor een groot aantal consumenten een overbodig betaalmiddel te worden. Wanneer het kaartje alleen nog een uitkomst biedt bij een haastig telefoongesprek op Heathrow, een hotelreservering in een ver land of als borg voor een huurauto bestaat de kans dat de cedit-card terugkeert naar zijn oorspronkelijke funktie: een exclusief betaalmiddel voor de ware cosmopoliet. En daar wonen er geen miljoenen van in Nederland.

    • Maarten Schinkel
    • WABE van ENK