Conny

Ze houdt van aanpakken. Sinds de dood van haar man (vrij kort na Jan, ook aan kanker) leidt ze zelf hun bakkersbedrijf. Elke ochtend verheugt ze zich op de dag die voor haar ligt. En 's maandags verheugt ze zich op de hele week.

Conny is 51. Ze hadden een passie voor modern wonen. Zo kwamen ze in aanraking met Harm. Harm en Jan, Conny en André, een snel ontluikende vriendschap. Het heeft haar erg aangegrepen dat het maar zo kort mocht duren. Ongeveer een jaar.

Dus toen Jan ziek kwam te liggen, toen heeft zij min of meer de organisatie van het huishouden op zich genomen. Hopelijk zonder dat haar bemoeienis op liefdadigheid ging lijken.

Op het laatst begon Jan over die vloer. Ze wilden Quartz-o-lux en Jan zei: als ik dood ben komt er niks meer van, dus dat moet nú en jij moet dat regelen, Conny. Een nieuwe vloer in de huiskamer - alsof er wegwerkzaamheden werden verricht! Met een stervende man op een bed in de hoek.

Ze zegt: “Dat heeft ontzettend aan me gevreten - of dat nou wel zo'n goed idee was, of ik dat wel had moeten doen.”

Jan heeft het nog af gezien. Hij zei: iedere dag dat Harm thuiskomt zal hij blij zijn met die vloer. En eigenlijk is hij meteen daarna overleden.

Zij had liever gehad dat hij nog een weekje had geleefd, dat ze nog even samen van die vloer hadden kunnen genieten. Dan was ze vast niet zo lang blijven twijfelen.