Gemeente regelt openbaar vervoer van gehandicapten

De rijksoverheid hevelt taken over naar de gemeenten. Het vervoer van gehandicapten en ouderen is eén van de voorzieningen waar de gemeenten binnenkort zelf verantwoordelijk voor zijn. Men lijkt massaal voor een collectief vervoerssysteem te kiezen, maar de opzet verschilt per gemeente.

ROTTERDAM, 9 MAART. De nieuwe Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG), die op 1 april in werking treedt, bepaalt dat het gemeentebestuur moet zorgen voor woningen, vervoer en rolstoelen ten behoeve van in de gemeente wonende gehandicapten. Tot 1 april vallen dergelijke voorzieningen nog onder de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW).

De AAW-uitgaven worden overgeheveld naar de WVG, waarop vanaf 1 april ook mensen ouder dan 65 jaar een beroep kunnen doen. Het grootste bedrag gaat naar vervoersvoorzieningen: 66 procent. Dit komt neer op ongeveer 800 miljoen gulden voor 1994.

Een onderzoek van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in januari heeft aangetoond dat inmiddels 61 procent van de gemeenten contracten heeft afgesloten of binnenkort gaat afsluiten met vervoersbedrijven. Er is volgens B. Zwier van de VNG nog geen enkele gemeente geweest die een collectief vervoersysteem afwijst. “Maar er zijn wel plaatsen waar men een wat meer afwachtende houding aanneemt”, aldus Zwier. De VNG heeft een modelverordening als advies naar de gemeenten gestuurd waarin een voorkeur voor een collectief vervoersysteem wordt uitgesproken.

Amsterdam heeft nu de 'stadsmobiel' ingezet, een vervoersysteem waarbij speciale busjes van het gemeentevervoerbedrijf (GVB) gehandicapten of ouderen van huis ophalen en ze afzetten bij een vooraf telefonisch gemeld adres. De chauffeur helpt de klant bij het in- en uitstappen. De gehandicapte betaalt voor deze dienstverlening afhankelijk van de afstand 2,50 gulden of 5 gulden. De busjes rijden tussen negen uur 's morgens en elf uur 's avonds en de klant moet uiterlijk een uur van te voren bellen.

In maart rijden vier stadsmobielbusjes nog alleen in het centrum en Amsterdam-Noord, volgende maand kunnen bewoners van de hele stad een beroep doen op dit vervoermiddel. Stadsmobiel beschikt tegen die tijd over dertig busjes. Het GVB verwacht dit jaar zo'n 200.000 ritten, in 1997 zullen dat er 630.000 zijn. De gemeente Amsterdam betaalt het vervoerbedrijf dan een bedrag van ruim zes miljoen gulden, ongeveer tien procent van het budget dat is gereserveerd voor gehandicaptenvervoer.

De overige negentig procent van het budget is bestemd voor niet-lokaal vervoer. Ouderen en gehandicapten krijgen een financiële vergoeding als zij bijvoorbeeld een dagje naar Haarlem willen gaan.

Het projectbureau Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV) is tevreden met de wijze waarop Amsterdam het vervoer voor gehandicapten aanpakt. Het AOV is drie jaar geleden opgericht en houdt zich bezig met vervoersystemen voor gehandicapten. Maar, zo stelt P. Bakker van het AOV, het Amsterdamse model kan niet overal worden gebruikt. “In dunbevolkte gebieden is het niet mogelijk om de lijnen rendabel te maken omdat het aantal ritten daarvoor nooit toereikend zal worden.”

Investeren in een collectief vervoersysteem voor een gebied waar het onmogelijk kan renderen is zinloos, aldus Bakker van het projectbureau Aanvullend Openbaar Vervoer. “Dat geld zou beter individueel verstrekt kunnen worden aan de mensen voor wie het bedoeld is.” Iedere 'WVG-geïndiceerde' zou in zo'n geval ruim 1.600 gulden per jaar kunnen besteden. Individuele verstrekking gebeurt te weinig, vindt Bakker. “Sommige gemeenten gaan nu in zee met vervoerbedrijven die een kostendekkend systeem beloven maar dit onmogelijk kunnen waarmaken omdat hun berekeningen niet deugen”, aldus Bakker.

Gehandicapten- en ouderenvervoer blijkt een interessante markt. De afgelopen periode hebben de gemeenten offertes ontvangen van vrijwel alle openbaar vervoerbedrijven, taxibedrijven en andere ondernemingen die personenvervoer verzorgen. Vooral voor taxibedrijven is het een belangrijk werkgebied. Volgens de secretaris van Koninklijk Nederlands Vervoer Taxi, E. Elvers, vormde het ouderenvervoer tot nu toe een “aanzienlijk” aandeel van de totale omzet van taxi's. Hij ziet in de Amsterdamse oplossing een grote bedreiging voor taxibedrijven. “Dit vervoer de laatste decennia door taxi's is uitgevoerd.”

Treintaxi BV heeft een bijzonder offerte gedaan, omdat het voorziet in zowel lokaal als interlokaal vervoer. Met een zogenaamde 'ketenkaart' kunnen gebruikers een aantal treinreizen en treintaxiritten maken. Daarnaast krijgt de reiziger veertig procent korting op treinreizen en kan de kaarthouder onbeperkt aanspraak maken op de instaphulp.

De kaart moet wel door gemeenten worden ingekocht - en niet door de WVG-geïndiceerden zelf - en is vrij kostbaar. Inmiddels hebben zo'n 150 gemeenten belangstellend op de offerte van Treintaxi gereageerd. Er zijn nog geen contracten gesloten. Per 1 juni wordt de ketenkaart in gebruik genomen. Het bedrijf hoopt dan zo'n 70 procent van de huisadressen in Nederland te bereiken.