Ex-partijvoorzitter Van Velzen van CDA over zijn aftreden: Mijn beslissing kwam van binnenuit

BOEDAPEST, 9 MAART. De beslissing viel zondagavond, toen hij naar de televisie keek. Driekwart van de CDA-achterban was het blijkens een KRO-enquête oneens met de AOW-plannen van zijn partij. Dat werd partijvoorzitter Wim van Velzen te veel. Zijn vrouw was, nog tijdens de uitzending, de eerste die het te horen kreeg: hij zou aftreden.

Dinsdagmiddag is alles voorbij. De KLM-Boeing 'Roald Amundsen' vliegt met een snelheid van 750 kilometer per uur naar Boedapest. Van Velzen is even uit het gewoel. Een stewardess reikt hem een maaltijd aan. Hij gaat naar Boedapest voor een congres van de christen-democratische Europese Volkspartij, waarvan hij voorzitter is. In Hongarije zijn Van Velzen en zijn echtgenote gasten van de regering.

Op maandagmiddag, de dag na de uitzending (“ik heb er wel een nachtje over geslapen”), had Van Velzen met het partijbestuur en met lijsttrekker Brinkman overlegd. “Bij hen bestond geen groot enthousiasme voor mijn plan. Maar ik heb gezegd: 'alles afwegende: dit is mijn keus'. Ik hoop dat mijn aftreden een bijdrage kan leveren aan herstel van de vertrouwensbreuk die tussen het CDA en de ouderen is ontstaan.”

De reizende ex-partijvoorzitter blijkt niet somber gestemd. “Ik ben toch niet gedwongen om af te treden? Mijn besluit kwam van binnenuit, het is van mijzelf, niet van mijn omgeving.” Maar opgewekt is hij evenmin. “Ik heb me zeveneneenhalf jaar lang rot gewerkt voor het CDA en de afgelopen maanden heb ik me ontzettend ingezet om te zorgen dat ook juist de ouderen het verkiezingsprogramma een goed programma zouden vinden. Als je dan de uitkomst beziet, voel je je dubbel rot.”

Het ging fout met Van Velzen toen hij eind januari op een persconferentie over het CDA-verkiezingsprogramma onverholen meldde dat zijn partij de AOW-uitkeringen voor vier jaar wilde bevriezen. Maar Van Velzen blijft achter de oorspronkelijke AOW-plannen en het verkiezingsprogramma staan. Alleen de 'presentatie' was fout. Op tien kilometer hoogte legt hij geduldig uit waarom hij dan maandag tòch aftrad.

De ex-partijvoorzitter keert zich scherp tegen de theorie dat hij, die toch vaak als 'kille manager' is getypeerd, 'geofferd' zou zijn om het 'sociale gezicht' van het CDA te redden. “Ik voel me helemaal geen zoenoffer. Ik heb gewoon mijn eigen verantwoordelijkheid genomen. En belangrijker dan de vraag of ik een kille manager ben - manager: ja, kil: nee - is de vraag: wat is het beleid? Want aan een persoon die warm is en een kil beleid voert heb je niks.”

Het 'sociale gezicht' van het CDA is niet beschadigd, vindt hij. “Er is geen beter sociaal beleid dan onze inzet voor werkgelegenheid. Ten onrechte is bij de oudere kiezer overgekomen dat het CDA hem in de steek laat. Want met ons beleid zijn ze in koopkracht beter af dan met ander beleid - niet direct morgen, maar op de middellange termijn. Kok zegt vrolijk: tot het jaar 2000 is er voor niemand koopkrachtverbetering, maar daar valt niemand over.

“Maar begrijp me goed: als dat allemaal door de kiezer niet goed is begrepen, dan ligt dat niet aan de kiezer maar aan ons.”

Pag.2: 'Het getuigt van moed om juist nu op te stappen'

Liep dat 'sociale gezicht' dan geen gevaar door de harde aanpak van Brinkman?

