Jarmans 'Blue' is zonder beeld toch filmische ervaring

Blue. Regie: Derek Jarman. Met de stemmen van: John Quentin, Nigel Terry, Derek Jarman, Tilda Swinton. In: Amsterdam, Rialto; Den Haag, Filmhuis. Ook verschenen als cd bij CNR/Indisc. Tekstboek: Blue/Blauw, vertaald door Janneke Spoelstra en Michael Collins, uitgegeven door International Filmfestival Rotterdam en Fortissimo Film Sales.

Afgelopen maand overleed de Engelse schilder en filmmaker Derek Jarman op 52-jarige leeftijd aan aids. Een dag later vertoonde het Berlijnse filmfestival Ken McMullens There We Are, John..., een door The British Council geproduceerd, recent vraaggesprek van John Cartwright met de blinde Jarman, die in het volle besef binnenkort te sterven met ironie en imposante levenskracht terugkijkt op zijn werk. Dezelfde luciditeit, humor, zuiverheid en besliste weigering van (zelf)medelijden kenmerken Blue, Jarmans laatste, zowel door de inhoud als de vorm iconoclastische film.

76 minuten lang bestaat het beeld van de film slechts uit een monochroom blauw vlak, als een schilderij van Yves Klein zonder zelfs maar de minste variatie in textuur of kleur. De geluidsband zou je een hoorspel kunnen noemen, of beter nog: een klankbeeld, waarin de muziek van Simon Fisher Turner afgewisseld wordt door geluidseffecten, poëtische bespiegelingen over de kleur blauw, een gedetailleerd verslag van het leven in een door liefdadigheid bestierd ziekenhuis, het gevecht tegen het verlies van gezichtsvermogen, dromen van een reis langs mediterrane paradijzen door de figuur Blue, een scabreus liedje.

Blue is het omgekeerde van een zwijgende film: een blinde film, die de kijker zijn eigen beelden laat fantaseren. Want zoals een zwijgende film zelden zonder geluid geprojecteerd werd, zo is de aanwezigheid en onveranderlijkheid van de kleur essentieel voor de ervaring van Blue. Wel moet ik bekennen dat de ware kracht van de 'film' niet goed tot me doordrong toen ik die in projectie zag en hoorde. Pas de tweede keer, met de cd van de geluidsband op m'n oren en het televisiescherm ingesteld op een blauwe achtergrond, kon ik me goed concentreren op Jarmans klankbeeld. Ik begon ook wild te fantaseren over de mogelijkheden die een film 'zonder beeld' - niet merkwaardiger dan een film 'zonder geluid' - zou kunnen bieden.

Blue maakt van de nood een deugd. “In het pandemonium van het beeld / Presenteer ik u het allesomvattende Blauw / De deur naar de ziel gaat open / Een oneindige mogelijkheid / Wordt voelbaar,” vertolkt die prachtige, sonore stem van John Quentin de gedachten van Jarman. Het werkt, tot mijn verbazing, het oproepen van parelvissers in azuren zeeën, de stemmen van dode vrienden in het donderend geweld van de zee, de ultramarijne koortsbeelden, de schilferende muur van een hospitaalkamer, het gedruppel van een infuus. Maar het vereist een concentratie die een koptelefoon beter tot stand brengt dan zelfs de meest geavanceerde Dolby-stereo-installatie in een bioscoopzaal.

Een nuttig hulpmiddel is het tekstboek van Blue, dat zowel de Engelse tekst als de Nederlandse vertaling presenteert. Die ter gelegenheid van de première op het International Filmfestival Rotterdam verzorgde uitgave maakt wel de indruk een haastklus te zijn geweest. Niet alleen wijkt de originele tekst soms af van de geluidsband, maar ook de vertaling zit er soms helemaal naast, bij voorbeeld wanneer 'a terrible resignation' van aids-patiënten vertaald wordt als 'een verschrikkelijk ontslag' in plaats van 'berusting'. De vertalers hebben kennelijk niet naar de tekst geluisterd, want 'the world turns magenta' wordt per ongeluk gespeld als 'magneta' en vertaald als 'de wereld wordt magnetisch'.

Het zijn storende schoonheidsfoutjes in een kunstwerk dat in zekere zin mijn ogen opende, namelijk voor de mogelijkheid poëtische, soms pathetische taal in film te accepteren en het belang van de, in zo'n geval mogelijkerwijs te zware visuele illustratie, te relativeren. De mogelijkheid van een niet-visuele film - want Blue is een filmische ervaring - schokt de basis van mijn geloof.