'In een hotel kan niet alles wat in een gewoon huis wel kan'

Jacques Snoek belandde na zijn echtscheiding in het Amsterdamse Hilton Hotel, met de bedoeling drie maanden te blijven. Na twee decennia gaat iedereen er nu stilzwijgend vanuit dat hij er wel tot het eind van z'n dagen zal blijven. Maar dan kennen ze hem nog niet, want echt, het hotel is maar voor tijdelijk.

“Weet je dat ik hier het leven heb leren kennen?” Jacques Snoek (57) kijkt tevreden om zich heen in wat in de loop der jaren zijn huiskamer is geworden, de bar van het Amsterdamse Hilton Hotel. In dit hotel woont hij al twintig jaar. Vette knipoog: “Wat wist ik nu helemaal van het leven en van de vrouwtjes? Ik denk wel eens: als ik hier vóór m'n huwelijk al vaker was gekomen, dan was ik misschien nu nog getrouwd geweest. Levenservaring is belangrijk hoor, wil je met vrouwen om kunnen gaan.”

“Ik ben steeds blijven uitkijken naar een echte woning, maar ik zag nooit iets naar mijn zin. Eerlijk gezegd zocht ik ook niet zo hard, uit gemakzucht waarschijnlijk. Eén keer had ik een huis gekocht aan de Minervalaan, maar dat heb ik zo snel mogelijk weer doorverkocht aan m'n ouders. Het was te groot voor mij alleen. Ik was - nou, niet heel bang in het donker, maar wel een beetje.” Met nadruk: “Niet dat er bij mij wat te halen valt hoor.”

Hij zit in de mode - im- en export van stoffen - en dat is te zien. “Dit is nog rustig, voor mijn doen”, wijst hij op zijn grijze visgraatcolbert met opvallend roze das en pochet. “Ik was de eerste die met gekleurde colbertjes liep, maar nu draagt iedereen ze, dus ik niet meer. Zo ben ik hè: wat een ander heeft, dat moet ik juist niet.” Hij is, zal hij enige keren met nadruk stellen, aan zijn kamer minder kwijt dan menigeen in een eigen huis met bijbehorend onderhoud, werkster en tuinman. “Ik zet elke week verse bloemen neer en klaar ben ik. Mijn belangrijkste schadepost is hj hier.”

Glunderend stoot hij de stoïcijnse barkeeper Jerry aan, al 32 jaar in dienst en geheel vertrouwd met zijn vaste klant. Ze zijn nog op dezelfde dag jarig ook, en hebben dat al eens samen gevierd - met de eveneens jarige acteur Manfred de Graaf en een niet bij name genoemd 'hittepetitje'. In het hotel natuurlijk, waar anders? Net als de viering van zijn vijftigste verjaardag, dat was helemaal grandioos. Honderden gasten natuurlijk, want hij heeft in de loop der tijd een hoeveelheid vrienden om zich heen verzameld waar je U tegen zegt. Of vrienden... nou ja, kennissen, want hoeveel Echte Vrienden heeft een mens eigenlijk? Maar mooi was het wel om eens iets terug te kunnen doen voor al die mensen waar hij soms over de vloer komt en die hij nooit terug kan vragen.

Zijn kamer is ruim, maar niet geschikt voor visite: “Toen ik er net woonde, had ik er wel eens zeven man aan het feesten, maar toen was ik natuurlijk een beetje losgeslagen vanwege de scheiding. Zelf zit ik ook niet veel meer boven, ik slaap er alleen. Hoewel, niet altijd alléén, als je begrijpt wat ik bedoel.” Hij lacht smakelijk, maar let ondertussen scherp op de reactie van de interviewster.

Als hij de deur van zijn kamer opent, springt de herder Yorka tegen hem op. Hij kreeg hem een jaar geleden van zijn vriendin, en ja, hoe gaat dat: “Je hecht je toch aan zo'n beest.” De televisie staat aan, want dat is gezelliger voor Yorka. Feitelijk mogen er geen honden in het hotel, maar Yorka stonden ze oogluikend toe: “Met geld heeft dat niets te maken, maar ik ben gezien hier, ze mogen me allemaal. Dat komt ook: ik bezorg geen overlast. Kijk, in een hotel kan je niet alles wat je in een gewoon huis wel kan, en daar hou ik me aan.”

