Duits acteur Fritz Schediwy speelt twee monumentale rollen in Nederland; Acteren moet gebeuren zonder remmingen

Het Duitse gezelschap Theater an der Ruhr komt met twee monumentale voorstellingen naar Nederland. Morgen speelt het gezelschap Shakespeare's Macbeth in de Schouwburg van Leiden. Volgende week woensdag staat König Oidipus van Sophocles op het programma in Rotterdam. Beide keren vertolkt Fritz Schediwy de hoofdrol: een acteur met het temperament van een klassieke theaterreus.

In Nederland is een acteur van het kaliber van Fritz Schediwy (Praag, 1943) volstrekt onbekend, of we moeten denken aan Ko van Dijk. Nooit eerder zag ik een acteur die zo vanuit de nauwelijks te temmen krachten van zijn lichaam een rol opbouwt. Zijn weergave van König Oidipus is een ontluisterende: afgezien van een lendendoek is zijn torso naakt. Zijn tekst lijkt ergens in die geweldige borstkas haar oorsprong te vinden om er vervolgens in golfbewegingen door de acteur uitgeschreeuwd te worden. Maar het spel is niet puur machtsvertoon. Schediwy kan zich licht als een elfje over de Bühne bewegen en een fluisterende toon aanslaan. Hij herbergt zoveel verschillende personages in zich dat hij heel vlugge overgangen kan maken, van kind tot booswicht (in Macbeth), van vadermoordenaar tot minnaar van zijn moeder (in Oidipus).

Fritz Schediwy trad op in alle grote Duitstalige toneelhuizen, tot en met het Weense Burgtheater. Sinds korte tijd is hij verbonden aan het Theater an der Ruhr in Mühlheim, niet ver over de Duitse grens. Hij acteerde onder Peter Zadek. En onder Claus Peymann, met wie hij vaak hevige meningsverschillen had over het al dan niet psychologisch acteren. “Ik heb een afkeer van psychologische interpretaties,” zegt Schediwy, de ochtend nadat hij 's avonds optrad in een bewerking van De Bacchanten. Hij heeft een behoedzame, zoekende manier van formuleren, en vraagt mij na elke zin of hij duidelijk is.

“Acteren moet gebeuren zonder remmingen, het is hoofdzakelijk een lichamelijke activiteit. Muziek is voor mij de belangrijkste inspiratiebron, en dan vooral Bach, altijd weer Bach. Die wisselingen in tempo en klankkleur probeer ik op de toneelvloer te creëren. Ik acteer van het ene moment naar het andere, ga van de ene zin naar de volgende. Ik speel op het risico van de onzekerheid. Ik jongleer met de angst dat ik misschien de volgende regel vergeten kan zijn. Ik wil onberekenbaar zijn. Begrijpt u wat ik bedoel?”

Zonder mijn reactie af te wachten vervolgt Schediwy: “Ik put uit een reservoir aan herinneringen, dromen, beelden, personages. Het kijken naar theater kun je vergelijken met een kind dat naar een gordijn staart en zich probeert voor te stellen wat erachter te zien is. Het kind laat zich verrassen. De acteur doet hetzelfde als het publiek: ik laat me al spelend onophoudelijk verrassen door wat er met mijn lichaam gebeurt. En bovendien: wat is dat, het vlees van mijn hand, wat zit er in mijn ribbenkast? Men weet maar nauwelijks welke wonderen er in iemands lichaam schuilen. En is de huid van je gezicht niet een soort van masker waarachter je je voor de buitenwereld verschuilt? Mijn speelstijl laat ik per avond bepalen door de ruimte waarin ik sta, de reacties van het publiek en de wisselwerking met de andere acteurs. Een acteur is een avonturier. We begrijpen toch verschrikkelijk weinig van wat er om ons heen gebeurt, nietwaar? Waarom is er zoveel sinds onze kindertijd verloren gegaan? Waarom is de wereld van vroeger weg? Waarom maakt de mens de wereld kapot? Aan die drang tot vernietigen ligt een diepe onvrede ten grondslag. Want ze komt voort uit het verlangen de wereld die we niet begrijpen tòch te willen begrijpen, klar?”

De voorstellingen van het Theater an der Ruhr, dat regelmatig op tournee is in Nederland, zijn van een grootse, theatrale en vaak visionaire aanpak. Regisseur van beide voorstellingen Roberto Ciulli is gefascineerd door het geheim dat elk mens in zich draagt, door zijn duistere driften. Macbeth is geënsceneerd om aan te tonen dat ieder mens een moordenaar kan zijn, zoals de titelheld geleidelijk aan verandert in een moordenaar. Fritz Schediwy streeft in zijn acteren het wankele gemoed van de mensen na. “Stel je loopt op straat en je wordt overvallen. Uit zelfverdiging haal je flink uit en wie weet dood je degene die je lastig viel. Van de ene op de andere seconde ben je van een argeloos iemand degene die een moord op zijn geweten heeft. Je weet nooit wat er met je kan gebeuren. Oidipus heeft zijn vader gedood en slaapt met zijn moeder. Aan het begin van het toneelstuk is hij onwetend. En bij Macbeth is het woord als het ware vlees geworden. Lady Macbeth zegt tegen hem dat hij een moord moet begaan om koning te worden, en hij doet het. Sterker nog: op het moment dat zij hem de boze influisteringen doet, is hij feitelijk al de latere moordenaar. Onze Macbeth lijkt heel sterk op de film The Shining, die gaat over iemand die ten prooi is aan machten die sterker zijn dan hijzelf en die hij niet meer kan beheersen.”

Voor Fritz Schediwy bestaan er in het acteren geen zekerheden. Hij heeft een geringe dunk van veel van het hedendaagse Duitse theater, dat volgens hem is ontaard in een spel met vondsten en trucs. Hij heeft op tal van plekken gewoond, in tal van schouwburgen gespeeld, en zou nu niet weten waar hij nu wil wonen. Mühlheim bevalt hem, de samenwerking met regisseur Ciulli is goed, maar voor eeuwig zal hij niet aan de Ruhr blijven. Dan moet hij weer verder, in andere steden spelen. “Wat ontbreekt aan veel acteurs is moed. Ze vertrouwen zichzelf niet, durven niet voor de kracht van hun eigen persoonlijkheid op te komen. Ze beschouwen theater als een baan; dat is het natuurlijk niet.” Schediwy kijkt naar buiten, zijn oog valt op een boom in de tuin. “Als ik die boom zou schilderen op mijn manier, dan zou iemand zeggen 'dat zijn helemaal geen takken'. Ik zou antwoorden: 'Dat klopt, het zijn slangen. Voor mij zijn het slangen'. Die onafhankelijke verbeeldingskracht heeft het theater nodig.”

Theater an der Ruhr met Macbeth, Schouwburg Leiden, 10 maart en König Oidipus, Schouwburg Rotterdam, 16 maart.

    • Kester Freriks