Europarlement ernstig verdeeld over grotere EU

STRAATSBURG, 9 MAART. Het Europese Parlement is ernstig verdeeld over de vraag of uitbreiding van de Europese Unie moet worden goed- of afgekeurd. De verschillende standpunten (tegen, voor of uitstel van de uitbreiding) lopen dwars door alle fracties en alle nationaliteiten heen. Over slechts één voorwaarde is men het eens: het minimale aantal stemmen waarmee in de ministerraad een besluit kan worden geblokkeerd moet na de uitbreiding van 23 naar 27 worden opgetrokken.

Om de uitbreiding door te laten gaan moeten 260 Europarlementariërs hun goedkeuring geven. Het is niet zo zeer de uitbreiding zelf als wel het benutten van die machtspositie, verworven met de Europese Akte van 1987, waarover de meningen verdeeld zijn. In een poging het Europese Parlement gunstig te stemmen deed de Griekse minister van buitenlandse zaken Papoulias vanmorgen de toezegging dat “een comité van wijzen” zich nog voor de intergouvernementele conferentie van 1996 zal buigen over aanpassing van het Verdrag van Maastricht. Hij zei bovendien dat de tekst met alle “technische aspecten” van de onderhandelingen met Zweden, Finland en Oostenrijk al beschikbaar was. Hij rekende erop dat de rest van de overeenkomst met de vier landen (inclusief Noorwegen) volgende week klaar zal zijn.

Het Europese Parlement had 10 maart als uiterste datum gesteld waarop de tekst van de overeenkomst beschikbaar moest zijn wilde het de uitbreiding op 4 mei, nog voor de Europese verkiezingen, nog in stemming brengen. Volgens de delegatieleider van de Nederlandse christen-democraten, Jean Penders, komt het op een paar dagen niet aan. “Als we de volledige en vertaalde tekst maar op 15 april hebben”, aldus Penders.

Volgens de socialistische Nederlandse Europarlementariër Alman Metten kan het parlement de uitbreiding niet goedkeuren als daar niet de institutionele hervormingen waar het parlement al zolang om vraagt tegenover staan. “We hebben steeds gezegd dat we de eerstvolgende gelegenheid zouden aangrijpen onze eisen van meer democratie in de Unie kracht bij te zetten. Als we de uitbreiding nu zomaar door laten gaan, zijn we geen knip voor de neus waard. De gewenste hervormingen zijn uitbreiding van het aantal terreinen waarop met meerderheid in plaats van met unanimiteit besloten kan worden en verdere vergroting van de medebeslissingsbevoegdheid van het parlement.” De eis van meer democratie binnen de Unie is volgens Metten “systematisch door de ministerraad genegeerd”.

Het Europarlement mag nu de gelegenheid niet voorbij laten gaan de aandacht af te dwingen. “Als ze nu niet reageren kunnen ze de uitbreiding vergeten”, aldus Metten. Lang niet alle afgevaardigden zijn van plan zich zo onverbiddelijk op te stellen. De Britse Europarlementariër Gary Titley, ook sociaal-democraat en bovendien rapporteur voor het Finse onderhandelingsresultaat, vindt dat de uitbreiding onder geen enkele voorwaarde geblokkeerd mag worden. “Als de Unie al niet in staat zou zijn met deze rijke democratische landen een akkoord te sluiten, wat is er dan nog voor hoop voor Oost-Europa?” Volgens Titley gaat het niet om de keuze “verbreden” (uitbreiden) of “verdiepen” (institutioneel hervormen), maar staat de overleving van de Unie op het spel. “Mislukking van deze uitbreiding zou voor de Unie een ongelooflijke tegenslag zijn”, aldus Titley.

De fractievoorzitter van de christen-democraten in het Europees Parlement, Leo Tindemans, vindt dat voor het Europarlement een “dramatisch moment” is aangebroken. “Het is verscheurend. We moeten zeggen wat we willen, maar anderzijds kunnen we ons niet permitteren de uitbreiding te blokkeren. Dat is pijnlijk.” Tindemans vindt dat uitbreiding zonder uitzicht op toezegging van institutionele hervormingen niet “in blind vertrouwen kan worden goedgekeurd”. “Uitstel lijkt me in dat geval de minst dramatische oplossing”, aldus Tindemans. Hij vindt ongebreidelde groei een gevaar voor de Unie. “We kunnen zo niet doorgaan, hoe talrijker de leden, hoe moeilijker het management. Hoe lang is het al niet reizen van Finland naar Portugal? Het wordt tijd dat men zich over de praktische consequenties van de uitbreiding gaat buigen.” Volgens Tindemans biedt de bevoegdheid van het Europees Parlement de uitbreiding te blokkeren een goede gelegenheid de Raad en de Commissie tot bezinning te brengen. “Het Europees Parlement moet nu de stem der wijsheid en vooruitziendheid laten horen”, aldus Tindemans.

