Fiscale alarmbel

Tot de grootste kostenposten voor een ondernemer behoren de belastingen.

Die vormen bovendien een slecht te beïnvloeden uitgave. De tarieven liggen immers vast; de vrijstellingen zijn onveranderlijk. Maar de soep wordt feitelijk niet zo heet gegeten als zij wordt opgediend. Dure belastingadviseurs kennen wegen om de belastingdruk een vriendelijker gezicht te geven; sommige sectoren zoals de horeca, lenen zich bij uitstek voor doe-het-zelf-oplossingen zoals het opzetten van een zwart circuit. Maar toch, langzaam maar zeker is er veel veranderd. Ooit handelden zelfs de banken volop in fiscale constructies, maar na enige debâcles hebben die er al snel de brui aan gegeven. Heel wat mazen in de wet zijn inmiddels gedicht en het vinden van laagbelaste wegen in het doolhof is weer werk voor vakmensen. Daarenboven is de Belastingdienst steeds efficiënter gaan werken. De jacht op zwart geld werpt merkbaar vruchten af; dat is zelfs aan de belastingopbrengst te merken. Voor wat de binnenlandse verhoudingen aangaat, worden de burgers en de bedrijven nu meer op gelijke voet behandeld dan voorheen. Maar ten opzichte van onze handelspartners zijn de concurrentieverhoudingen scheef komen te liggen. In andere landen wil de fiscus nog wel eens een oogje toeknijpen bij noodlijdende bedrijven, worden slimme fraudeurs heimelijk gekoesterd als handige ondernemers en worden potentiële buitenlandse investeerders met fiscale uitzonderingsregels binnengelokt. Wordt Nederland als braafste jongetje van de klas de dupe van de efficiëncywinst bij de overheid en de oprechtheid van de fraudebestrijding?

Het internationaal opererend bedrijfsleven vreest van wel. Veel vertrouwen in CDA-staatssecretaris Van Amelsvoort, verantwoordelijk voor de fiscale politiek, zal men er niet bespeuren. Jarenlang beloofde hij maatregelen die de ondernemers op fiscaal gebied wat lucht zouden geven; ruimte die ze voorheen zelf met enkele fiscale kunstgrepen konden creëren. Wat er na lang wachten op tafel kwam, bleken evenwel maatregelen te zijn waarmee de fiscale teugels nog verder werden aangehaald. De ondernemersorganisatie VNO reageerde furieus. Een half jaar later slikte Van Amelsvoort in de Tweede Kamer zijn vergaande plannen weer in. Hij legde uit dat ze vooral te maken hadden met een strategische actie om de Amerikaanse regering tot een soepele opstelling jegens het Nederlandse bedrijfsleven te bewegen. Die schijnbeweging was inmiddels succesvol uitgevoerd. Daarmee ontstond de vrijheid toe te geven aan de voortdurende pressie uit het bedrijfsleven en de belastingadviessector om eindelijk eens storende struikelblokken in de ondernemingsbelastingen weg te nemen.

Het kabinet maakte daar een begin mee bij het verdelen van de onlangs getoucheerde miljardenmeevaller bij de belastingopbrengst. Het gaat nog niet om een wereldschokkend bedrag, namelijk 140 miljoen gulden. Bij elke 100 gulden die buitenlanders investeren, komt dat neer op een fiscale tegemoetkoming van één gulden. De te nemen maatregelen zijn nog slechts schetsmatig aangegeven. Het gaat om puur technische aanpassingen van specifieke onderdelen van de vennootschapsbelasting. Het VNO is toch blij met wat zij een opmerkelijke koerswijziging noemt. De organisatie gaat nu op uitnodiging van Financiën samen met belastingspecialisten van dit ministerie en enkele multinationals het fiscale stelsel kritisch onder de loep nemen. Dat moet leiden tot nieuwe maatregelen die reële investeringen en duurzame werkgelegenheid moeten garanderen.

Het instellen van deze werkgroep markeert een kenterend tij. De vorige clubs die met een kritische blik op het fiscale stelsel werden losgelaten, waren zwaar opgetuigde commissies onder voorzitterschap van kopstukken als de bankier Oort en de advocaat Stevens. Een rijke schakering aan maatschappelijke en politieke stromingen was in de onafhankelijk werkende commissies vertegenwoordigd. Schitterende rapporten werden met veel luister aan bewindslieden aangeboden en vormden vervolgens een politieke schietschijf. De gisteren door staatssecretaris Van Amelsvoort geïnstalleerde werkgroep is anders. Zij kent niet eens een officiële voorzitter, bestaat voor een belangrijk deel uit Financiën-ambtenaren en is voor het overige louter uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven samengesteld. Wetenschappers of belastingadviseurs mogen niet meedoen. Toch heeft de werkgroep een vergaande taakstelling, namelijk 'gestalte geven aan een actief fiscaal beleid'. Dat is nog eens wat anders dan alleen maar een advies opstellen. Na jarenlang getreuzel wil Van Amelsvoort nu kennelijk snel tot zaken komen. In die daadkracht zal het wetenschappelijk fundament en de evenwichtigheid van de komende maatregelen snel in het gedrang raken. Dit soort principiële onderdelen uit de taakstelling van voorgaande commissies zijn ingeruild voor een snelle praktische uitwerking op onze internationale concurrentiepositie. Voor het bedrijfsleven is er reden om te juichen, voor de belastingwetenschap luidt met het binnenhalen van het fiscaal opportunisme een alarmbel.