Afgezien van een enkele vaas en kandelaar is het meubilair in zijn kamer van het Hilton. De directie heeft hem wel eens aangeboden het weg te halen, opdat hij een persoonlijker sfeer zou kunnen creëren, maar dat heeft hij altijd weggewuifd onder het mom: ik zit hier toch niet lang meer. Rond zijn bed staan en hangen veel foto's van zijn drie kinderen, van wie er twee aan leukemie zijn overleden. “Kun je je voorstellen dat ik niet snel meer in paniek raak als in de zaak, of zelfs in m'n leven, iemand dreigt weg te gaan? Ik heb al zoveel verloren.”

Overigens heeft hij nu al weer twaalfeneenhalf jaar een vaste vriendin, bij wie hij de meeste weekeinden doorbrengt: “Een heel normaal huiselijk leven, net wat ik wil.” Maar toch niet altijd, want aan samenwonen moet hij niet denken: “Een LAT, dat bevalt me het best. Een béétje vrijheid moet je toch hebben, als man.” Zijn vriendin woont in Hellevoetsluis en doet de inkoop voor zijn winkeltjes, waaronder het Amsterdamse Locolucio, oftewel 'gekke snoek'. Soms blijft ze in het hotel slapen of ze gaat mee naar de maandagborrel in de hotelbar. “De gezelligste dag van de week”, vindt Snoek dat. Dan zijn alle bekende jongens er, van Willem Smit tot Tonio Hildebrand, en dan kan je lachen hoor. Echt, d'er is niks patserigs aan: “Arm en rijk drinken uit hetzelfde glaasje.” Eeuwig zonde dat de loop er nu uitraakt; de scène verplaatst zich en dat komt door de nieuwe directeur, meent Snoek. “Ik ben heel goed met hem hoor, maar hij moet niet in interviews laten schrijven dat hij bepaalde mensen zal weigeren; alsof er criminelen bij zijn. Natuurlijk zijn die erbij, maar waar is dat niet? Je kan maar beter blij zijn als je ze gedag mag zeggen, zeg ik altijd. Kijk, toen ik hier twintig jaar terug voor het eerst kwam, toen zaten er echtpaartjes uit Oud-Zuid de hele middag op een kopje thee. Daar kan de tent niet op draaien.”

Hij heeft, zo blijkt nu, al enkele jaren geleden een appartement gekocht in Buitenveldert. Hij kan er zo in - alleen komt de inrichting steeds maar niet af. In de bar van het hotel sluiten de andere gasten al weddenschappen af: “De meesten gokken erop dat ik het even zal proberen en terugkom uit heimwee.” Zijn vriendin zit hem achter z'n vodden om haast te maken met de verhuizing: “Zij hoopt dat we dan eindelijk gaan samenwonen.” Het is niet alleen zijn drukke werk dat voor de vertraging zorgt, zegt Snoek, het is ook zijn perfectionisme. “Ik heb veel smaak, al zeg ik het zelf, dus zoek ik net zolang naar stoffen en meubels tot ik iets vind dat helemaal naar m'n zin is. Er komen hele exclusieve dingen in, zoals een tropische tuin met orchideeën. Dat vind ik nou geinig hè, want dat doet een ander niet. Nou ja, ik moet het ook nog leren, maar ik ga me erin verdiepen hoe je die dingen kweekt. Een aquarium wil ik er ook in, maar dan niet met van die guppies die je elke dag een beetje pokon geeft en klaar, maar juist van die hele moeilijke, Zuidamerikaanse vissen.”

Als hij er eenmaal zit, en zelf twijfelt hij er niet aan of dat zal binnenkort het geval zijn, dan wil hij de contacten weer aanhalen met vrienden van vroeger. “Echte vrienden”, zegt hij nostalgisch. De vriendschap is de laatste twintig jaar wat verwaterd, want het zijn geen bartypes. Maar in het nieuwe huis kan hij ze te eten vragen, of gewoon voor een rustig avondje rond de open haard. “Niet dat ik me zal gaan gedragen als een oud mannetje hoor, wees maar niet bang. Hoewel, eerlijk gezegd ben ik er zelf wel eens bang voor. Die vrienden die altijd een normaal leven hebben geleid, die zijn wel een stuk bezadigder dan ik. Het hotelleven heeft me jong gehouden.” Schudt zijn hoofd, alsof hij een gedachte verdrijft en wenkt de barman voor een volgende whiskey: “Ik ben eigenlijk helemaal geen type om in m'n eentje in een huisje te zitten. Voorlopig zijn ze hier nog niet van me af - wat jij Jerry?!”

    • Lieke Noorman