De voorzitter van de sociaal-democratische fractie, Jean Cot, ontkent dat zijn fractie over toetreding verdeeld zou zijn. “Wij stellen maar één voorwaarde: dat de blokkerende minderheid in de ministerraad naar 27 wordt opgetrokken. De socialisten willen de uitbreiding niet gijzelen.” Volgens Cot is van alle politieke partijen de socialistische fractie de grootste voorstander van toetreding. “De sociaal-democratische traditie van de toetreders speelt voor ons een belangrijke rol. We zijn daarom flexibeler waar het de voorwaarden betreft. Cot onderstreept dat het socialistische pleidooi voor uitbreiding dan ook alleen deze landen die “tot de familie behoren” betreft. “Iedereen die nu voor toetreding is, is nog niet voor algemene uitbreiding van de EU. Er moet nodig gepraat worden over de grenzen van Europa. Wie doorschiet om niet te vallen, rijdt recht tegen de muur”, aldus Cot.

Een Franse partijgenoot van Cot, de Europarlementariër Claude Cheysson, wijst de bewering dat er binnen de fractie consensus over de toetreding zou zijn, van de hand. “Ik zit hier naast hem aan tafel”, zegt hij, wijzend op een partijgenoot tijdens een werklunch, “en wij zijn het al niet eens.” Cheysson pleit voor uitstel van de uitbreiding. “Er is eerst tijd nodig voor verdieping”, vindt hij. Zijn tafelgenoot Europarlementariër Gérard Fuchs, eveneens Fransman, vindt daarentegen dat het parlement kan volstaan met een publieke belofte van de ministerraad en de Europese Commissie dat er in de toekomst hervormingen zullen komen. “Dat is beter dan niets”, aldus Fuchs.

Egon Klepsch, de voorzitter van alle 517 Europarlementariërs, zegt dat er voor de toetreding drie voorwaarden zijn. De volledige tekst van de overeenkomst moet op tijd en vertaald zijn; de overeenkomst moet “redelijk” zijn en de blokkerende minderheid moet opgetrokken worden naar 27. “Als aan die voorwaarden voldaan is halen we 260 stemmen”, zegt hij zelfverzekerd. Over de rest moet rustig onderhandeld worden, vindt Klepsch. “Door met je vuist op tafel te slaan bereik je niets. Mijn werk is om stap voor stap de macht van het parlement te vergroten. Dat heeft tot nog toe heel goed gewerkt.” Klepsch verduidelijkt zijn visie met een tekening: twee pijlen naast elkaar die uitkomen op een brede streep. “Geen verdieping vóór, maar verdieping mèt uitbreiding”, zegt hij met een brede glimlach.

Een ernstige bedreiging voor de uitbreiding kan verder zijn dat niet alle Europarlementariërs de moeite zullen nemen te gaan stemmen. Het stemmental van 260 voorstanders zal dan nog moeilijker gehaald worden. Tindemans: “De helft van de huidige leden van de fractie is geen kandidaat meer bij de volgende verkiezingen. Het is de vraag of die leden even gewetensvol zullen stemmen als de anderen.” Cot: “Ik begrijp dat mensen teleurgesteld zijn dat ze niet worden herkozen. Maar dat mag geen reden zijn om hun mandaat niet af te maken.” Maar Cot maakt zich geen zorgen. “Wij hebben een goede stemtraditie. Beter dan de andere partijen.” Ook Klepsch rekent op een goede opkomst. “Het komt wel voor dat er weinig Europarlementariërs verschijnen op een stemming, maar daar is dan meestal een politieke reden voor.” Volgens Klepsch is er ten minste één goede reden om te verschijnen: “Als ze niet komen krijgen ze niet betaald.”