“Het beeld van 'Brinkman met zijn harde maatregelen' wijs ik af. Als wij offers vragen, dan gaat het niet om die offers, maar om een doel. En het doel is werkgelegenheid. We zeggen: 'mensen, als we één, twee, drie jaar met elkaar de broekriem aantrekken zijn we in staat om werkgelegenheid te creeëren'. Brinkman heeft met veel emotie aan de Nederlandse bevolking laten zien dat hij zich daarvoor wil inzetten. En dat is dan niet een hard beleid, maar naar mijn volle overtuiging een puur sociaal beleid.”

De onrust onder de kiezers en binnen de eigen partij richtte zich toch vooral tegen Brinkman? De boze Brabantse lijsttrekkers schreven vrijdag een brief aan hem, niet aan u.

“De onrust richtte zich tegen het CDA. We moeten het niet verengen tot een persoon. Brinkman staat dan voor het CDA. En ik heb als verantwoordelijke voor de presentatie van het verkiezingsprogram gezegd: Okee. Alles afwegende vind ik dat ik moet aftreden.”

Maar het belangrijkste dat u in dit verband gedaan heeft was toch die ene persconferentie voor het partijcongres? Verder zagen de kiezers vooral Brinkman.

“Na die persbriefing is professor Kolnaar, als lid van de programmacommissie, zonder dat ik het wist naar de NOS-camera's gegaan en heeft daar dat beeld neergezet. Het was voor mij ook een verrassing dat dat beeld zo smal werd neergezet. In de briefing zelf heb ik nadrukkelijk gezegd dat die bevriezing beleid is dat ook de afgelopen twee jaar al is gevoerd. En ik had ook nog gezegd dat het CDA voor de mensen met alleen een AOW of met een klein aanvullend pensioen in totaal zelfs 700 miljoen reserveerde en dat we veel meer deden voor de gezondheidszorg. En dat er jaarlijks beslist zou worden over 'flankerend beleid' om de koopkrachtdaling op te vangen. Maar ja, ik was verantwoordelijk voor de persbriefing, dus daar loop ik niet voor weg. Het heeft niet veel zin dat ik wijs naar Jansen, Klaassen of Pietersen, ik heb dat gedaan.”

U vindt dus dat uw echte schuld aan dat verkeerde beeld niet zo groot is. Maar dan kan de rechtvaardiging van uw aftreden ook worden omgedraaid: u loopt voor uw verantwoordelijkheid weg, juist nu het er om gaat spannen voor het CDA.

“Nou, nou, dat is wel een nieuwe kijk. Ik loop natuurlijk niet weg. Als partijvoorzitter ben je simpelweg verantwoordelijk voor dit soort dingen. Wat was nou gemakkelijker geweest dan te blijven zitten? Over twee maanden, op 4 mei, zou mijn termijn toch al zijn afgelopen. Het getuigt van meer verantwoordelijkheidsgevoel en moed om nu op te stappen. Zo gemakkelijk is dat niet. Ik hoop dat er nu ruimte ontstaat om de nadere invulling van de AOW-maatregel duidelijker te maken en dat er ruimte komt dat men zegt met elkaar: Okee, we gaan weer campagne voeren rondom onze Tweede-Kamermensen.”

Maar heeft u dat dan ooit in de weg gestaan?

“Het is niet de vraag of ik dat in de weg heb gestaan. De vraag is wie de verantwoordelijkheid neemt als een politieke partij een dreun krijgt zoals het CDA nu heeft gehad. Daar draait het om. En ik heb die verantwoordelijkheid genomen. Dat is mijn eigen beslissing geweest zonder druk van wie dan ook. Punt. De partijvoorzitter is en blijft bestuurlijk verantwoordelijk voor wat er gebeurd is. Het ging om een verkiezingsprogramma van de partij, niet van de fractie. Ik vond dat ik mijn verantwoordelijkheid moest nemen. Dan kun je over strategieën spreken, dat is interessant, maar mijn persoonlijke integriteit, mijn eigen verantwoordelijkheidsgevoel is ook een factor. En hoe het allemaal zal uitpakken, zullen we over twee maanden weten.”

    • Hendrik Spiering